Universitair docent politicologie, Universiteit van Amsterdam

Sarah de Lange

Wat is de meest dringende maatschappelijke kwestie van dit moment?

Het ontstaan van een nieuwe maatschappelijke scheidslijn tussen lager- en hogeropgeleiden en de opkomst van het populisme

De laatste jaren wordt een nieuwe tegenstelling in de Nederlandse samenleving zichtbaar, waarbij lager- en hogeropgeleiden zich in stijgende mate tegenover elkaar vinden. Deze nieuwe tegenstelling, die uitgebreid is beschreven door Mark Bovens, doorkruist traditionele maatschappelijke en politieke tegenstellingen. De kloof tussen lager- en hogeropgeleiden is zichtbaar op een veelheid van terreinen. Zo zijn lageropgeleiden eerder werkzaam in kwetsbare economische sectoren dan hogeropgeleiden en zijn zij minder mobiel op bijvoorbeeld de arbeids- en woningmarkt. Dit heeft als gevolg dat lageropgeleiden over het algemeen minder kosmopolitisch en tolerant zijn dan hogeropgeleiden en dat burgers met een mbo-opleiding wantrouwender tegenover de politiek staan dan burgers die een HBO of universitaire opleiding hebben. Dit uit zich politiek in een sterke oververtegenwoordiging van lageropgeleide kiezers in het electoraat van (radicaal rechts) populistische partijen. De maatschappelijke tegenstelling tussen lager- en hogeropgeleiden vindt dus zijn politieke vertaling in een tegenstelling tussen de politieke elite enerzijds en haar uitdagers anderzijds.

Ondanks dat de populistische partijen er voor zorgen dat ook lageropgeleide kiezers zich vertegenwoordigd voelen in Den Haag is de opkomst van het populisme niet zonder gevaren. Zo hanteren populisten een dichotoom wereldbeeld, waarin het goede volk tegenover de slechte elite staat. Het wij-zij denken dat karakteristiek is voor het populisme contrasteert dus de belangen van de man in de staat met die van de culturele, economische, en politieke gevestigde orde. Populisten ontkennen hiermee de veelheid aan belangen die burgers, jong en oud, lager- en hogeropgeleid, hebben en negeren dat deze belangen op verschillende manieren behartigd kunnen worden. Ook heeft het wij-zij denken van populisten een sterk polariserende werking, zowel op maatschappelijk als politiek vlak. Uiteraard is de aanhang van populistische partijen in Nederland beperkt, maar het gevaar bestaat dat gevestigde partijen het discours van populistische partijen overnemen, waardoor een populistische Zeitgeist ontstaat.

Wat is het meest onderschatte probleem in Nederland?

De verandering van het klimaat, en milieuproblematiek in zijn algemeenheid

Het milieu staat laag op de agenda van zowel kiezers als politieke partijen. Het is voor een zeer klein percentage van de Nederlandse kiezers doorslaggevend wanneer zij in het stemhokje staan. Bovendien neemt de aandacht van de meeste politieke partijen en de regering voor milieuproblematiek af. Deze politieke partijen formuleren minder beleidsvoorstellen op het terrein van milieu in hun verkiezingsprogrammas en in het regeerakkoord wordt het milieu slechts mondjesmaat genoemd.

Deze ontwikkeling hangt nauw samen met de hierboven gesignaleerde opkomst van het populisme. Aangezien hoogopgeleide kiezers over het algemeen het milieu eerder laten meewegen in hun stemkeuze en groene partijen doorgaans issue ownership hebben over het thema milieu, wordt het door veel laagopgeleide kiezers en populistische partijen als een speeltje van de linkse elite gezien. De klimaatsceptici binnen de PVV promoten dit beeld actief door een ieder die pleit voor meer aandacht voor het milieu af te schilderen geitenwollensokken activist of bewoner van een ivoren toren.

Deze claims zijn echter ongefundeerd en kiezers, politieke partijen, en regering onderschatten de milieuproblematiek. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat op verschillende terreinen de milieuproblematiek steeds nijpender wordt. Zo laat het Stern rapport zien wat de sociaal-economische gevolgen van de klimaatverandering zullen zijn en maakt het rapport ‘The Economics of Ecosystems Biodiversity’ inzichtelijk hoe snel de biodiversiteit de komende jaren zal afnemen en welke consequenties dit zal hebben. Uiteraard is er discussie mogelijk over de onderzoeksmethodologie die ten grondslag ligt aan deze rapporten. De belangrijkste conclusie van de rapporten is echter zeer overtuigend: de ecologische, economische en maatschappelijke gevolgen van het onderschatten van deze ontwikkelingen kunnen desastreus en onomkeerbaar zijn.

Wat is het meest overschatte probleem in Nederland?

Immigratie- en integratieproblematiek

Sinds het midden van de jaren 90 wordt het immigratie en integratie issue door veel kiezers genoemd als het belangrijkste probleem in Nederland. Het issue vormt voor kiezers de belangrijkste reden om radicaal rechts populistische partijen, zoals de LPF en de PVV, te steunen. Deze partijen hebben het issue ook hoog op de politieke agenda gezet. Het issue vormt de kern van de politieke programma’s van radicaal rechts populistische partijen en door hun electorale succes hebben zij gevestigde partijen gedwongen ook aandacht aan de problematiek te besteden. Op zich is dit een positieve ontwikkeling, omdat de opkomst van radicaal rechts populistische partijen de gevestigde partijen dwingt te luisteren naar wat er leeft in de samenleving en na te denken over mogelijke oplossingen voor gesignaleerde problematiek.

De manier waarop immigratie en integratie issues het huidige maatschappelijke en politieke debat beheersen komt echter niet overeen met de grootte en urgentie van de daadwerkelijke problematiek. Zoals Ewald Engelen recent in zijn oratie aangaf is het waarschijnlijk dat het saldo van de immigratie uiteindelijk positief zal zijn. Bovendien is immigratie noodzakelijk om de Nederlandse welvaartsstaat in stand te houden. De dominantie van de immigratie- en integratieproblematiek in het maatschappelijke en politieke debat heeft veel te maken met het feit dat de LPF en de PVV dit debat op twee manieren hebben beïnvloed. In de eerste plaats hebben zij het op een andere manier geframed dan voorheen het geval was. Waar eerst voornamelijk in economische en juridische termen over immigratie en integratieproblemen werd gesproken, wordt dit tegenwoordig eerder in culturele of religieuze termen gedaan. Daarnaast hebben radicaal rechts populistische partijen de immigratie- en integratieproblematiek verbreed en het thema tot omnibus issue gemaakt. Bijgevolg worden alle problemen die samenhangen met immigratie, alsmede een veelheid aan maatschappelijke problemen die dat niet of slechts gedeeltelijk doen, op één hoop geveegd en van een cultureel sausje voorzien. Het dierenleed in Nederlandse slachterijen, de discriminatie van homoseksuelen en joden, Europese ontwikkelingshulp aan ontwikkelingslanden, het Israelisch-Palestijns conflict, de stijgende kosten in de (geestelijke) gezondsheidszorg, de toetreding van Turkije tot de Europese Unie en vandalisme in achterstandswijken en het openbaar vervoer worden allemaal en exclusief gezien als islam- of immigratieproblematiek. Aandacht voor de economische en sociale achtergronden van maatschappelijke problemen is er niet of nauwelijks meer. Deze versmalling van het maatschappelijke en politiek debat is onwenselijk, omdat dit tot ineffectieve symboolpolitiek leidt.


Bekijk ook de pagina van Sarah de Lange bij de UvA