Fotografie: Will McBride en Zeig mal!

Sanna en Klaas gaan met elkaar naar bed

Het seks-educatieboek Zeig mal! (1974) was een bestseller in de jaren zeventig. Totdat het het stigma kreeg van kinderpornografie. De Werdegang van een omstreden boek.

NERGENS WORDT de veranderlijkheid – en de verraderlijkheid – van de seksuele moraal zo pijnlijk zichtbaar als in de geschiedenis van het seksuele educatieboek Zeig mal!
Die geschiedenis begint in de vroege jaren zeventig, in Zwitserland, op een Baselse kleuterschool. Helga Fleischhauer-Hardt, een 38-jarige psychologe en schooldirectrice die onderzoek doet naar de seksuele ontwikkeling van kleuters, ontdekt dat er voor deze leeftijdsgroep nauwelijks goede instructieboeken bestaan. Uit onvrede hierover besluit ze zelf maar zo’n boek te maken. Hiervoor roept ze de hulp in van Will McBride (Saint Louis, 1931), een Amerikaans-Duitse fotojournalist, die in de jaren zestig naam heeft gemaakt met fotoreportages voor bladen als Life, Look en Twen. McBride is de ideale partner in crime: hij heeft affiniteit met het onderwerp – kort geleden bundelde hij onder de titel The Sex Book de naaktfoto’s die hij schoot voor Duitse encyclopedieën. Bovendien is hij door zijn werk voor tijdschriften als Eltern Magazine, een populair Duits tijdschrift voor ouders én kinderen, gewend om met kinderen te werken.
In het voorjaar van 1973 beginnen de voorbereidingen. McBride tekent met potlood een storyboard en speurt in zijn vriendenkring naar geschikte modellen. Voor een mooi egale achtergrond verft hij de wanden van zijn studio wit.
De daaropvolgende zes weken fotografeert hij zijn modellen: een zwangere brunette, een blond pubermeisje, een feminiene jongen, een kleutermeisje, een kleuterjongetje, een blozende baby. Hij maakt foto’s van hun gezichten, van hun lichamen, hun borsten, billen en geslachtsdelen. Ook maakt hij foto’s van de modellen verwikkeld in seksuele en andere intieme activiteiten. Een foto toont een vozend stelletje. Op een andere foto grijpt een baby naar een kloeke moederborst.
Als McBride is uitgefotografeerd, en hij het materiaal in een logische volgorde heeft geplaatst, voorziet hij de foto’s van didactische bijschriften. ‘Ik wil weten wanneer mijn piemel net zo groot is als die van papa’, schrijft hij bij een foto van een engelachtig jongetje dat zichzelf betast, de arm broederlijk om zijn vader geslagen. Bij een foto van een meisje dat liefdevol het minuscule penisje van een jongetje vasthoudt noteert McBride: ‘Het is leuk om jouw piemel vast te houden.’

TEGENWOORDIG LIJKT een project als Zeig mal! vragen om problemen, maar begin jaren zeventig is de timing perfect. De seksuele revolutie is in volle gang; in progressieve kringen worden de geneugten van de vrije relatie gepredikt. Wilhelm Reich gaat nog door voor een zeer belangwekkend intellectueel.
Tijdens die seksuele revolutie is ook de blik op het kind veranderd. ‘Hou je vast Marietje, daar gaan we!’ staat er onder een NVSH-cartoon waarop een klein meisje boven op een bloot echtpaar ligt. De cartoon is representatief. Het kind is niet langer een baken van onschuld, maar een seksueel wezen met een actief lust- en driftleven. Erkenning en stimulering van deze behoeften – bijvoorbeeld door het kind te leren masturberen of het vrijelijk te laten experimenteren met leeftijdgenootjes – is volgens de moderne psychologie gezond en zal leiden tot een bevredigend seksleven. Seksuele restricties en taboes daarentegen, zo waarschuwen de geschriften, zijn af te raden. Die veroorzaken namelijk agressie, depressie en onvermogen om op latere leeftijd prettige seksuele relaties aan te gaan.

DE FOTOGRAFIE blijkt het ideale medium om zulke ideeën aan de man te brengen. Ze is explicieter dan de illustratie en makkelijker te produceren dan de film – bovendien leent het fotoboek zich uitstekend voor export (waardoor mensen op de foto’s vaak gekke namen hebben en Zweedse kranten lezen). Wie tussen de drie en tien jaar oud is en linkse ouders heeft ontkomt er niet aan: de boeken uit de Variaties-reeks van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming, NVSH, of het Zweedse Mummel, titels waarin op niets verhullende wijze zaken als zwangerschap (‘Sanna en Klaas gaan soms met elkaar naar bed. Daardoor is er een kindje in Sanna’s buik ontstaan. Sanna en Klaas noemen het Mummel’), zelfbevrediging, en, omdat je niet vroeg genoeg kunt beginnen, de terreur van het grootkapitaal worden besproken, becommentarieerd en getoond.
Zeig mal! wijkt op twee punten af van dat soort seks-educatieboeken. Allereerst is er een verschil in kwaliteit. McBride’s foto’s zijn veel beter dan die in andere boeken. Geïnspireerd door de New Yorkse fotograaf William Klein past hij veel theatrale effecten toe, extreme close-ups, sterke licht-donkercontrasten, grove korrel. Hierdoor zien haren eruit alsof ze van stro zijn, huiden lijken van marmer. Het geeft McBride’s fotoserie een serene, bijna klassieke schoonheid.
Tegelijk – en dat is het tweede verschil – is Zeig mal! veel extremer. Explicieter. Zo u wilt: pornografischer. Waar de meeste educatieboeken eruitzien als het fotografische equivalent van de softpornofilm (inclusief dat eeuwige hysterische gelach), wordt in Zeig mal! niets aan de fantasie van de kijker overgelaten. Een foto toont op spreadformaat de haarloze vulva van een klein meisje. Een andere foto toont fellatio in close-up. Bewuste exploitatie of de projecties van een dirty mind? Wie zal het zeggen. Wie opgewonden raakt van jonge kinderen kan hier in ieder geval zijn lol op.
Ondanks – of waarschijnlijker dankzij – deze heftige inhoud is Zeig mal! wanneer het in het najaar van 1974 verschijnt een groot succes. In Duitsland verkoopt het in totaal negentigduizend exemplaren; in de Verenigde Staten, waar het boek een jaar later verschijnt, gaan er driehonderdduizend over de toonbank. Er verschijnen vertalingen in het Spaans, Tsjechisch, Zweeds en Japans. In Nederland is Laat ’s zien! te bestellen bij de ECI boekenclub. Iedere familie die ook maar een beetje progressief is heeft het op zijn koffietafel liggen.

TOCH IS Zeig mal! vanaf het begin omstreden. Al voor verschijning wordt McBride aangeklaagd door de ‘Verenigde Duits-Sprekende burgers, ter bescherming van de menselijke waardigheid’ voor seksueel misbruik. In de Verenigde Staten doen gouverneurs uit Massachusetts, New Hampshire, Oklahoma, Toronto en Canada pogingen om het boek uit de schappen te krijgen. Tevergeefs. Het boek is niet te vervolgen omdat het noch voor de Duitse, noch voor de Amerikaanse wet onder de noemer kinderporno valt.
Dat verandert in 1982. Dan wordt in de staat New York, naar aanleiding van de beruchte zaak New York versus Feber (Feber was een boekverkoper uit Manhattan die onder de toonbank vieze filmpjes verkocht), de wet op de kinderpornografie aangescherpt. Voortaan kan ook ‘niet obscene’ kinderporno – dat wil zeggen: naakt zonder pornografische intenties – worden vervolgd. Voor fotografen is dit slecht nieuws. De wet maakt de weg vrij voor moraalridders en kunsthaters, die iedere fototentoonstelling met minderjarig naakt aangrijpen om onder het mom van kinderbescherming artistieke censuur te plegen. Treurig is bijvoorbeeld het lot van Jock Sturges, een fotograaf uit San Francisco die naam maakt met klassieke naaktfoto’s van adolescenten en kinderen, beelden waarvan een kind ziet dat er niets pornografisch aan is. Toch besluit de FBI – niet direct een toonbeeld van artistiek oordeelsvermogen – Sturges’ vaste drukker te arresteren en zijn werk in beslag te nemen.
Nog onfortuinlijker is Alice Sims uit Alexandria, Virginia – een onbekende fotografe. Sims heeft een negatief van een waterlelie gekruist met dat van haar naakte eenjarige dochtertje, een beeld dat, zoals het tijdschrift Aperture schrijft, zo onschuldig is als een ansichtkaart. De fotolaborant die de beelden ontwikkelt denkt daar anders over en nog diezelfde dag staat de politie bij Sims op de stoep. Ze confisqueren haar foto’s en nemen haar dochtertje (en haar andere kinderen) mee naar het ziekenhuis, alwaar ze worden onderzocht op tekenen van seksueel misbruik.
Voor Zeig mal! betekent de nieuwe wetgeving einde oefening. Met de aanklachten van voorgaande jaren nog vers in het geheugen wacht uitgever St. Martins Press de schadeclaims en arrestaties niet af. In 1982, zeven jaar na publicatie, haalt ze het boek van de Amerikaanse markt.

ONDERTUSSEN kwam in Europa de pendule van de seksuele moraal in beweging. De mythes van de jaren zestig hadden hun glans verloren en de seksuele ontwikkeling van het kind was toch iets complexer dan gedacht. Seks op heel jonge leeftijd (dan wel met leeftijdgenoten, dan wel met volwassenen) bleek niet zonder gevaren: het kon wel degelijk schade berokkenen. Een reeks (media)schandalen had bovendien aangetoond dat achter veel progressieve idealen minder nobele motieven schuilgingen – de grens tussen educatie en incest was verdomde dun. De media die de verhalen over peace, love and happiness moe begonnen te worden, zagen in kindermisbruik een dankbaar onderwerp en begonnen een stroom verhalen te publiceren over schimmige kinderpornonetwerken en gewetenloze pedofielen.
In deze heksenjacht was Zeig mal! een makkelijke schietschijf. Enerzijds door de inhoud van het boek, dat met zijn foto’s van koddige kleuters gefundenes Fressen was voor pedoseksuelen; anderzijds doordat allerlei foute types ermee aan de haal gingen. Al snel na verschijning werd het namelijk gekidnapt door het smoezelige postorderbedrijf Apollo (een soort Pabo-gids) die Zeig mal! in de catalogus opnam en het aanprees als een boek voor de liefhebber, ‘scherp als een cayennepeper’, vol jongens ‘die met hun mond, pik en kont alles geven’. Nog funester was een artikel dat in september 1983 verscheen in het Amerikaanse opinieblad Time magazine, en waarin tot in de meest schokkende en smakeloze details de gevolgen van kindermisbruik werden beschreven.De fotoredactie illustreerde het stuk met foto’s uit Zeig mal!
De ironie van de tijdgeest: binnen tien jaar was Zeig mal! veranderd van een populair educatieboek met duizenden liefhebbers in een smoezelig collector’s item voor pedofielen, waar hoe langer hoe meer een odium van criminaliteit omheen hing. In 1986 deed de Frankfurter Jugendamt een poging om het boek te verbieden. Tien jaar later probeerde de Jonge Unie in Wuppertal hetzelfde – beide pogingen waren onsuccesvol.
In de Verenigde Staten was het boek inmiddels wél verboden; het stond – en staat – zelfs met stip boven aan de zwarte lijst van pedofiel-literatuur. Vijf jaar geleden nog moest een bejaarde man uit Pittsburgh voorkomen omdat een exemplaar van Zeig mal! in zijn bezit was aangetroffen. Pas toen hij kon bewijzen dat hij het boek 25 jaar eerder gewoon op de universiteitscampus had gekocht werd hij vrijgesproken.
Will McBride – een nukkige, argwanende man – verbaast zich nog steeds over het lot van zijn boek. ‘In de tijd dat ik die foto’s maakte’, zei hij toen ik hem vorige maand opzocht in zijn atelier in Berlijn Mitte, ‘interesseerde niemand zich voor die pedofielen.’
Verder had hij weinig aan de geschiedenis toe te voegen. ‘Misschien moeten we dit interview maar beëindigen’, verzuchtte hij al na een kwartier, ‘ik word zo moe van deze shit.’

WAT MCBRIDE waarschijnlijk niet weet, is dat Zeig mal! intussen aan een tweede leven is begonnen. Onder fotoliefhebbers heeft het een reputatie opgebouwd als campy curiosum dat op antiquarische sites tussen de 250 en (in hardcover) twaalfhonderd euro doet. In The Photobook: A History Volume II van Martin Parr en Garry Badger wordt het geroemd als een treffend tijdsdocument; de Amerikaanse fotografe Jennifer Loeber heeft als eerbetoon een eigen naaktserie naar McBride’s boek vernoemd. Langzaam maar zeker begint de kunstgeschiedenis – die grote ethische gelijkmaker waarin de schurken van gisteren de schelmen van morgen zijn – haar werk te doen. Nog even en McBride’s broeierige foto’s van jonge kinderen hebben eenzelfde museale respectabiliteit, als, zeg, een schandknaapje van Caravaggio.
Dat het seksueel educatieve fotoboek ooit een comeback maakt lijkt echter uitgesloten. Fotografen die medewerking verlenen aan zo’n boek nemen nog altijd een groot risico: het stigma van kinderpornografie kan een lelijke kras vormen op de carrière – hoe onterecht dat stigma ook is. Bovendien is de Amerikaanse markt voor boeken met naakte kinderen nog steeds gesloten, waardoor het voor uitgevers onaantrekkelijk wordt om erin te investeren.
Wie zijn kroost voorlichting wil geven uit een seksueel educatieboek met foto’s zal dus echt op eBay of in het antiquariaat moeten zoeken.
In recente titels zijn de foto’s namelijk vervangen door pictogrammen.

Zeig mal! wordt antiquarisch aangeboden op www.antiqbook.com

Met dank aan Paul Kooiker en Jelto Drenth