Samenvallen met een nieuwe stad doe je bij de kapper

Wanneer ik me op nieuw terrein begeef heb ik de gewoonte de lokale kapper te bezoeken. Het idee ergens aan te hebben deelgenomen, iets wat deel uitmaakt van een dagelijks leven, maakt dat ik me minder een vreemde voel.

Om dezelfde reden ga ik overal ter wereld naar het zwembad en de bibliotheek. Er gelden universele principes voor dit soort plekken, en tegelijkertijd zijn ze typischer dan welke vijftiende-eeuwse kathedraal dan ook.

Een kappersbezoek in den vreemde is geen risicoloze onderneming. In Arequipa, Peru, was ik binnen tien minuten geknipt, waarna de kapper ruim een uur in de weer ging met een bus haarlak en een föhn. Een avond lang liep ik erbij als Cher uit The Witches of Eastwick, maar toen ik de rotzooi eruit had gespoeld bleef er een armzalig beetje haar over, verdeeld in willekeurige plukken over mijn hoofd, zodat ik wekenlang noodgedwongen rondliep met een gebreide muts met lamamotief. In Berlijn werkte een meisje zorgvuldig aan een kort kapsel met lange lokken bij mijn oren, die me het uiterlijk gaven van een chassidische jood; in Amsterdam-Nieuw-West verleidde de kapster me tot het epileren van mijn wenkbrauwen, waar ze zich met zoveel overgave op stortte dat er twee ijle streepjes overbleven die me een permanente uitdrukking van verwondering bezorgden.

Dit weekend arriveerde ik in Maastricht, mijn woonplaats voor de komende maanden. Ik zwierf wat door het centrum en werd melancholisch van het warme weer, de dieprode boomblaadjes die zachtjes van de takken vielen, de blinkende kinderkopjes onder mijn voeten. Alles was oud en alles was nieuw, en ik nam vast een voorschot op de donkere dagen en de kou, die er altijd plotseling zijn en waar ik nooit aan heb kunnen wennen, en je zult zien, dacht ik, dat het over drie dagen ineens zo ver is.

Ik bleef staan voor een etalage waarin een grote, groene plastic schaar hing. Op het raam stond: Plaats Styling. Zonder afspraak. Ik liep door. Tien meter verderop toetste ik ‘plaats styling maastricht’ in op mijn telefoon.‘Wij luisteren naar uw wensen’, las ik op de website, ‘en brengen al onze kennis voor u in de praktijk onder het genot van heerlijke verse koffie of thee in onze salon. U voelt zich mooi en tevreden. We garanderen al onze cliënten een altijd perfecte behandeling.’

De tekst stelde me gerust. Ik wilde dat iemand mij ten minste een half uur lang exclusieve aandacht gaf, mijn haren waste, naar de vorm van mijn gezicht keek en besliste welk kapsel erbij hoorde. Ik wilde samenvallen met mijn nieuwe stad.Ik wilde een perfecte behandeling.

Toen ik binnenstapte bij Plaats Styling werd ik getroffen door een vage, maar onmiskenbare wietlucht. Er stonden vijf kappersstoelen op een rij waarvan er geen in gebruik was.‘Goedemiddag’, zei een stem in de verte. Ik was al over de drempel gestapt en ik vervloekte mezelf, want ik wilde dit niet en toch liep ik verder de ruimte in. Het was donker, of althans een stuk minder licht dan buiten, en het duurde even voordat ik de vrouw zag zitten. Ze woog zeker honderd kilo. Ik keek meteen naar haar kapsel, zoals ik altijd doe bij kappers, om in te schatten of ze kijk hebben op de zaak. De vrouw had strak achterovergekamd, bordeauxrood geverfd haar.

Ik zei dat ik graag geknipt wilde worden (en vervloekte mezelf opnieuw), en het volgende moment lag ik met mijn achterhoofd in een bak lauw water.

‘Heb je een plaatje meegenomen van hoe je het wil?’ vroeg de kapster. Ik zei dat ik geen plaatje had meegenomen, maar dat ik alleen de puntjes bijgeknipt wilde hebben.

Er kwam een man binnengelopen, die zo groot was dat hij moest bukken in de deuropening. Dikke grijze haren overwoekerden zijn gezicht. Hij droeg een papieren zak bij zich.

‘Zet maar op tafel’, zei de kapster tegen hem. De man beende weer naar buiten.

Ik keek meteen naar haar kapsel, zoals ik altijd doe bij kappers, om in te schatten of ze kijk hebben op de zaak. De vrouw had strak achterovergekamd, bordeauxrood geverfd haar

De wietgeur begon zich nu te vermengen met een geur van frieten en mayonaise.

‘Lunch’, zei de kapster. Toen keek ze naar mijn haar. ‘Er moeten meer lagen in’, zei ze, ‘degene die dit voor de laatste keer heeft geknipt, heeft dat niet goed gedaan. Al je krullen zakken uit.’

Degene die mij voor het laatst had geknipt was een Amsterdamse kapper die ik daar 57 euro voor had betaald.

‘Ik zal er weer wat leven in brengen’, zei de kapster.

Toen begonnen we een gesprek.

De kapster vertelde over haar man, een kapitein, hun jaren in Spanje, haar zoons die net het huis uit waren. Ze vertelde dat ze boeken met stapels tegelijk in de ramsj kocht zodat ze zich niet eenzaam hoefde te voelen. De zaak runde ze alleen, ze had wel stagiaires gehad, maar die kwamen de helft van de tijd niet opdagen, dus daar was ze maar mee gestopt. Ze maakte geen winst, maar ook geen verlies.

Ze vroeg waar ik zoal over schreef.

De grote man kwam weer binnen. Hij had een joint in zijn mond en blies een wolk rook in onze gezichten.

‘Een nieuwe appelsmaak’, zei hij tevreden.

‘Ga nu maar weer naar buiten’, zei de kapster vriendelijk. Het was de buurman, legde ze uit, hij was een beetje anders, maar nam elke week zijn medicijnen. Haar eigen zoon was ‘een beetje een asperger’, ze was wel wat gewend.

Later liep ik langs de oever van de Maas, die goud oplichtte in het laatste zonlicht van de dag, en ik zag mezelf in een spiegelende ruit. Een zeldzaam moment viel mijn weerspiegeling samen met het idee dat ik van mezelf had. Het was me beloofd en ik had het gekregen: een perfecte behandeling.