Popmuziek - Craig Finn

Sarah belt vanuit het hotel

Striptekenaar Hein de Kort heeft er zijn handelsmerk van gemaakt: tekenen buiten de lijntjes. Als zijn strippersonages meer hebben te melden dan in een tekstwolkje past, gaan ze gewoonweg buiten het wolkje verder.

Er bestaan ook popartiesten die zo werken. Craig Finn, voorman van The Hold Steady (uit Brooklyn), is lang van stof. Nooit té lang wanneer het gaat om de kwaliteit van zijn teksten. Hij is een verhalenverteller in de beste traditie van Springsteen (al doet die niet aan het name droppen van invloeden, en heeft Finn daar welhaast zijn handelsmerk van gemaakt) en zijn band is een grandioze barband. Het rammelt en kraakt soms, en op de live-cd A Positive Rage zong Finn soms ronduit vals, maar het feit dat er niet eens een poging was gedaan om dat achteraf op te poetsen benadrukte het signaal: wij zijn een échte liveband, waarbij energie het wint van perfectionisme.

Na het meesterwerk Boys and Girls in America en het uitstekende Stay Positive maakte de band nog twee albums die zeker niet slecht waren, maar dat niveau niet haalden. Dat leek ook samen te hangen met het vertrek van toetsenist Franz Nicolay, in al zijn flamboyante enthousiasme bijna een tweede frontman, die met zijn piano-, mandoline- en accordeonspel bovendien voorkwam dat de band verzandde in een gitaarmuur, of eenvormigheid. Het was bovendien een uitstekende tweede stem, iets wat de tamelijk beperkte zanger Craig Finn zeker live goed kon gebruiken. Nicolay speelde nog een tijd mee met Against Me!, maar richtte zich vervolgens op solowerk.

Het merkwaardige aan de solo-carrière van Craig Finn is dat hij zijn beperkingen uitvergroot en zijn kracht nergens groter is dan in zijn werk met de band. Daar ís hij al die uitstekende verteller, en dat is hij solo ook. Alleen al de titels van de nummers op zijn tweede album zijn veelzeggend: Maggie I’ve Been Searching for Our Son. Sarah, Calling From a Hotel. I Was Doing Fine (Then a Few People Died). De titels zelf zijn al verhaaltjes, en mocht Finn ooit een bundel met korte verhalen publiceren, dan is de kans groot dat die de moeite waard zijn. En zijn performance ervan (altijd wat zenuwachtig opgewekt, om de paar seconden zijn afzakkende bril weer hoger op zijn neus duwend) ongetwijfeld ook. Maar Faith in the Future is geen verhalenbundel, het is een album. En als muzíekalbum klinkt het flets en vlak. De effecten op zijn stem scheppen onnodige afstand. Een paar nummers springen eruit. Dat over Sarah die belt vanuit dat hotel is prachtig: het kabbelt rustig, maar de tekst is die van een thriller. Het laatste wat Sarah zegt voor ze in paniek ophangt, is dat haar man eraan komt en een pistool bij zich heeft. Maar de meeste andere nummers schreeuwen om een uitvoering door een band met pit. De tragiek is: die band heeft Craig Finn al.