Samenstelkunst

Hart der duisternis: Beelden van Afrika 1910-1930 en Samba, der Held des Urwalds zijn tot en met 5 december nog te zien in het Filmmuseum te Amsterdam. Verder op 22 november in Den Haag (Cinematheek Haags Filmhuis), op 26 november in Utrecht (‘t Hoogt) en op 29 november in Maastricht (Lumiere).
Hart der duisternis: Beelden van Afrika 1910-1930 wordt niet als een nieuwe film van Peter Delpeut gepresenteerd, maar als 'een becommentarieerde compilatie van fragmenten uit bioscoopfilms over Afrika’. Dat klinkt niet erg opwindend. Een paar stukken uit oude films, muziekje (van Stefan Ram) en een stem (van Johan Leysen) eronder en klaar is Peter.

Zo eenvoudig ligt het dus niet. De fragmenten uit diverse films zijn met zorg gekozen en geraffineerd gerangschikt. Tussen de exotische safaribeelden door wordt een bijna voelbaar beeld opgetrokken van de ware duisternis, de horror van Afrika: de grote slachting die de kolonisatie van het wildste der continenten mogelijk moest maken. De oude stomme beelden hebben een nieuwe kracht gekregen door een subtiel geluidsdecor. Er is muziek en wat gesproken tekst, maar het meest effectief zijn de suggesties van direct geluid: het schot van een geweer, het geroezemoes van stemmen in een dorpje, het klotsen van de rivier.
En dan is er nog het geheim van de vertraging van de beelden, waardoor die mensen uit een andere tijd en een andere wereld zich bewegen zoals wij dat doen. Voor Delpeut zelf is dat allang geen nieuws meer (en mede daarom zal hij zich hier als ‘samensteller’ in plaats van als filmmaker presenteren). Oprecht kan hij zich erover verbazen dat er nog documentairemakers zijn die archiefmateriaal op een te hoge snelheid binnen hun werk vertonen. Delpeut vertoont het oude materiaal op de juiste snelheid. Maar wat is juist? Het doet me denken aan de manier waarop Reinbert de Leeuw Satie speelt: lekker langzaam. En wie zal beweren dat De Leeuw niet weet hoe je Satie moet spelen?
Het verschil tussen de 'compilatie’ Hart der duisternis en films als Lyrisch nitraat en The Forbidden Quest die Delpeut wel tot zijn oeuvre rekent, is misschien alleen van ambachtelijke aard. In die films is het oude materiaal nadrukkelijker en met vrijere hand gemanipuleerd en duidelijker binnen een betoog bedwongen. In Hart der duisternis zijn de ingrepen bescheidener, maar het zijn evengoed ingrepen. Menige film is voor minder op iemands naam geschreven. Want ook bij een compilatiefilm komt het erop aan wat je kiest, hoe lang je iets laat zien en met welk geluid.
Hoezeer Delpeut zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid bij het maken van die manipulatieve keuzen blijkt in de eerste plaats uit zijn open en meerduidige beeld van Afrika in Hart der duisternis, maar bleek bijvoorbeeld ook uit zijn reactie op een andere grote found footage film, Moeder Dao, de schildpad gelijkende van Vincent Monnikendam. In een artikel in Skrien uitte hij zijn gepaste bewondering voor het magische monnikenwerk, maar hij tikte zijn collega ook vrij streng op de vingers. Monnikendam had zijn materiaal en daarmee zijn kijkers te dwingend gemanipuleerd in zijn wil tot getuigen over het grote onrecht van de wrede kolonisatie en vernietiging van het pre-blanke Indonesie. Delpeut heeft duidelijk met zijn evocatie van Afrika niet dezelfde 'fout’ willen maken en hij liet het oude materiaal daarom vrijwel intact. Vrijwel ja, maar ook een kleine ingreep kan voldoende zijn om het stof van een beeld te blazen.
De uiterste consequentie van niet-ingrijpen is het vertonen van de film Samba, der Held des Urwalds (1928) van August Bruckner. Een curieuze blanke visie op het leven van de zwarte Afrikaan in de vorm van een op locatie gedraaide speelfilm met autochtonen als acteurs die een karikatuur van zichzelf spelen. Maar ook Samba wordt op zijn plaats gezet na het stille manifest Hart der duisternis.
Verscholen in een gelegenheidsprogramma (voor Africa in the Picture) valt een mooie nieuwe film te zien. De nieuwe Delpeut.