Film

Satire en tragiek

Film: Viva Zapatero!

Aan de vooravond van de Italiaanse parlementsverkiezingen belicht een nieuwe documentaire, Viva Zapatero!, corruptie, machtsmisbruik en censuur in het land van Silvio Berlusconi. De film is geschreven en geregisseerd door Sabina Guzzanti, actrice en dochter van senator Paolo Guzzanti, lid van Berlusconi’s Forza Italia en tevens journalist voor Berlusconi’s krant Il Giornale. De aanleiding voor de film is de frustratie van Sabina Guzzanti over het besluit van het bestuur van de zender Rai Tre haar satirische programma Raiot van de buis te halen. In het programma, waarvan slechts één aflevering werd uitgezonden, liet Guzzanti geen gelegenheid onbenut Berlusconi op de hak te nemen, onder meer door te suggereren dat hij een leeghoofd is, een clown in feite, die slechts door zijn geld en zijn instinct voor mediamanipulatie in het zadel blijft. Algauw volgde een rechtszaak wegens smaad, aangespannen door de advocaten van Mediaset, Berlusconi’s mediabedrijf. Tot verbazing van Guzzanti stelde de rechter haar en niet Mediaset in het gelijk; er was dus geen sprake van laster. Toch krijgt zij het niet meer voor elkaar Raiot op televisie te brengen. De bange bobo’s van de Italiaanse publieke zender durven het niet meer aan. Guzzanti’s stijl in Viva Zapatero! roept associaties op met de cinematografische pamfletten van Michael Moore. Maar anders dan Moore in Fahrenheit 9/11 vervalt Guzzanti geen moment in populisme. Voor haar gaat het niet om het goedkoop belachelijk maken van Berlusconi, zoals Moore, die president George Bush zonder veel moeite als een gek neerzet. Eerder is het Guzzanti om de inhoud te doen, bijvoorbeeld om de vraag wat «satire» als genre en idee precies betekent. Hiertoe interviewt zij een imposante groep filosofen, schrijvers, journalisten en politici, van de briljante Engelse komiek Rory Bremner, die bekend staat om zijn Tony Blair-imitaties, tot Nobelprijswinnaar Dario Fo, die, verwijzend naar Shakespeare en Marlowe, stelt dat satire een element van tragiek moet bevatten om effectief te kunnen zijn. Even boeiend is de opmerking van een literatuurwetenschapper die suggereert dat er geen grenzen in satire zouden mogen zijn, en dat satire afhankelijk is van de «volwassenheid» van het beoogde publiek.

En juist op dit punt is Viva Zapatero! een openbaring. Sommige politici en televisiemanagers verklaren namelijk zonder blikken of blozen dat het niet de taak van de satiricus is het nieuws te becommentariëren. De actualiteit is eerder weggelegd voor journalisten en politieke analisten. Zo rijst impliciet de vraag hoe «volwassen» het Italiaanse publiek werkelijk is als het gaat om politieke satire. Er is een mooi moment in de film, waarop Guzzanti de bizarre zienswijze van de tv-bobo’s en politici voorlegt aan Bremner, die meteen Voltaire (Candide ou l’ optimisme) citeert en vervolgens met veel geduld erop wijst dat de politieke inhoud van de satirische traditie in Engeland iets vanzelfsprekends is.

De grootste troef van Viva Zapatero! is Guzzanti zelf. Niet alleen straalt zij intelligentie uit, waarbij de door haar geïnterviewde tegenstanders sterk afsteken. Ook is zij erin geslaagd haar film op een doordachte wijze in elkaar te zetten. Het werk bestaat uit mensen die tegen elkaar praten, maar door de snelle montage van uit de hand gedraaide beelden gecombineerd met gedoseerd commentaar door Guzzanti wordt het nooit saai. En consequent klinken de twee boodschappen van de Italiaanse comédienne: het is essentieel dat Italië het voorbeeld van Spanje volgt, waar premier Zapatero alle politieke invloed in de media heeft uitgebannen, en, belangrijker, de publieke televisie móet meer zijn dan slechts een bron van vermaak, zoals Rai Uno, waar men graag uren lang praat over hoe je spaghetti het best kunt klaarmaken, maar waar het stellen van een kritische vraag eerder uitzondering dan regel is.

Te zien vanaf 6 april