Satire over de SS

EDGAR HILSENRATH
DE NAZI EN DE KAPPER
Uit het Duits (Der Nazi und der Friseur, 1990), vertaald door Annemarie Vlaming
Anthos, 395 blz., € 22,95

Wat is het verschil tussen beul en slachtoffer? Vaak is verondersteld dat het slechts een kwestie van toeval is, het gevolg van omstandigheden. Hoe algemener deze bewering, hoe dubieuzer. De vorige week hier besproken Aleksandar Tima liet in de roman De kapo, begin jaren zeventig, een katholiek ge-doopte joodse jongen zich in het kamp ontpoppen als wrede kapo. De Duitse schrijver Edgar Hilsenrath (1926) deed in 1971 net zoiets op basis van een omgekeerd vooroordeel. Max Schulz is een gepaten-teerde Ariër (alle vijf mogelijke vaders bevestigen dat) maar ziet er met z’n kikkerogen, kromme neus en dikke lippen uit als de karikatuur van een jood, terwijl Itzik Finkelstein, de zoon van de kapper, blauwe ogen en blond haar heeft. Naar eigen zeggen was Max als nazi slechts een meeloper. Hij is trots op het grote aantal van zijn joodse slachtoffers, onder wie de buren, en zelfs zijn boezemvriend Itzik. Maar jo-denhaat was hem vreemd.
In de hoofdstukken voor, tijdens en na de oorlog gedraagt Max zich als een marionet, of als een gebo-ren opportunist. In Polen ontsnapt de kampbewaarder aan de Russen en begint met een zak gouden kiezen een nieuw leven; aanvankelijk als een van de vele zwarthandelaars, daarna onder de naam Itzik Finkelstein, die van zijn buurjongen, als behorend tot het volk dat de oorlog gewonnen heeft. De dans ontspringt hij door met het schip Exitus naar Palestina te reizen, waar hij weer kapper wordt én actief meedoet aan terroristische aanslagen op de Engelsen. Dat hij dan weer net zo’n gedachteloze meeloper is als in zijn nazi-carrière, is niet direct de boodschap van Hilsenrath; die heeft een burleske willen schrijven. En de telkens herhaalde grap is dat in Palestina niemand weet, zelfs op zijn bruiloft niet, dat de gewaardeerde kapper eigenlijk de massamoordenaar Max Schulz is. Als hij zijn geheim aan een rechter verklapt, gelooft die hem niet eens.
De roman werd in 1971 eerst in Amerika uitgegeven als The Nazi & The Barber: A Tale of Vengeance. Hoewel het een bestseller werd, waarschijnlijk mede dankzij de Zesdaagse Oorlog, wilde geen Duitse uitgever eraan – omdat het Duitse publiek nog niet aan ‘een satire over joden en de SS’ toe was, aldus het nawoord. In 1977 alsnog in het Duits uitgegeven, werd het meteen een succes. Was het publiek verder dan de beroepslezers? Misschien vonden de grote Duitse uitgevers het domweg geen goed boek: wijdlopig, simplistisch, opgelegd pandoer – misschien zelfs bedenkelijk.