Interview met Philippe Val

‘Sarkozy is een bonapartist’

Philippe Val is hoofdredacteur van het Franse satirische blad Charlie Hebdo en fel criticus van president Sarkozy. Begin dit jaar won hij een proces dat twee moslimorganisaties hadden aangespannen omdat zijn blad spotprenten van Mohammed had afgedrukt.

Hij is chansonnier en bracht enkele cd’s uit met lichtvoetige, zelfgeschreven liedjes. Maar voor de muziek, zijn grootste liefde, heeft Philippe Val de laatste jaren nauwelijks tijd gehad. Want hij is ook hoofdredacteur van het satirische links-libertijnse weekblad Charlie Hebdo en als politiek analist een graag geziene gast in radio- en televisieprogramma’s. Daarmee heeft hij het erg druk, want ook in Frankrijk is het politieke landschap danig in beweging. In 2002 wist de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen door te dringen tot de tweede ronde van de presidentsverkiezingen en dit jaar werd Nicolas Sarkozy in dat ambt verkozen. Toen Sarkozy nog minister van Binnenlandse Zaken was, kenmerkte Charlie Hebdo hem als een regelrechte bedreiging voor de Franse democratie en rechtsstaat. Val schreef zelfs te zullen overwegen het land te verlaten na een eventuele verkiezingsoverwinning van Sarkozy.

Dat blijkt bij navraag allerminst serieus bedoeld te zijn geweest. Val toont zich zelfs begripvol voor het feit dat een grote meerderheid van de Fransen dit voorjaar voor Sarkozy koos. Dit was volgens hem geen rechtstreeks uitvloeisel van zijn populistische optreden als minister van Binnenlandse Zaken. Philippe Val: ‘Het had te maken met een thema dat steeds meespeelde tijdens de verkiezingscampagnes, al werd er niet over gesproken: de mondialisering. Daaraan moeten we ons aanpassen, dat is in Frankrijk nog niet gebeurd. Sarkozy wil: “Harder werken om meer te verdienen”. Dat is inderdaad een manier om je aan te passen aan de mondialisering: met z’n allen Chinezen worden. Een linkse reactie had misschien kunnen zijn: “Beter werken om beter te leven”, ik weet het niet… misschien is werken ook niet het belangrijkste. Maar een links antwoord op de mondialisering bleef uit. Diegene die gewonnen heeft, was dus de enige die een antwoord had op de mondialisering: Sarkozy.’

Vals felle kritiek op Sarkozy richt zich niet zozeer op diens rechtse economische programma. Hij maakt zich vooral grote zorgen over de combinatie van pragmatisme en populisme die kenmerkend is voor de nieuwe president. Val: ‘Wat men pragmatisme noemt in de politiek is het onmiddellijk reageren op bepaalde feiten, zonder de oorzaken daarvan te begrijpen. Dat is het meest middelmatige stadium van politiek bedrijven. Bijvoorbeeld het idee dat gewelddadige onderdrukking een doelmatige reactie is op geweld. Ik denk dat zelfs chimpansees verder denken dan dat. Ze hebben het dan over gezond verstand. Het gezond verstand is de kortste weg van de ene klootzak naar de andere.’

Wanneer Val de gevaren schetst die het presidentschap van Sarkozy met zich meebrengt, vallen er al snel grote woorden. De Franse democratie en rechtsstaat zijn in gevaar, vreest hij: ‘Sarkozy heeft er tot nu toe geen blijk van gegeven tégen de democratie te zijn. Maar hij is wel iemand die de democratie verzwakt. Hij reageert op de opiniepeilingen. Dat houdt in dat hij een voortdurend wantrouwen in stand houdt tegenover het parlement. Au fond vindt hij dat maar een obstakel. Hij regeert het liefst rechtstreeks. Het wil ook zeggen dat hij afkerig is van ideeën. Democratie ís een idee en daar zijn intellectuelen bij nodig. Dat zijn ook van die intermediairs waar hij niet van houdt: intellectuelen. Sarkozy is een bonapartist. Hij staat in direct contact met het volk, werkt voortdurend samen met opiniepeilers en stemt daar zijn beslissingen op af. Wanneer een kind het slachtoffer wordt van een pedofiel komt hij met een nieuwe wet tegen pedofielen, terwijl de bestaande wetten ruimschoots toereikend zijn, als ze worden toegepast. Hij doet dat omdat de publieke opinie daarom vraagt. Wanneer ergens een kind gebeten wordt door een konijn zal hij een wet maken tegen konijnen. Maar het systeem van wetten is complex en kwetsbaar, je moet daar niet voortdurend op allerlei manieren aankomen. Anders weten noch de advocaten, noch magistraten straks nog hoe al die wetten precies op elkaar inwerken. Sarkozy handelt niet uit een ethisch bewustzijn, maar naar gelang de omstandigheden. Persoonlijk vind ik dat je principes moet hebben. Die principes zijn er niet voor de eeuwigheid, die moeten zich mee ontwikkelen met de maatschappij, maar zo langzaam mogelijk. In ieder geval moeten ze niet met alle winden mee waaien.’

Een van de wetten waarin Sarkozy zijn tanden zal zetten, vreest Val, is die op de laïcité, uit 1905. Hierin wordt de strikte scheiding tussen kerk en staat geregeld. Sarkozy vindt dat de overheid de ontwikkeling van een Franse variant op de islam moet stimuleren. Philippe Val: ‘Blijkbaar droomt hij van een theologische revolutie die de islam verzoent met het principe van de democratie, inclusief de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Christenen en joden hebben ook hun canonieke heilige teksten gemoderniseerd en een heleboel van wat daarin te vinden is afgezworen. Men zou wensen dat dat ook binnen de islam gebeurt. Om dat te bereiken wil hij imams opleiden en moskeeën stichten waar men een islam leert die verenigbaar is met de minirok.’

Hoewel hij de doelstelling van Sarkozy, die zich op dit punt duidelijk onderscheidt van moslimvreters als Le Pen, onderschrijft, tilt Val er zwaar aan dat de president het principe van de scheiding tussen kerk en staat dreigt te zullen schenden. Dat is moeilijk te verkroppen voor de orthodoxe vrijdenker die hij is. Wat Val betreft moeten mensen door de overheid benaderd worden als individu, ongeacht hun identiteit. ‘Zo’n identiteitskaart, dat is de dubbelzinnigheid ten top. Het idee identiteit is schizofreen: “Ik ben de enige die net zo is als anderen.” Natuurlijk zijn er dingen die je gemeenschappelijk hebt met anderen: de taal, liefde voor bepaalde boeken, culturele smaak, religieuze ideeën. Maar al die dingen bepalen niet wat een individu is. Dat is juist zijn bijzonderheid, niet dat hij bij een etniciteit of andere groep hoort.’ Val heeft er dan ook geen begrip voor wanneer moslims het recht op een eigen identiteit opeisen. ‘Dat is een antidemocratische eis. Want waar dient dat toe als het niet is om aan die identiteit bepaalde rechten te ontlenen? Dat zijn geen rechten die voor iedereen gelden. Het zijn dus antidemocratische rechten.’

Toen Charlie Hebdo ten tijde van de Deense cartooncrisis de omstreden spotprenten van Mohammed afdrukte, werd hoofdredacteur Val voor de rechter gedaagd, onder andere door de als liberaal bekendstaande Grote Moskee van Parijs. De tekeningen zouden beledigend zijn en haat zaaien. Val was niet erg onder de indruk: ‘De rector van de Grote Moskee van Parijs, die tolerant en open is, had volgens mij helemaal geen zin om die klacht tegen ons in te dienen. Maar hij zat tussen twee vuren. Enerzijds waren er de behoudende moslims die wilden dat hij dat wel deed en anderzijds president Chirac, die dat ook wilde, om aan de Saoedi’s en Iraniërs, zijn moslimvriendjes, te laten zien dat men in Frankrijk optreedt tegen mensen zoals wij. Er was een bondgenootschap tussen het Elysée en de behoudende moslims in deze zaak.’ In maart van dit jaar werd hij van rechtsvervolging ontslagen. ‘De rector heeft toen gezegd dat hij heel tevreden was over het proces, met andere woorden dat hij er tevreden over was dat hij verloren had.’

Wanneer het om zijn libertijnse idealen gaat, weigert Val zich ook maar enigszins diplomatiek op te stellen. Zo publiceerde hij in zijn blad een petitie voor het recht op godslastering. Ook verscheen er tijdens de Deense cartooncrisis een manifest waarin werd opgeroepen tot strijd tegen het islamisme – gedefinieerd als religieus totalitarisme – ondertekend door onder anderen Ayaan Hirsi Ali en hemzelf. Van ‘politieke incorrectheid’ moet hij echter niks hebben. Val: ‘Dat is het recht opeisen om kwaad te spreken over negers, homo’s, joden, Arabieren, vrouwen enzovoort. Mensen stigmatiseren en in het openbaar vernederen, niet om wat ze doen, maar om wat ze zijn. Het komt voort uit populisme, uit drek, en leidt tot racisme.’

Philippe Val schopt graag tegen heilige huisjes, maar zelden zonder ironie. Charlie Hebdo kiest consequent voor een satirische benadering. ‘We hebben een lichtvoetige aanpak, wat niet wil niet zeggen dat we de dingen niet serieus nemen of onverantwoordelijk bezig zijn. Wanneer je alles even ernstig neemt, raak je voortdurend in de put. De mogelijkheid om van tijd tot tijd lol te maken stelt ons in staat om vrijuit te denken. En machthebbers zijn er niet zo blij mee. Er is geen dodelijker vorm van protest dan het lachje dat in een hoek van je lippen verschijnt.’