Tentoonstelling van het kwaad

Satansrochel te Rotterdam

In de hel heersen brand en geweld. Voor de artistieke beleving van al dit Kwaad bezoeke men de tentoonstelling Exorcism/Aesthetic Terrorism in Museum Boijmans Van Beuningen.

Het schijnt niet goed te gaan met de hedendaagse kunst. Steeds vaker hoor je de verzuchting dat het wel mooi geweest is. Onlangs nog brak kunstcriticus Cornel Bierens in NRC Handelsbad hartstochtelijk een lans voor het integraal afschaffen van al die halfbakken performances en tentoonstellingen waarin kunstenaars koffie drinken met hun publiek, voorbijgangers naar hun diepste angsten wordt gevraagd, een kunstenaar de nacht doorbrengt bij wildvreemden en hun dromen optekent, of onopgemaakte bedden, bezaaid met condooms en wodkaflessen, plompverloren in de museumzaal worden geplaatst. De kunst is het leven niet en het leven is niet de kunst, aldus de bezorgde kunstcriticus. Sterker nog, betoogde Bierens, «de kunst is van het leven nu juist de verhevigde vorm, het inzicht, de schoonheid, het flitsende moment». In Museum Boijmans Van Beuningen heeft stadsconservator Wilma Sütö, voormalig kunstcriticus voor de Volkskrant, al dan niet bewust, gehoor gegeven aan Bierens alarmerende oproep. De tentoonstelling Exorcism/Aesthetic Terrorism - licht ontvlambare temperamenten in de hedendaagse kunst (hoe zou NOS-journaalpresentator Philip Freriks zo'n titel uitspreken?) toont kunst als contrapunt van het saaie dagelijkse leven. Deze zomermaanden betreden wij in het Boijmans namelijk de hel. En in de hel is het leven natuurlijk geen lolletje. Daar wordt eeuwig gebrand, daar is geweld de norm, pijn een lust en zonde een lachertje. Helaas is de hel al gedurende twintig eeuwen christendom een behoorlijk abstract begrip. Niemand is er ooit uit teruggekeerd om verslag te doen van de daar gepraktiseerde kwellingen. Laat staan dat we ooit een live reportage uit het Huis van Satan hoeven te verwachten. («Pia, hebben we contact?» «Maartje, kom er maar in. Hoe is het daarboven?») We moeten ons dus behelpen met de hel op aarde of de hel opgeroepen in de kunst. Van de hel op aarde doet de afdeling massamedia dagelijks verslag, voor de artistieke beleving van het Kwaad vervoege men zich bij het Boijmans. «Wie de duivel wil kelen, zal hem in het gezicht moeten zien», schrijft S ütö in de door ontwerperscollectief 75B doeltreffend vormgegeven catalogus: een uitspraak die de diepe morele betekenis verraadt die het Kwaad nog altijd aankleeft. De kunstenaar blijkt niet de boodschapper van de duivel - hoewel hij in de ogen van menig oplettende negentiende- en twintigste-eeuwer er een godslasterlijke levensstijl op nahield - hij toont het Kwaad juist met het doel het uit te bannen. Wie niet afdaalt in de hel zal nooit meester worden over de demonen die hem kwellen. De catalogus: «De betrokken kunstenaars drijven hun eigen frustraties, angsten en woede uit, of trachten de wilde wereld te temmen. Daarbij heiligt het doel de middelen. Exorcisme=Esthetisch Terrorisme.» No pain no gain. Kunst als persoonlijk purgeermiddel, als opmaat naar een transcendente ervaring waarin de schok van de catharsis de kijker bevrijdt van zijn duistere driften en verlangens. Is het gek dat dan automatisch de namen van «gevaarlijke» denkers als Georges Bataille, Friedrich Nietzsche en Rƒdiger Safranski in gedachten springen? Dat is niet vreemd, aangezien teksten van Bataille en Safranski zijn afgedrukt in de catalogus. Safranski: «Je raakt je dromen niet kwijt door ze te censureren. Je moet je volledig overgeven aan hun geweld, ze laten uitrazen. Alleen dan kun je tot rust komen.» De schok is nodig om tot inzicht te geraken. Heeft iemand wel eens nagedacht over de onmiskenbaar pedagogische ambitie die huist in de ziel van met het Kwaad gepreoccupeerde kunstenaars? De satanische manipulators van de menselijk geest zijn in het diepst van hun hart schoolmeesters, die hun publiek willen heropvoeden - om beter te zien, te voelen en na te denken. Bruce Nauman: «Vanaf het begin heb ik steeds geprobeerd of ik kunst kon maken die er zomaar opeens is. Alsof je met een honkbalknuppel in je gezicht wordt geslagen. Of liever nog: achter in je nek. Je ziet het nooit aankomen; het kegelt je plotseling omver. Dat idee trekt me erg aan: het soort intensiteit waaruit je op geen enkele manier kunt opmaken of het je zal bevallen of niet.» Geweld, erotiek, oorlog, de roes, de extase en de waanzin: je vindt het allemaal in de kunst, de enige plek waar de strakke codes en verplichtingen van het maatschappelijk verkeer mogen worden doorbroken. Ontregelende ervaringen, waarin het individu zich losmaakt van zijn begrenzingen en een wordt met zijn ware, dierlijke zelf (Batailles «andere werkelijkheid», geworteld in de heidense driftwereld) - dat zijn de zaken waarin het Kwaad zich manifesteert. Goed dat er kunst is - als oorlogsverklaring aan het vernis van wetenschappelijke redelijkheid dat de dagelijkse gang van zaken in een verstikkende wurggreep gevangen houdt. Want waar de beleving van het echte Kwaad (de zinloos destructieve kant van onze persoonlijkheid) al gauw uitloopt op zware psychische en lichamelijke verwondingen, sublimeert de kunst door de macht van de verbeelding het Kwaad in een schilderij, sculptuur, video of performance. Zodat we in de afgrond van onze ziel kunnen kijken en er toch zonder kleerscheuren vanaf komen. Exorcism/Aesthetic Terrorism is, getuige de romantische bewoordingen waarin het tentoonstellingsconcept wordt beschreven, een onderneming die getuigt van een onverwoestbaar geloof in kunst en de maatschappelijke betekenis van de kunstenaar. Dat klinkt verfrissend in een tijd waarin er steeds vaker geluiden zijn te horen dat «de rol van de kunstenaar» onderhand is uitgespeeld en dat hij er beter aan doet als ideeënleverancier te verdwijnen in de wereld van de politiek, zaken of reclame. De door de Rotterdamse stadsconservator geselecteerde kunstenaars bewijzen dat persoonlijke visie nog altijd overtuigend kan worden uitgedragen in de museumzaal. En dat het bezweren van persoonlijke angsten in een esthetiek van de verschrikking nog steeds bijzonder effectief kan zijn. Tegelijkertijd maakt Exorcism/Aesthetic Terrorism duidelijk dat de kwaliteiten van kunstenaars niet altijd het beste tot hun recht komen in een groepstentoonstelling. Maar dat is een bekend fenomeen in de geschiedenis van het tentoonstellingswezen: wie werken onder een gemeenschappelijke noemer naast elkaar zet, moet er rekening mee houden dat sommige zalen bezwijken onder de lading van het tentoonstellingsconcept terwijl andere onverwacht sterk naar voren treden. Indrukwekkend is Bruce Naumans video-environment Anthro/Socio (Rinde facing camera) uit 1991 waarin op zes grote schermen en videotorens een kaal mannenhoofd onophoudelijk een bezwerende klaagzang de museumzaal in slingert: «Feed Me, Eat Me, Anthropology Help Me, Hurt Me, Sociology Feed Me, Help Me, Eat Me, Hurt Me». Keihard, vervormd, tragisch en wanhopig klinkt de stem, gevangen in een loop. Dit is de stem van pathologische dwangmatigheid - een stem uit een concentratiekamp, een satansrochel uit de hel. Koude rillingen over de ruggengraat, een inktzwarte mantra voor de oren. Jeroen Eisinga’s schuimbekkende waakhond uit het zwartwit-filmpje Het zesde zintuig (1994), laat geen misverstand bestaan over de dodelijke woede van de hellehond. De onder het gewicht van zijn spieren door de poten zakkende mastiff napoletano, opgehitst door een ratelende camera in handen van een onschuldig ogend meisje, blijkt een waardige collega van de kinderverslindende buldog uit Les chants de Maldoror, Lautréamonts beroemde boek waarin het Kwaad bezongen wordt om de mensen de ogen te openen voor hun aangeboren slechtheid. Want slecht is de mens, zoveel staat wel vast. Louise Bourgeois zal de laatste zijn om het te ontkennen. Incest, vernedering, contactgestoordheid, verstoorde familieverhoudingen, op de klippen lopende liefdes, bewuste psychologische wreedheid: niets bleef haar bespaard. Onder het motto «maak van je hart geen therapeutische moordkuil» verwerkte ze het allemaal in haar kunst. «Bijna negentig jaar oud, nog altijd slapeloos van woede », vermeldt de catalogus. Bourgeois: «Tenslotte kunnen we zeggen dat beeldhouwkunst een exorcisme is en wanneer je echt depressief bent en geen andere oplossing meer hebt dan zelfmoord, dan haalt het beeldhouwen je eruit en brengt je terug in een zekere harmonie. Dat is het doel ervan.» Goed dat er kunst is - voor de labielen van geest. Het Kwaad kent vele gezichten. Soms manifesteert het zich luid en duidelijk, met de kracht van een op drift geraakte voorhamer (zie ook Bruce Naumans «honkbalknuppeleffect»), bij andere gelegenheden opereert het in het verborgene, om veel later open te breken als een pestgezwel. De in het Boijmans bijeengebrachte kunst getuigt daarvan - overigens niet altijd even succesvol. Toch valt het ambitieniveau van deze Stadcollectie Rotterdam-tentoonstelling te prijzen. Waar menig hedendaags tentoonstellingmaker terugschrikt voor duidelijke uitspraken, uit angst de kunst te reduceren tot bewijsmateriaal voor een (aanvechtbare) intellectuele hypothese, neemt de Stadsconservator geen blad voor de mond. Wat niet wegneemt dat geen van de in Exorcism/Aesthetic Terrorism bijeengebrachte werken niet uitstekend zou kunnen functioneren zonder tentoonstellingsconcept, catalogus of conservator. Dat is de ware kracht van kunst. In het nuchtere Rotterdam hebben ze dat heel goed begrepen, getuige een in de catalogus afgedrukte uitspraak van een zekere Th. Baumeister. Die schrijft: «Bij nader toezien blijkt verder dat het niet de achtergrondtheorie is die de werken verklaart, maar dat omgekeerd die theorie door de kunstwerken pas inzichtelijk wordt.» Is dat geen verbluffend staaltje van zuigende satanische dialectiek? Het wordt nog een helse zomer, daar in het Boijmans. Exorcism/Aesthetic Terrorism - licht ontvlambare temperamenten in de hedendaagse kunst. Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam. T/m 3 september.