Gemeenteraadsverkiezingen: Een gefragmenteerde stad op zoek naar samenhang

Samen voor ons eigen

In de mooie stad achter de duinen heeft iedere wijk haar eigen problematiek. Toch delen de Hagenezen en de Hagenaren voor de gemeenteraadsverkiezingen dezelfde agenda: het bevorderen van een gemeenschapsgevoel. Maar dat kan ‘de politiek’ niet regelen.

OP EEN DOORDEWEEKSE dag lopen over het Willem Royaardsplein slechts enkele bejaarden met boodschappenkarretjes. Maar op zaterdagochtend staat ‘place des invalides’, zoals het ook wel wordt genoemd, propvol familiebakken en auto’s met CD in het kenteken. De gemoederen lopen soms even op, maar zonder stemverheffing. 'Zeg meneer, zág u niet dat ík eerder was’, zegt een vrouw in een korte bontmantel. Omringd door opdringerige meeuwen eten dames op een bankje een broodje uit een servetje. Snacken op straat, dat dóe je niet.
Benoordenhout is een lommerrijke wijk met rijen huizen uit de jaren dertig en monumentale couperiaanse herenhuizen. De gezinnen sporten bij cricket- en voetbalvereniging HVV, slaan in de zomer op tennisclub ’t Paviljoen een balletje en eten na afloop in de kantine saté met patat. In de buurt wonen opvallend veel expats die werken voor ambassades of bij een van de internationale organisaties, zoals Shell, Interpol, het Internationale Strafhof of Ernst & Young. De wijk is van oudsher groen vanwege een aantal landgoederen. Maar Benoordenhout ligt óók ingeklemd tussen drukke doorvoerwegen, met aan de rand kolossale kantoren.
'We staan hier voor het groen. Als het echt nodig is gaan we daarvoor de barricaden op. De stad heeft veel ambitie om wereldstad van de vrede te zijn, maar dat drukt op het woongenot - en niet alleen in onze wijk’, zegt Els Goossens, secretaris van de wijkvereniging Benoordenhout. Naast haar aan tafel zit de voorzitter, Titus van Veen. Voor hen is hét issue voor de verkiezingen het tegengaan van het uitwaaierend verkeer vanuit de kantoren. Zo konden ze de uitbreiding van het ANWB-hoofdkantoor via een procedure bij de Raad van State tegenhouden.
Van Veen: 'Er was een periode dat we bij de gemeente de naam hadden in de contramine te zijn. We zijn bijvoorbeeld, met succes, in verzet gegaan tegen de komst van de Amerikaanse ambassade, die vanwege de veiligheid uit de binnenstad weg moest. Het had in park Clingendael moeten komen. Over de uitbreiding van het Strafhof waren we niet goed geïnformeerd en dat vonden we toch een ongelukkige situatie. Ik snap het heus wel: Den Haag heeft weinig bedrijfsleven en industrie. De gemeente wil geld halen uit internationale vestigingen. Maar het aantrekken van economische activiteiten moet wel evenwichtig gebeuren. Want bij die kantoren hoort onvermijdelijk verkeer en parkeren en daar hebben wij last van. Het is een typische politieke afweging, het belang van de één is niet het belang van de ander.’
Een ander geval waar de bewoners tegen in opstand kwamen was 'het plan van de zigeuners’. Op het paardenweitje zouden zigeuners komen en dat ging toch echt niet gebeuren. 'Die kwestie hebben we later verwerkt in onze musical Bonje in Benoordenhout, opgevoerd door wijkbewoners’, zegt Goossens terwijl ze nog een kopje thee schenkt met lange vingers en chocoladeboontjes.
'Een tijdje geleden’, vertelt ze, 'waren er klachten dat de gemeente niet luistert naar de wijkcomités. Maar wat ons betreft doet de gemeente haar best. De directeur van het stadsdeel Haagse Hout, waar onze wijk onder valt, is een voortreffelijke vrouw waar we geluk mee hebben. Wij hebben een brief waarin de kloof tussen burger en politiek aan de orde wordt gesteld, niet ondertekend. Op microniveau is het contact goed, maar op macroniveau ligt het iets anders. De infrastructuur moet op een hoger plan. Als de gemeente tijdig burgers bij de plannen betrekt, haal je veel pijn weg.’
In de wijk spelen daarnaast kwesties die volgens hen door de bewoners zélf opgelost moeten worden. Zoals de aanwezigheid van expats, hún buitenlanders, die niet integreren. Ze komen en gaan en dat is niet goed voor de samenhang in de wijk.
Van Veen: 'Ze hebben allemaal hun eigen clubjes, het is een afzonderlijke gemeenschap. We proberen hen erbij te betrekken. Via ons wijkblad doen we oproepen voor activiteiten in het Engels. We vinden het echt jammer dat ze geen Nederlands spreken en niet de Nederlandse cultuur opzuigen. Het gaat om meedoen. Ze willen best hoor, maar je moet ze er wel op aanspreken. Dat doen we ook, tijdens borrels bijvoorbeeld.’
Goossens licht toe wát dat meedoen met de buurtbewoners is: 'We hechten enorm aan privacy maar we kénnen elkaar hier ook. We organiseren in het wijkcentrum voor alle bewoners leuke activiteiten zoals bridge, patchwork, yoga en orchideeën kweken. Betrokkenheid is belangrijk, nabuurschap.’ Voorzichtig formuleert ze dat in Benoordenhout het ook een beetje 'keeping up’ is: 'Stille armoede en eenzaamheid zijn ook in onze wijk aanwezig, maar daar is moeilijk grip op te krijgen. Vroeger verliepen contacten veel via de kerk en dat gold ook voor sociale hulp.’
Van Veen: 'De tweeverdieners hebben geen tijd voor vrijwilligerswerk. Ze hebben nérgens tijd voor. Voor kinderen zouden er hangplekken en een trapveldje moeten komen. Op straat spelen, zoals vroeger, is er nauwelijks bij. Maar ja, wij hebben er met z'n allen voor gezorgd dat de openbare ruimte is volgemetseld met auto’s. De auto’s racen met die kinderen op de achterbank door de straten om hen op tijd ergens te droppen.’
Goossens: 'Alles is losser geworden, en dat vind ik een algemeen probleem van deze tijd. Van oudsher stemt men hier VVD en CDA. Maar de zwevende kiezer woont ook hier. Wat ik goed van de politiek vind is de aandacht voor burgerschap. We moeten het uiteindelijk zelf doen, maar saamhorigheid stimuleren is helemaal prima.’

DE SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE contrasten zijn misschien nergens zo groot als in Den Haag. Woon je op het zand of op de klei? wordt vaak gevraagd om iemand sociaal te kunnen plaatsen. De klassenverschillen vertalen zich direct naar de wijken. Den Haag is een agglomeratie van dorpen, die eerder met de rug naar elkaar leven dan in elkaar overlopen. Iedere wijk heeft haar eigen verenigingen, middenstand, scholen en sport- en recreatievoorzieningen. Waar je lid van bent, luistert in álle Haagse kringen tamelijk nauw.
De Vinexwijk Ypenburg met circa 25.000 bewoners is nog op zoek naar een eigen identiteit. In deze wijk, waarvan de eerste paal in 1998 werd geslagen, heerst de sfeer van een suburb. Langs sloten zijn loodrechte straten met nieuwbouwwoningen in een prijsklasse van gemiddeld twee tot drie ton. Er zijn huurwoningen, appartementencomplexen, kantoren en een kleine villawijk met huizen type jaren dertig. De meeste bewoners zijn 'social climbers’ - jonge gezinnen met tweeverdieners. Tweederde van de bewoners is autochtoon en van de allochtonen is de grootste groep van oorsprong Surinaams. Veel van hen zijn weggetrokken uit de oude wijken in de Randstad. Ook hier staan verkeersverwerking en infrastructuur hoog op de agenda. Want Leidschenveen-Ypenburg, zoals het stadsdeel formeel heet, ligt tussen snelwegen en spoorlijnen, waardoor het fysiek losgekoppeld is van Den Haag.
Maarten van Muijen, voorzitter van het Bewoners Platform Ypenburg (BPY) en Dick Muijs, BPY-lid en tevens voorzitter van de wijkvereniging, zeggen eerst luid en duidelijk dat 'het hier goed wonen is en dat het met de ontwikkeling van de wijk steeds beter gaat’.
Ze zitten in een ruime kamer in het Piet Vinkcentrum, een multifunctioneel gebouw. In de sporthal springen kinderen onder luid gejoel op trampolines. Beiden hebben weinig klachten over de relatie met de ambtenaren van het Stadsdeelkantoor, 'want die doen hun werk redelijk tot goed’. Om te weten te komen wat er leeft en speelt in de wijk wordt er regelmatig een wijkschouw gehouden waar gemeentefunctionarissen aan deelnemen.
Muijs: 'Onze wijk is multicultureel in overdrachtelijke zin: er zijn geen authentieke Ypenburgers. Er is nog geen Ypenburg-gevoel. De wijk is bijna voltooid, maar de infrastructuur is niet gelijk op gegaan met de groei. Over een goede verkeersafwikkeling is bij de planning niet nagedacht.’
Van Muijen: 'Langs de strook van de A12 komt straks “het mooiste zwembad van Nederland”, en er komen nog meer kantoren. Wij maken ons zorgen over de verkeersoverlast die dat zal veroorzaken, terwijl nu al de aanloopwegen iedere dag volstromen. Het parkeren van de auto bij het spoorstation is een ramp. Mensen gaan niet met de trein omdat ze ’s ochtends de auto niet kwijt kunnen. Wij eisen ook een tramhalte bij gezondheidscentrum De Reef. Voor ouderen zijn de andere haltes veel te ver en ze moeten dan noodgedwongen een eind lopen, soms met hun rollator. Dat is onacceptabel.’
De lokale aan- en afvoer van forenzen in Ypenburg is exemplarisch voor de hele Randstad. Maar de Haagse oplossingen zijn niet altijd in het belang van de wijkbewoners. Van Muijen noemt het plan om in de oksel van het Prins Clausplein een helikopterhaven te vestigen. Nu rijden zakenmensen en politici in een auto met een chauffeur, zodat ze in de file kunnen werken. Met een helikopter zouden ze zich razendsnel kunnen verplaatsen. In metropolen als Londen is dat doornormaal. 'Wij vrezen de komst met grote vrezen, vanwege de geluidsoverlast boven de wijk. De politiek zegt tegen onze bezwaren: “Wij zijn ook maar eenvoudige uitvoerders.” En het college zegt: “Het is maar tijdelijk.” Ja, dat kan dus niet. In onze brandbrief eisen we duidelijkheid.’
Muijs: 'Politiek is keuzes maken, en het is vaak een geldkwestie. Wij pleiten voor behoud van groen. Het TNO-instituut met een gebied van 36 hectaren gaat verhuizen en wij willen dat terrein behouden als bos voor recreatie. Het is hier al een huizenzee. Maar de gemeente wil de afkoopsom aan het TNO terugverdienen door er woningen te bouwen.’
Ypenburg kent inmiddels ook grotestedenproblematiek. Van de drie winkelcentra is er maar een - de Parade in Nootdorp - goedlopend. Jonge mensen trekken weg omdat voor hen de huizen te duur zijn, terwijl in het appartementencomplex leegstand heerst.
Van Muijen: 'Er is qua winkelstand structurele overcapaciteit; de huren zijn te hoog en de kleine middenstanders redden het niet. De gemeente zegt doodleuk: “Dat is nou eenmaal de markt.” Wij proberen het wel op te leuken en de middenstanders doen er alles aan om het aantrekkelijk te maken. Maar wat ze ontberen is steun van de overheid.’
Muijs: 'We hebben hier een tijd geleden ook echt problemen gehad met hangjongeren. Er was zelfs even een samenscholingsverbod.’
'Maar dat is inherent aan iedere wijk’, relativeert Van Muijen: 'Het gemeenschapsgevoel is van enorm belang.’
Muijs: 'De gemeente roept steeds: “We hebben geen geld, en je moet als buurt pro-actief zijn.” Maar we doen al veel zelf. In ons wijkcentrum organiseren we bijvoorbeeld kaartavonden, cursussen bloemschikken, linedancing, gym-40+, bingoavonden. De situatie moet zo zijn dat mensen trots zijn op deze wijk.’
In deze wijk scoort bij verkiezingen de VVD hoger dan de PVDA. Ook wordt er gul op de PVV gestemd. 'Kijk, daar woont Geert Wilders’, zegt Van Muijen en wijst naar een zwaar beveiligd appartementengebouw in de verte. 'En Verdonk woont hier ook vlakbij, in Nootdorp. We zitten tussen dit tweetal in’, grinnikt Muijs.
Van Muijen: 'Jonge gezinnen hebben in het algemeen weinig politieke interesse. Hard werken is de cultuur. Op hen kun je nauwelijks een beroep doen voor vrijwilligerswerk. De crisis heeft hier ondertussen hard toegeslagen. Dat ligt hier allemaal onder de oppervlakte. Ik verwacht de komende jaren behoorlijk wat ellende. Ook in onze wijk komt waarschijnlijk een voedselbank.’ Ze hopen straks op een links college, omdat ze geloven in een actieve overheid. 'De PVV wil de rol van de overheid beperken, hard bezuinigen op de “subsidievreters”, op gemeenteambtenaren en op cultuur en welzijn. Juist een nieuwe wijk heeft een duwtje nodig voor het bevorderen van de sociale cohesie.’

MÉÉR DAN EEN DUWTJE kreeg de roemruchte Schilderswijk. Begin jaren negentig van de vorige eeuw investeerde de overheid vanuit het 'grotestedenbeleid’ vele tonnen (guldens) in de renovatie van het verpauperde woningbestand. Als Vogelaarwijk kreeg deze buurt, waar negentig procent van de bewoners allochtoon is, opnieuw een financiële overheidsinjectie. Desondanks wordt over 'de politiek’ gemopperd, zo blijkt op een koffieochtend in de Havenkerk aan het Om en Bij, een serie hofjes aan de rand van de wijk.
Over Wilders doen deze 'ras-Schilderswijkers’ niet schimmig. Híj doet het prima, hoewel geen van de aanwezigen zich kan vinden in zijn anti-islamboodschap. 'We kennen maar twee soorten mensen: mannen en vrouwen. Allah of een huidskleurtje, dat maakt ons niet uit. Als je maar meedoet. Maar ik kan niet meer met mijn buurvrouw gezellig een bakkie doen, omdat we elkaar niet verstaan’, zegt een hoogblonde vrouw op leeftijd.
De anderen knikken instemmend. 'Wij moeten ons aan de regels houden, maar zij mogen alles. Dat kunnen die buitenlanders niet helpen, want dat komt door die slappe regering’, is hun ervaringswet. 'Ik had vroeger een bloemenstalletje en kreeg een boete als ik zondag open was’, zegt Wil. 'De bloemen gaven ze weg aan het ziekenhuis. Daar ging mijn broodwinning. Ondertussen waren de Turkse slagers en bakkers gewoon open. Dat vóelt niet goed. In onze winkels zitten nu belwinkels, Turkse reisbureaus en islamitische slagers. Zij zetten de kratten gewoon op straat en wij kunnen er niet langs. Ik ga altijd naar de supermarkt.’ Onveiligheid op straat, hangjongeren ('Marokkanen dus’), inbraken in huizen en auto’s en 'je kunt de politie bellen wat je wilt…’ - over deze thematiek winden zij zich op. 'De armoe is hier gebleven, maar vroeger kon je wel de deur openlaten. Ondanks beloftes is er veel te weinig blauw op straat’, is unaniem het oordeel.
Alle voorbeelden komen op hetzelfde neer: zij voelen zich onrechtvaardig behandeld door de politiek, waarmee ze 'natuurlijk de PVDA’ bedoelen. 'Het erge is dat wij vroeger van hún waren, maar nu zijn wij zogenaamd bange arbeiders die buitenlanders haten’, zegt Wil. Ze geeft toe: vroeger was het ook matten. En bijklussen bij de werkloosheidsuitkering is hier echt geen luxe. 'Maar je kénde elkaar wel. Ook via de kerken, dat is minder geworden. Onze oudjes zijn allemaal verdreven naar verzorgingshuizen buiten de wijk. Als je hen wilt opzoeken, wordt het een hele toer met de tram of de fiets. De auto’s scheuren door de straten en als je er wat van zegt, krijg je een steen door de ruit’, fluistert haar buurvrouw, die haar bekertje koffie volstort met melkpoeder.
Aan het hoofd van de tafel zit dominee Peter, jong en optimistisch. Hij richtte in 2002 de Havenkerk op. De kerk is bewust kleinschalig, en dus laagdrempelig voor de samenleving. Er zijn AA- en CA-groepen (voor cocaïneverslaafden), tienerclubs en gezamenlijke maaltijden. Vooral autochtonen zoeken hier hun heil, moslims gaan naar de moskee en de Oost-Europeanen naar de katholieke kerk. Peter: 'De sociaal-maatschappelijke positie van de meeste bewoners is zwak, soms zijn ze analfabeet. Voor hen is alles heel concreet en ze zijn niet het type dat boven zichzelf uitstijgt. Ik zoek niet naar grote oplossingen maar probeer een kleine gemeenschap te creëren, allochtonen incluis. Voor hen is het ook moeizaam.’
Waarop ze straks gaan stemmen? Voor het eerst is het stil aan tafel. Nou ja, Wilders zegt het tenminste eerlijk, maar liever stemmen ze op een 'normale partij’ die opkomt voor het gewone volk. En de politiek heeft het aan zichzelf te danken dat 'blondie’ er is.
Peter vraagt aan het einde van de bijeenkomst om te bidden, zoals in de bijbel voor de koningen en gezagsdragers, 'voor onze politici’. Iedereen vouwt de handen. Peter: 'Het is de taak van onze overheid dat we rustig kunnen leven, ze doen het niet altijd goed. Het is goed om je stem te laten horen over teleurstellingen en het gevoel je plekje kwijt te zijn geraakt. We bidden voor onze politici dat ze niet alleen mooie beloftes doen maar ook echt luisteren. Dat we ons aan elkaar aanpassen.’ 'Amen’, zegt iedereen trouwhartig.

EEN DAG LATER zegt Said, die vanuit allerlei allochtone koepelorganisaties actief is in de wijk, in een café hetzelfde. Hij kwam in 1988 vanuit Marokko naar de Schilderswijk. 'De buurt was gezellig, vol kroegjes langs de kades en je zag elkaar bij de bieb. Er was veel betrokkenheid tussen verschillende etnische groepen. De vraag is: zijn de mensen veranderd of zijn de structuren in de steden door de vele stadsvernieuwingen zodanig veranderd dat de mensen er niet meer prettig kunnen samenleven? Ik denk het laatste. Allochtonen zijn onderling ook niet geïntegreerd en missen saamhorigheid. Allerlei megaprojecten hebben de sociale binding niet bevorderd en mensen niet gestimuleerd om hier te blijven - en dat geldt ook voor de hoogopgeleide allochtonen. Die trekken naar Mariahoeve of Ypenburg.’
Hij deelt Wilders’ analyse maar is het oneens met zijn ideologie: 'De PVV legt de zwakte van de politiek bloot. Maar op het moment dat je als allochtoon in de PVDA gaat, ben je opgegeten. Je wordt ingezet als electorale trekker en carrière maken is belangrijker. Op lange termijn werkt dat funest.’