Samen ruzie maken

MIJNHEER VLOT, waarom liep u die zaal uit vorige week? LE:

‘Eh, nou. Het was vorige week zaterdag natuurlijk een heel roerige partijraad. Althans, het deel dat ik heb meegemaakt. Later ging het erg goed, heb ik gehoord, maar ja, daar was ik dus niet bij. Wij wilden de procedure bij het kiezen van de nieuwe partijvoorzitter aan de orde stellen, maar op de partijraad kwamen we niet tot communicatie. Toen hadden wij zelf als CDJA zoiets van: als er geen gesprek mogelijk is, dan hebben we hier niets meer te zoeken. Dus zijn we weggegaan.’
Mijnheer Helgers, wat was uw eerste indruk toen Teusjan wegliep?
'Heel vervelend. Ik zou jokken als ik zou zeggen dat het niet zo was. Het is een zakelijk verschil van mening. Een jongerenorganisatie zou niet goed functioneren als ze geen kritische vragen stelt. Ik schrok wel even: het is bij het CDA de eerste keer dat zoiets gebeurt. Ze hebben in ieder geval lef.’
TEUSJAN VLOT is voorzitter van het CDJA, de christen-democratische jongerenclub. Op de tumultueus verlopen partijraad, vorige week in Rotterdam, verliet hij met zijn companen ostentatief de zaal. Reden: partijvoorzitter Helgers wilde niet bevestigen dat fractievoorzitter De Hoop Scheffer zou opstappen als niet Marnix van Rij maar Pieter van Geel partijvoorzitter zou worden. Met de populaire Van Geel, die anders dan Van Rij fulltime beschikbaar was, zag De Hoop Scheffer naar verluidt zijn eigen positie in gevaar komen. Hans Helgers reageerde furieus toen zijn jonge partijgenoten dit op de partijraad uit zijn mond wilden horen.
Vlot: 'Achteraf heb ik veel commentaar gehad. Mijn oud-voorlichter schreeuwend op mijn antwoordapparaat: “Een echte vent loopt niet weg!” Maar ik blijf erbij: er was geen gesprek mogelijk. Het gaat om openheid binnen de partij. Wij dachten van tevoren al: als we híer zelfs niet over partijzaken kunnen praten, dan lopen we gewoon weg. Hoewel we echte openheid van zaken eerlijk gezegd niet hadden verwacht.’
Helgers: 'Ik kon ook geen openheid van zaken geven! Het was een dilemma: de procedure kent een aantal vertrouwelijke aspecten, ik kan niet zomaar uit de school klappen. Als je afspreekt dat een procedure vertrouwelijk is, dan kun je die vertrouwelijkheid niet halverwege opheffen.’
U was echt verontwaardigd, hè?
Helgers: 'Teusjan had het over onwaarheden. Dat vond ik echt te ver gaan.’
Vlot: 'Het is toch logisch: ik hoorde de wildste verhalen, geheel tegenstrijdig met dat wat ik van het partijbestuur te horen kreeg. Wat was waar?’
HANS HELGERS draagt de voorzittershamer in februari over. Hij is tevreden over wat hij in bijna vier jaar bereikt heeft, al staat er voor zijn opvolger geen gespreid bedje klaar. De 'culturele omslag’ is nog niet voltooid: intern debat komt maar aarzelend op gang; bij de kwestie rond de Bosnische asielzoekers vielen de lijken uit de kast.
Helgers, haast verontschuldigend: 'Wij zijn nog niet een partij die heel gemakkelijk onderling het debat aangaat. Dat moet veranderen. We moeten afkomen van het beeld dat elk intern debat meteen ruzie is. Het hoeft toch niet zo te zijn dat de norm van een CDA-debat bij de PvdA of bij GroenLinks ligt. De omgangsvormen bij die partijen zijn heel wat anders dan bij ons. Wij debatteren zonder stemverheffing. Dat de media dit uitleggen alsof er helemaal niet gediscussieerd wordt; ik denk dat de culturele codes bij ons gewoon anders zijn.’
Gelukkig is de 'interne vernieuwing’ al wél klaar, volgens Helgers. Hij liet immers een flinke ploeg nieuwe kamerleden aanrukken. Ondanks alle inspanningen zijn de resultaten er nog niet naar. Helgers: 'Nou ja, we hebben natuurlijk wel de raadsverkiezingen in de Bommelerwaard gewonnen. We zijn de grootste lokale partij van Nederland.’
INTERNE VERNIEUWING, het zou wat. Het imago van de partij, dát is wat de jongeren zorgen baart.
Vlot: 'Ik wil de, laat ik zeggen, er-is-meer-generatie bereiken. Dit zijn jonge mensen tussen de 25 en 35 die meer willen dan economie en carrière alleen. Die ruimte willen om kinderen op te voeden. Die ontwikkelingssamenwerking belangrijk vinden, nieuwe wegen ook, maar wel ingepast in het landschap. De groep die voor deze lifestyle kiest wil ik mobiliseren.’
Helgers: 'Maar dat is ook de groep die ík wil bereiken. Tegelijkertijd moeten we echter ook de oude groep kiezers bedienen. Dat zijn de lager of middelbaar opgeleiden, woonachtig op het platteland, actief kerkelijk en op leeftijd. Met dit kernelectoraat moet het CDA zich verwant blijven voelen. Deze groep hecht erg aan de symbolen die er nu eenmaal bij horen. Het openen met een religieus lied, de bijbel lezen, het afsluiten met het Wilhelmus.’
Vlot: 'Kom eens van die symbolen af, stel die ter discussie.’
Helgers: 'Nu raken we de kern. Een deel van de achterban is zeer aan symboliek gehecht. Daar kun je niet omheen, vind ik. Jouw generatie, Teusjan, wijkt in hun waardenoriëntatie niet af van deze generatie. Die van jou zijn alleen jonger, hoger opgeleid, wonen in de steden en zijn niet kerkelijk actief. Wel houden ze zich met zingevingsvragen bezig, alleen niet meer via het instituut kerk.’
Vlot: 'Toch zou het CDA zich eens achter de oren moeten krabben. Je weet dat die christelijke symbolen je imago bepalen. Persoonlijk heb ik er geen moeite mee, maar bij een item over de partijraad in het Journaal kun je altijd een flits verwachten van zingende CDA-kopstukken. Als je ervoor kiest, weet je dat een potentieel electoraat dat het inhoudelijk met je eens is door die symbolen en onduidelijke christelijke begrippen afhaakt. Moet je je dan niet afvragen of die symbolen wel zo wezenlijk zijn?’
Helgers: 'Je moet een balans vinden tussen herkenbaarheid en openheid. De afgelopen partijraad in Rotterdam heb ik voor het eerst niet geopend met een bijbellezing, maar met een stuk van Nico ter Linden. Dat valt misschien de buitenstaander niet op, maar we zijn er wel degelijk mee bezig. Het openingslied, daar discussiëren we nu ook over.’
Vlot: 'Nico ter Linden is een aardig begin, maar het blijft natuurlijk een christelijk symbool. Ik vraag me af of we omwille van het oude electoraat die symboliek moeten handhaven of dat we willen doorstoten naar een nieuwe generatie kiezers.’
Helgers: 'De kern van de partij zit wel in die C, een nadrukkelijk christelijke C.’
Vlot: 'Ik vind niet dat je je christelijk moet onderscheiden. Je moet je politieke filosofie, de christen-democratische, benadrukken.’
HELGERS KNIKT. 'Ik heb heel veel contact met de afdelingsvoorzitters. Steeds weer moet ik ze zeggen: vergader toch niet altijd in de kerk. Dat schrikt af! Een aantal mensen heeft met het instituut kerk gebroken, ze kerken ook niet meer, maar delen wel die christen-democratisch politieke visie. Niet alle mensen voelen zich op hun gemak als ze toch voor een ledenvergadering naar die kerk geroepen worden. Maar ja, het zijn natuurlijk wel de goedkoopste zaaltjes, de koffie is lekker en het bestuur kent er de weg. Dus is het toch vaak: ledenvergadering in de zaal van de Maranathakerk, dat mag van mij best veranderen. Maar ik vind wel dat we met een stichtelijk woord moeten blijven beginnen.’
Vlot: 'Daar bereik je de niet-christelijke mensen maar moeilijk mee.’
Helgers: 'Marketingdeskundigen zeggen tegen ons dat we juist door die C in onze naam op een potentiële schatkist zitten, want die letter vertegenwoordigt de zachte waarde, de immateriële thema’s. Hierbij verwacht de kiezer van ons een extra antenne. En vergeet niet, we komen uit een eeuwenoude denktraditie. Dat mag dan onder een dikke laag stof liggen, en misschien dat we de afgelopen tachtig jaar ontzettend veel deuken en butsen hebben opgelopen, maar die kist staat wel in onze kelder. Al zegt mijn verstand dat Teusjan gelijk heeft, mijn hart zal af en toe krimpen als die symbolen eruit gaan. Op het moment dat Teusjan begint te marcheren, dan deins ik terug.’
Vlot: 'Ik vind het wezenlijk voor een kerk om christelijke symbolen te gebruiken, maar voor een politieke partij is dat allemaal niet nodig, al is het historisch zo gegroeid. Ik ken een christen-democratische politieke partij in Scandinavië. Toen ik vertelde dat wij de vergadering met de bijbel openen, gingen de monden wijd open. Zij vonden het onbegrijpelijk dat wij de bijbel nog zo nadrukkelijk gebruiken in ons dagelijkse politieke werk. Als ik mijn christelijk geloof wil beleven, dan doe ik dat in de kerk en niet in de politiek.’
Helgers: 'Ditmaal is de kerkgang me minder goed bekomen, de verwarming was kapot en ik heb een koutje gevat, maar wat ik op zaterdagavond in de kerk hoor kan mij bij mijn dagelijkse politieke werk de hele week inspireren. Je kunt niet zeggen: zodra ik de kerk uitstap hang ik de beest uit.’
TOCH VOLHARDT Vlot in zijn pragmatiek. Daar valt trouwens nog een andere leuke nieuwe markt mee te veroveren.
Vlot: 'Islamitische kiezers zijn van harte welkom. Dat kan als we minder liturgisch bezig zijn. Wat ik niet wil, is het uitbreiden van onze bron van standpunten met de islamitische traditie. We moeten geen algemeen religieuze partij worden.’
Ook Helgers is enthousiast: 'Ik heb hier gesprekken over gehad met islamitische organisaties. Zij prijzen het verband dat wij leggen tussen religie en politiek. Gemeenschapsdenken, gezin en familie, dat spreekt hen ook aan. Ze zeggen: wij wensen te integreren. Ze hebben absoluut geen plannen om een islamitisch democratisch appèl op te richten, no way!’
Maar het generatieverschil houdt de meningen verdeeld. De snelle afgang van het kamerlid Jacques de Milliano brengt de twee na een middag stevig discussiëren echter weer bijeen.
Vlot: 'Ik was het inhoudelijk met De Milliano eens, niet met de manier waarop hij opereerde. Toen wij ons niet in de partij konden vinden, liepen we de zaal uit, dat was eenmalig. De Milliano vertrok voorgoed. Die man hechtte te veel aan zijn idealistische imago. Hij stapte daarom op; goed georganiseerd en goed getimed.’
Goed getimed?
Vlot: 'Ja, ik kan het niet anders uitleggen.’
Helgers: 'Op dinsdagmiddag kwam zijn voormalig voorlichter van Artsen Zonder Grenzen al met hem mee, nog voordat de fractievergadering was afgerond.’
Vlot: 'Ik wil niet natrappen, maar het is duidelijk dat hij zijn linkse imago wilde redden.’
Helgers: 'We wisten van tevoren dat partijvernieuwing risico’s met zich meebrengt. De mensen die we erbij gezocht hebben waren niet risicoloos. Maar als ik dit had kunnen bevroeden, dan had ik Jacques natuurlijk nooit genomen.’