De moeizame vernieuwing van de vakbeweging

Samen staan we zwak

De FNV voert strijd, met zichzelf. Vorige week scheidden de braafste lidbonden zich af. Wat ging er mis? En hoe moet het nu verder? De Nederlandse vakbeweging hoeft er niet zwakker van te worden.

Ze staan op een voetstuk in de hal van het Utrechtse hoofdkantoor van FNV Bond­genoten: de stakende schoonmakers. Strijdbaar zwaaien de brons geverfde beelden met een bezem. Aan hun gele rubberen handschoenen kun je het hele conflict binnen de Nederlandse vakbeweging ophangen.

Wat FNV Bondgenoten betreft zijn de schoonmakers hét succesverhaal van de afgelopen jaren. Ga maar na. De sector kenmerkt zich door slechte, flexibele baantjes. De organisatiegraad is er extreem laag. Dat wordt nog eens versterkt doordat de werkvloer verdeeld is in tientallen talen en culturen. En toch is het met behulp van een nieuwe, activistische aanpak – organising genoemd – mogelijk gebleken dat te veranderen. Na twee succesvolle stakingen is niet alleen het aantal vakbondsleden in de schoonmaak fors toegenomen, ook de arbeidsvoorwaarden zijn aanzienlijk verbeterd. Er is bovendien een door en door democratische organisatie neergezet, inclusief schoonmakers­parlement. Daarin hebben de gewone leden het voor het zeggen. Het kan dus toch: een vakbond die verjongt, democratiseert, vernieuwt.

Of niet? Wie 25 kilometer westwaarts naar de schoonmakers informeert, op een kantorenpark aan de achterkant van station Woerden, hoort een heel ander verhaal. ‘Wij hebben veel last gehad van de schoonmaakstakingen’, zegt Liane den Haan. Als de algemeen directeur van de bij de fnv aangesloten ouderenbond Anbo over vernieuwing praat, bedoelt ze iets totaal anders. ‘Telkens als dit soort harde acties plaatsvindt, krijgen wij heel veel opzeggingen binnen. Dat hebben we ook binnen de fnv gezegd. Mensen willen dit gewoon niet meer. Je moet met je tijd meegaan.’

De breuk binnen de vakbeweging is definitief. De oprichting van De Nieuwe Vakbeweging (dnv) aanstaande zaterdag had een einde moeten maken aan een reeks interne ruzies. In plaats daarvan doet het de fnv uiteenvallen. FNV Bondgenoten, met 470.000 leden de grootste lidbond, is akkoord met dnv. Maar de Anbo (183.000 leden) is afgehaakt. En ook het veel kleinere FNV Mooi en de zzp’ers in de bouw passen voor de vernieuwde vakcentrale. Andere bonden, zoals de leraren van de aob, stellen zoveel extra voorwaarden dat hun uiteindelijke toetreding onzeker is. FNV Zelfstandigen heeft al aangekondigd niet mee te willen betalen aan stakingen van bijvoorbeeld schoonmakers.

Met die feitelijke scheuring komt er een voorlopig einde aan een slepend conflict. Dat kwam afgelopen jaar tot uitbarsting rond de pensioendiscussie. De leden van FNV Bondgenoten, Abvakabo en in mindere mate FNV Bouw vonden achteraf dat de top van de vakbeweging te makkelijk akkoord was gegaan met de verhoging van de aow-leeftijd; zij vreesden bovendien de dupe te worden van een risicovol ‘casinopensioen’. Met dat standpunt stonden zij lijnrecht tegenover de andere fnv-bonden.

Heel even nog leek de verdeeldheid overwonnen te kunnen worden. Op een bijeenkomst eind vorig jaar in het Overijsselse Dalfsen werd op advies van bemiddelaars Herman Wijffels en Han Noten besloten een geheel nieuwe vakbond op te richten. Maar op 1 mei, bij de presentatie van het concept-plan voor dnv door pvda-Kamerlid Jetta Klijnsma en haar zogenoemde ‘kwartiermaaksters’, werd duidelijk dat dit ijdele hoop was. ‘De nieuwe vakbeweging is er al, maar moet alleen nog worden opgericht’, heette het nog optimistisch in het stuk. De nieuwe vakbeweging werd voorgesteld als een paraplu die plek zou bieden aan alle mogelijke organisaties en individuen. Laat duizend bloemen bloeien, dat idee. Een parlement en regelmatige referenda moesten de leden meer invloed geven.

Maar eigenlijk was niemand binnen de vakbond er werkelijk enthousiast over. De grote bonden vreesden versplintering van mensen, middelen en macht. De kleine bonden wilden juist meer autonomie en minder contributie afstaan aan de centrale organisatie. Vanaf dat moment was de fnv niet langer bezig met vernieuwing. Het ging bovenal om damage control. Wat is de beste manier om van deze netelige discussie af te komen, zonder al te veel gezichtsverlies?

Hoe diep de verdeeldheid zit, blijkt uit gesprekken die De Groene Amsterdammer voerde met betrokken vakbondsbestuurders. Daarin komen twee diametraal verschillende lezingen van de gebeurtenissen naar voren. De eerste versie, die van de kleine of ‘specifieke’ bonden, wordt verwoord door Liane den Haan van de Anbo. In haar ogen hebben de grote bonden nooit serieus willen onderhandelen. ‘Vorig jaar maart al kwam voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten bij mij op bezoek met een plan’, vertelt ze. ‘Samen met Abvakabo en FNV Bouw zouden we een nieuwe vak­centrale vormen. “Wat doen we dan met de andere bonden?” vroeg ik nog. Die mochten zich eventueel aansluiten, aldus Van der Kolk, maar wij hadden het dan voor het zeggen in een grote, ongedeelde fnv. Dat zei hij letterlijk zo.’ Van der Kolk zelf ontkent dit overigens.

Volgens Den Haan is dat perspectief van één ongedeelde fnv, waar de grote bonden het voor het zeggen hebben, nooit losgelaten. Zo bezien waren alle discussies over dnv zinloos. Dat inzicht komt voor haar niet als een verrassing. ‘Han Noten en Herman Wijffels hebben vorig jaar in Dalfsen gezegd dat het de fnv-top aan leiderschap, innovatief vermogen en ondernemerschap ontbreekt. Volgens hen waren hooguit vier of vijf van de negentien bondsvoorzitters geschikt om de noodzakelijke vernieuwing tot stand te brengen. Een ieder werd verzocht eens goed in de spiegel te kijken. Dan denk ik: dat is heftig. Het zal je maar gezegd worden. Maar nee hoor, niemand voelt zich aangesproken en ze gaan gewoon door.’

Eigenlijk was de sfeer al definitief verpest door de pensioendiscussie. Den Haan: ‘Er is toen gewoon te veel gebeurd. We stonden voor de beslissing om wel of niet in te stemmen met het pensioenakkoord. Op dat moment werden sommige bondsvoorzitters persoonlijk bedreigd. “Ik weet waar jij woont” – dat idee. Anoniem natuurlijk, maar ze wilden nog wel laten weten van welke bond ze waren.’ Haar suggestie dat dit wel eens van hoger hand kon zijn ingefluisterd, trekt Den Haan later terug.

Van zulke beschuldigingen wil Ellen Dekkers, lid van het hoofdbestuur van FNV Bondgenoten, niets horen. ‘Wij hebben getracht weg te blijven van die onderlinge discussies’, zegt ze diplomatiek. ‘We hebben enkel gepoogd bruggen te bouwen.’

Anderen maken in tegenstelling tot Dekkers – off the record – geen geheim van hun ergernis over hoe het conflict via de media uitgevochten wordt. Waarom verschijnen er ineens berichten in de krant over hoeveel geld de activistische organising-campagnes in de schoonmaak en de verzorgingshuizen wel niet kosten? En hoezo zijn de grote bonden ondemocratisch? Zij hebben referenda georganiseerd rond de pensioendiscussie. Het is de voorzitters van de specifieke bonden, Anbo voorop, er alleen om te doen hun kleine koninkrijkjes te verdedigen, zo klinkt het.

Wie er ook gelijk heeft, dat enorme wederzijdse wantrouwen maakt de dappere poging van Jetta Klijnsma om tot een vergelijk te komen vrijwel kansloos. Het vorige week gepresenteerde eindvoorstel leest als een handreiking aan beide kampen. De Nieuwe Vakbeweging wordt ‘soms activistisch en soms gericht op overleg’. Zij is ‘sterk aan de basis en sterk aan de top!’

Maar voor compromissen is het te laat. Waar FNV Bondgenoten er nu het beste van wil maken, heeft Den Haan van Anbo geen enkel vertrouwen meer in een goede afloop. ‘Ze gaan het half jaar dat we net gehad hebben, al dat getouwtrek en geruzie, het komende jaar nog eens overdoen. Dat is typisch de vakbeweging. Ik heb geleerd dat je heel hard moet trekken aan een paard waarvan je denkt dat het nog levensvatbaar is. Maar als je zeker weet dat-ie overleden is, moet je het begraven en achter je laten.’

Waar ging het mis? In een café aan de Nieuwe Rijn in Leiden neemt vakbondshistoricus Sjaak van der Velden nog een slok van zijn zwarte koffie. De afgelopen maanden is een reeks aan verklaringen voor de ruzies binnen de fnv voorbijgekomen. Behalve het onderlinge wantrouwen zou de vakbondskoepel ook verdeeld worden tussen jong en oud. Tussen progressieve vernieuwers en de behoudende grote bonden die alles bij het oude willen laten. Maar die analyse rammelt. De schoonmakers met hun parlement waren het initiatief van het ‘ondemocratische’ Bondgenoten. En hoe kan een ouderenbond als Anbo nu behoren tot het kamp van de jongeren?

Een conflict tussen de sp en de pvda dan, waarbij de sociaal-democraten hun van oudsher dominante positie binnen de vakbeweging bedreigd zien? Van der Velden schudt zijn hoofd. ‘Een partij als de cpn probeerde echt vakbondsbesturen over te nemen. Soms hielden de communisten daarbij zelfs hun partijlidmaatschap geheim. Maar zo werkt de sp niet. Die focust zich meer op de buurten, niet op de vakbeweging. De huidige populariteit onder kaderleden van de fnv is ze volgens mij dan ook gewoon overkomen. Dat heeft de sp niet zelf opgezocht.’ Welke prominente fnv’ers zijn er bovendien óók lid van de pvda? Juist ja: zowel de nieuwe voorzitter van Abvakabo als die van FNV Bondgenoten. >

Volgens Van der Velden is er iets anders aan de hand. Hij wijst op de overeenkomsten met de jaren zestig van de vorige eeuw. ‘Toen voelden veel werknemers zich na twintig jaar geleide loonpolitiek niet meer vertegenwoordigd door de vakbond. Met als gevolg een golf van wilde stakingen. Bestuurders werden bij acties zelfs van het podium getrapt.’

Volgens hem zien we op dit moment opnieuw zo’n correctie van onderop. En opnieuw gebeurt dat na een lange periode van loonmatiging, waarmee de vakbond heeft ingestemd. Dat het vroeg of laat tot zware kritiek hierop moest komen is niet vreemd. Die pendulebeweging is volgens Van der Velden de vakbeweging eigen: ‘Rond 1900 zag je ook al zulke discussies. Kijk, ik ben geen psycholoog. Maar als iemand als Jongerius voortdurend praat met de vno-ncw en de regering, dan ga je die taal natuurlijk ook spreken. Dan ga je mee in zo’n pensioen­discussie. De bestuurders zijn daarop vervolgens gecorrigeerd door hun kaderleden.’

Dat betekent niet dat de grote bonden nu enkel nog op de barricaden willen staan, denkt Van der Velden: ‘In de negentiende eeuw deden de vakbonden al aan individuele belangen­behartiging. Je had het “Bureau voor sociale adviezen”, dat leden hielp als ze problemen hadden met hun huur of loon. Het was dus ook toen al én strijd én sociale anwb, zoals dat tegenwoordig genoemd wordt. Dat zal ook zo blijven. Misschien neemt de vakbeweging iets meer afstand van het polderen. Maar ze zal blijven onderhandelen. Er moeten toch cao’s afgesloten worden.’

Ellen Dekkers van FNV Bondgenoten bevestigt dat: ‘Onze sectoren zijn heel verschillend. De toonzetting bij de Bijenkorf is natuurlijk anders dan die in de haven, de metaal of de schoonmaak. Maar volgens mij heeft elke vakbond het hele arsenaal – van overleg tot actie – in zijn gereedschapskist zitten. Denk aan de leraren of de agenten die nu tot het kamp van de polderaars worden gerekend: die hebben de afgelopen tijd toch ook vrij fors actie gevoerd tegen de kabinetsplannen en voor een betere cao.’

De vraag is hoe het nu verder moet. Het vertrek van Agnes Jongerius en de Anbo wordt algemeen uitgelegd als een overwinning van de grote bonden. Daar komt bij dat de definitieve oprichting van dnv met een jaar is uitgesteld. Dat geeft de grote bonden alle ruimte om de vernieuwing van de vakbeweging verder hun kant op te sturen.

Toch wil Ellen Dekkers van Bondgenoten van triomf niets weten: ‘Het was de bedoeling dat we hier als vakbeweging sterker uit zouden komen. Ik heb in mijn eentje ook heel veel slagkracht. Maar of we daarvan nu beter worden in Nederland?’ Tegelijkertijd geeft ze toe dat meer leden niet automatisch meer macht betekent: ‘Als je heel veel mensen hebt die alleen maar in hun stoel blijven zitten en zich niet laten horen, dan kun je misschien wel een vakbond zijn met anderhalf miljoen leden, maar dan ben je niet krachtig.’

Het grootste gevaar is dat Den Haan van ouderenbond Anbo gelijk krijgt met haar voorspelling dat de fnv nu een jaar langer verlamd zal zijn door ruzies. Dan kan Bondgenoten-voorzitter Van der Kolk nog zo hard waarschuwen tegen de ‘sociale woestijn’ en ‘Amerikaanse toestanden’ waar het Kunduz-akkoord toe zou leiden; een vuist zal de verdeelde vakbeweging er niet tegen kunnen maken. Zo beschouwd is een snelle scheuring, hoe pijnlijk ook, verkies­lijker. In dat geval ziet zelfs Den Haan, die open zegt te staan voor samenwerking met andere teleurgestelde bonden, nog een toekomst voor de vakbeweging. ‘Nederland is groot genoeg voor een linkse dnv én voor een organisatie van autonome individuele bonden, zoals de Anbo, de politiebond en de aob. De ene club is politiek en activistisch, de ander poldert. Prima toch?’


De scheuring van de FNV in negen etappes

Juni 2011 Vakbonden, werkgevers en regering sluiten een pensioenakkoord. Werknemers, ook de ‘zware beroepen’, moeten langer doorwerken; de risico’s bij de opbouw van het pensioen verschuiven van werkgevers naar werknemers.

September 2011 De FNV kan geen overeenstemming bereiken over de pensioenplannen. De leiding van de grootste bonden is teruggefloten door de leden. De vakcentrale dreigt uiteen te vallen.

3 december 2011 In Dalfsen besluiten de voorzitters van de FNV-bonden het conflict te slechten door de oprichting van De Nieuwe Vakbeweging (DNV).

1 mei 2012 PvdA-Kamerlid Jetta Klijnsma en haar ‘kwartiermakers’ presenteren een eerste schets. Niemand binnen de FNV is hier erg over te spreken.

14 mei Onder leiding van hoofdbestuurder Leo Hartveld is een alternatief voorstel uitgewerkt. Dat stuk wordt door de critici echter beschouwd als een ‘grote-bonden-verhaal’.

Half mei Anbo en de kleine bonden zetten daarop hun eigen visie op papier. Het oogt als het strategiedocument van een modern bedrijf, inclusief ‘kernwaarden’ en ‘missie’, waarbij Apple, Disney en de ANWB als voorbeelden worden opgevoerd.

23 mei De Federatieraad laat beide voorstellen onbesproken. In een ruzieachtige sfeer dreigt Jetta Klijnsma het bijltje erbij neer te gooien. In plaats daarvan probeert een ‘commissie van zeven’ nog één keer tot een compromis te komen.

11 juni Klijnsma komt met haar eindvoorstel. Zij blijkt zich weinig aangetrokken te hebben van alle tussentijdse voorstellen. Maar op één belangrijk punt gaat zij overstag: voor de definitieve vormgeving van DNV wordt een jaar extra uitgetrokken.

23 juni Het beoogde oprichtingscongres zal een persmoment worden, bedoeld om eenheid en ambitie uit te stralen. Maar zonder voorzitter Agnes Jongerius, die aftreedt, en zonder diverse FNV-bonden.