Sport

Samen spelen

Als je leest dat uit vertrouwelijke informatie, in bezit van een groot dagblad, blijkt dat het kabinet van plan is de komende jaren 96 miljoen euro te investeren in sport, in plaats van de huidige 67 miljoen, dan weet je dat er een addertje onder het gras moet zitten. Staatssecretaris Clémence Ross (CDA) van VWS, die over de Nederlandse sport gaat, heeft ook ideeën over de verdeling van de gelden. Het accent ligt op integratie, meer bewegen, samen spelen, coaches en scheidsrechters.

Tijdens de uitreiking van de konin klijke onderscheidingen op het ministerie van VWS, in april, sprong Ross in de bres voor de scheidsrechters: «Iedereen moet goed beseffen dat zonder een scheidsrechter er geen sportwedstrijd kan worden gespeeld. En zonder wedstrijden verdwijnt een aantal belangrijke vaardigheden, die je kunt leren tijdens het sporten: samenwerken, discipline tonen, kunnen omgaan met de vreugde van de winst en de teleurstelling van het verlies. Sport levert dan ook een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de sociale samenhang in de samen leving.»

Het is Ross opgevallen dat in deze tijd het gezag van en het respect voor de scheidsrechter ernstig afnemen: «Steeds vaker zie je dat spelers beslissingen niet meer accepteren. Zelfs in de F’jes komen al gestaakte wedstrijden voor.»

In de F’jes wisten wij al dat de scheidsrechter een sneu mannetje was dat zwaar onder de plak zat bij zijn vrouw, door de week een duffe baan als kantoorklerk had en op zaterdag al zijn frustratie, woede, onmacht en miskendheid botvierde op voetballende pupil len. De scheidsrechter was de eerste vertegenwoordiger van het uniformendom, en zou later gezelschap krijgen van politie, ME, militairen en Kruidvat-security.

Dat beeld hadden wij van de scheidsrechter in de F’jes. Maar in de E-, D-, C-, B- en A-elftallen ook.

De scheidsrechter was verachtelijk, want de afgevaardigde van het gezag, en dan op z’n pietluttigst. De man die je op de stoep toesnauwt: «Je mag hier niet fietsen», en je op je bek slaat van woede. Omdat hij regeltjes wil, omdat hij zonder regeltjes stuurloos wordt, en bang.

Staatssecretaris Ross vindt dat het afgelopen moet zijn met het uitschelden, beledigen en bedreigen van de scheidsrechter: «Ik vind nu eenmaal dat respect tonen voor de scheidsrechter – en natuurlijk ook voor de tegenstander – hoort tot de normen en waarden in en rond het sportveld die íedereen bij élke wedstrijd moet naleven.»

Ha, we zijn er.

Normen. Waarden.

Een addertje. Onder het groene gras, waarop de scheids zijn diagonaaltjes trekt.

Ross heeft ook een plannetje gemaakt met haar collega Verdonk, minister van Vreemdelingenzaken en Integratie: uit deze sportbegroting zullen ze vijftig miljoen euro reserveren voor allochtone jongeren, die meer aan sport moeten gaan doen. Omdat zo hun karakter gevormd wordt, omdat ze door te sporten in aanraking komen met «talrijke opvoedkundige waarden als discipline, samen spelen, zelfrespect, bewegen, winnen, verliezen, doorzetten et cetera».

Dus ook de sport wordt ingezet in het grand design van dit kabinet. Niks topsport, ambitie, dadendrang, maar integratie, regels, samen spelen, normen en waarden. Arme topsporters.

Er blijft misschien nog een paar miljoen over. Gelukkig. Want het kabinet ondersteunt de ambitie van NOC*nsf, die wil dat sportland Nederland «weer (sic) bij de top-tien van de wereld gaat horen».

Maar dat is bijzaak.