Sampelen met en zonder overtuiging

Citeren is in de kunstwereld zo langzamerhand een algemeen geaccepteerd stijlmiddel. Hele boeken worden in elkaar gesampeld, schilderijen worden samengesteld uit stukjes van bestaande beelden, en muziekstukken worden op de mixtafel in elkaar geknipt en geplakt. Het selecteren en organiseren van materiaal is een manier geworden om te creeren. In het theater is het letterlijk citeren van bestaande voorstellingen niet zo gebruikelijk, of liever gezegd: het is bijna niet mogelijk. Je kunt wel een tekst overnemen, of de basisgegevens van een scene, maar uiteindelijk wordt zo'n scene op het podium iedere avond opnieuw gecreeerd door mensen die zich nooit exact herhalen.

Dat was ook de charme van de bij elkaar gesampelde theateravond die ik een tijdje geleden heb bijgewoond. De keuze van Els was de titel van de avond die het Els Theatercollectief presenteerde in het kader van de openingsweek van het Amphitheater. De verschillende onderdelen van deze avond werden simpelweg aangekondigd als ‘Keuze Een’, 'Keuze Twee’ enzovoort. Daarna volgde een fragment uit een recente voorstelling van Els, een stukje uit een dansproduktie van heel iemand anders, of bijvoorbeeld een sketch van Monty Python voor twee personen die door Els’ huisschrijver Mart-Jan Zeegers in z'n eentje werd uitgevoerd.
Het was een heel bijzondere avond. Het had iets van een revue tussen de schuifdeuren, maar geen enkel onderdeel werd rommelig afgeraffeld. De scenes leunden voornamelijk op de spelers, alleen 'Keuze Een’ had een werkelijk decor. Dat was namelijk 'Het Bureau van Els’, dat voor de gelegenheid met archiefkasten en al op de ene helft van het Amphitheater-podium was neergezet. Het publiek zat midden tussen die bureauspullen, in 'de wereld’ van Els. De scenes die volgden speelden zich af op de andere helft van het podium, maar alles bleef dichtbij omdat de leden van Els zo dicht bij hun persoonlijke fascinaties bleven. Er werd voornamelijk geciteerd uit het eigen werk van de makers, met een enkel uitstapje naar een dansvoorstelling die toevallig op hun pad was gekomen. 'Dit vinden wij nou mooi’, leken ze met iedere scene te willen zeggen. En: 'Dit vinden wij nou leuk om te doen’, want het was duidelijk dat ze er ook nog veel lol in hadden.
Ik dacht aan deze avond bij het zien van The Lovers van Marjolein Bierens, die de afgelopen weken in De Melkweg stond. 'De Keuze van Bierens’, had deze voorstelling ook kunnen heten. Met fragmenten uit literatuur, film en performance bouwde Bierens scenes voor twee acteurs. Die scenes waren niet meer dan een zwakke schaduw van het geciteerde materiaal. Een voorbeeld: de acteurs, een man en een vrouw, lagen bij binnenkomst van de toeschouwers te slapen op de met zand bedekte toneelvloer. Hun adem werd met microfoons versterkt. Een citaat uit het werk van performance-kunstenaars Ulay & Abramovics. Maar waar het werk van dat tweetal hun eigen lichamelijke ervaring en die van hun toeschouwers uitputtend onderzoekt, viel er bij The Lovers nauwelijks iets te ervaren. Even mochten we dicht bij het tweetal in het zand staan, maar alsof Bierens bang was ons te vervelen, werden we al snel de tribune op gestuurd. Daar konden we de adem van het tweetal al niet meer horen omdat er een saus van New Age-synthesizermuziek overheen was gegoten, die de hele voorstelling lang niet meer verdween. De acteurs kwamen er nauwelijks bovenuit. Poppetjes waren het, verdwaald in de kunstverzameling van Bierens. Ze spraken teksten van Michelangelo en Italo Calvino, deden nog eens een performance van Ulay & Abramovics zo dunnetjes mogelijk na, maar niets kwam in deze geheiligde atmosfeer tot leven. Bij ieder fragment dat je herkende verlangde je naar het origineel. Of naar iemand die met enig enthousiasme over deze verzameling keuzen zou vertellen. Met selecteren en organiseren alleen kom je er niet in het theater. De overtuiging zit ’m in de manier waarop je je materiaal presenteert.