Save file, enter & delete

Een van de gasten in Wim Kayzers tv-programma Vertrouwd en o zo vreemd is een ‘geheugenkunstenaar’. In de eerste aflevering van Kayzers onderzoek naar de werking van het menselijke geheugen mocht deze man zijn kunsten vertonen. Dat gebeurde op de volgende manier: Kayzer las een lange lijst met losse woorden voor, en de geheugenkunstenaar moest deze woorden onthouden en later reproduceren. Al met al een trage handeling; na ieder gegeven woord vroeg de man een ruime denkpauze.

Geen spectaculaire televisie, zou je zeggen. Maar dat was het wel. Het denken van de geheugenkunstenaar, die voortdurend in beeld was, speelde zich niet alleen in zijn hoofd af, maar ook daarbuiten. De man vertrok zijn gezicht in gekwelde grimassen, fluisterde onverstaanbare lettergrepen en maakte met zijn handen heftige gebaren. Het denken verscheen in deze beelden niet als een ongrijpbaar proces in een duistere bovenkamer, maar als een fysieke activiteit. Je zag de man bezig met ordenen, relaties leggen, je zag hem laatjes in z'n hoofd opentrekken en weer sluiten. Vooral als hij vroeg om tien seconden bedenktijd, deed hij denken aan een computer. Zo een die ‘Even wachten a.u.b’ zegt en dan een paar seconden ijverig rommelt terwijl het lampje dreigend knippert.
Als het gaat om het omschrijven van de werking van het menselijke brein, kent elk tijdperk z'n eigen metafoor, schreef Piet Vroon ooit. Aan het begin van de eeuw vonden we de stoommachine de meest passende metafoor, nu is dat de computer. In het program ma van Wim Kayzer duikt de computer dan ook regelmatig op, soms achteloos in de taal zoals wij die nu eenmaal gebruiken. Een van de gasten zei bijvoorbeeld dat er, nadat hij bepaalde herinneringen op schrift had gezet, weer 'geheugenruimte vrijkwam’ in zijn hoofd. Die uitdrukking begrijp je alleen maar als je wel eens op een computer werkt. Andere computertermen die in de gesprekken bij Kayzer opvallen, bestonden al lang, maar worden nu met computers geassocieerd. Engelse woorden vooral. Zoals 'Delete’ of 'Enter’. Veel van deze woorden zitten ook in de voorstelling The Answering Machine van toneelgroep Stan, die afgelopen week te zien was in het festival (On)Terecht (On)Opgemerkt dat de Amsterdamse Nes-theaters organiseerden. Een solo die gespeeld wordt door Frank Vercruyssen.
De tekst van The Answering Machine is geschreven door Finn Iunker (in het kader van Dasarts, de vervolgopleiding voor theaterkunstenaars van Ritsaert ten Cate). Een tekst zonder dialogen, een opeenvolging van korte statements, opdrachten, observaties en vragen. Vercruyssen speelde deze tekst als een poging van een persoon om de wereld buiten hem en binnen in zijn hoofd te ordenen. Hij was op het toneel dan ook half naar binnen gekeerd en half naar buiten. Dat zag je letterlijk in de positie die hij tijdens het spreken overwegend innam: met zijn lichaam op de diagonaal, half naar het publiek. Net als de geheugenkunstenaar uit het tv-programma van Wim Kayzer maakte Vercruyssen de activiteit in zijn hoofd manifest in zijn lichaam. Alsof hij de woorden wilde vatten, alsof hij de beelden die hem besprongen een plek wilde geven in de lege ruimte op het podium rondom hem. Vaag doemden achter zijn woorden de contouren op van een personage, en van gebeurtenissen in de wereld buiten het theater. Meer dan die contouren kreeg je niet. Op bepaalde momenten vond ik dat te weinig, dan kreeg ik het gevoel inderdaad naar een geheugenkunstenaar te kijken, maar dan had ik ook de opdracht willen weten waar deze lijst woorden het gevolg van was. Maar bij vlagen werd ik gegrepen door de strijd van deze eenzame figuur tegen de verlammende hoeveelheid beelden en gedachten waarmee hij werd overspoeld. Beelden en gedachten die leken te vragen om ordening, om iemand die ze netjes zou opbergen in laatjes, mappen, directories of sub-directories. En dat terwijl gedachten misschien nauwelijks te vatten zijn, zoals Vercruyssen zelf opperde. Misschien komen gedachten autonoom je hoofd binnen, dwalen daar even rond om dan gewoon weer te vertrekken.