Scaramouch?

Collega Pauline Slot en ik reden naar de Eifel. Een paar dagen voor vertrek kreeg ik een bericht van Pauline: ‘Speciaal voor jou heb ik een nieuwe auto gekocht!’ Voor mensen die het niet weten of vergeten waren: ik ben inmiddels (sinds een paar dagen) 56 jaar oud en ben nog steeds een sukkel zonder rijbewijs. Die auto was inderdaad een hele verbetering, de instap is hoog en de stoelen zijn met fijn leder bekleed. We reden een vrachtwagen voorbij waar groentenproducties op stond. Dat hield ons geruime tijd bezig. Groente(n)producten, daar konden we ons nog iets bij voorstellen, hoewel dat ook al een bizar woord is, maar groentenproducties, nee, dat ging ons verstand te boven. Zijn dat toneelstukken of musicals waar groenten een rol, mogelijk zelfs de hoofdrol in spelen? Nou ja, zo gaat zo’n ritje. Je lult wat over van alles en nog wat, opschriften op vrachtwagens en bedrijfsgebouwen vragen aandacht en verklaring – sinds een tijdje is de baksteenfabriek in de buurt van ’s Hertogenbosch dicht, en het opschrift clay solutions is daarmee jammer genoeg ook verdwenen – en daar was al het Golden Tulip Hotel net buiten Eindhoven dat een vaste stop is. We dronken koffie en aten een tosti.

Pauline schreef dan wel ‘nieuwe auto’, hij was al snel vijftien jaar oud, en dat heeft iets van doen met wegenbelasting of zoiets. Toen we Maastricht voorbij waren, was de gespreksstof een beetje op. Dat geeft niet, Pauline en ik kunnen erg goed samen zwijgen, maar ik trok uit baldadigheid het handschoenenkastje open. Daar lagen cassettebandjes in. Bijna wilde ik schrijven: ‘daar lagen voorwerpen in die ik eerst niet thuis kon brengen’, maar ik heb hierboven geschreven dat ik 56 jaar oud ben, dus ik weet best nog wat een cassettebandje is. Toen bleek dat er in de ‘nieuwe auto’ een cassettebandjesspeler ingebouwd was. Op één van de bandjes stond top 100 aller tijden, wat weer de nodige gespreksstof opleverde, want over welke tijden ging het hier? Ik bedoel: uit welk jaar in godsnaam kwam dit bandje? Het duurde minstens vijf minuten voor ik de cassettebandjesspeler aan de praat kreeg, dat was erg ingewikkeld, maar toen klonk dan het eerste beste nummer aller tijden: Nights in White Satin. ‘Nights in white satin, never reaching the end.’ Ik heb dat nummer ik weet niet hoe vaak gehoord, nooit eerder luisterde ik naar de tekst. ‘Wat betekent dat eigenlijk?’ vroeg ik aan Pauline. Pauline trok haar schouders op, waardoor we kort op de vluchtstrook terechtkwamen. ‘Letters I’ve written, never meaning to send.’ ‘Aan wie dan?’ vroeg ik. ‘Beauty I’d always missed with these eyes before. Just what the truth is, I can’t say anymore.’ Pauline begon nu ook te zuchten. Daarna kwam Bohemian Rhapshody. Ook nooit werkelijk naar de tekst geluisterd.

‘Die lui waren allemaal aan de drugs’, zei Pauline. ‘I see a little silhouetto of a man. Scaramouch, scaramouch will you do the fandango. Thunderbolt and lightning very very frightening me Gallileo, Gallileo, Gallileo, Gallileo, Gallileo Figaro – magnifico.’ En iets later ook nog ‘Bismillah! No! We will not let you go!’ ‘Dus’, probeerde ik te recapituleren, ‘Freddy Mercury heeft iemand door zijn kop geschoten, en nu krijgt hij de doodstraf en dan komt hij in de hel terecht of zo? Met Figaro, en Scaramouch en Galileo en Beelzebub?’

De top-100 aller tijden had, zo leek het, Stairway to Heaven op plek 1. Het werd interessant, ik keek uit naar de tekst, die ik ergens kan dromen, maar waar ik feitelijk nooit eerder eens goed naar geluisterd had. ‘In a tree by the brook there’s a songbird that sings sometimes all of our thoughts are misleading.’ Ik keek uit het raam. Buiten golfde het Waalse landschap, bomen in bloei, paardenbloemen, een groen waas lag over de wouden. ‘Hoort die vrouw die die ladder naar de hemel koopt dat vogeltje?’ vroeg ik aan Pauline. ‘Die vrouw die weet dat ze, hoewel de winkels dicht zijn daar in de hemel, toch alles kan krijgen wat haar hartje begeert?’

‘Ik krijg ook wel eens een gevoel als ik naar het westen kijk’, zei Pauline, die gebaarde naar een tweede handschoenenkastje boven op het dashboard, waarin ik rijstcrackers met chocolade vond. ‘Neem er zelf ook één’, zei ze. Maar ik had na die tosti in Eindhoven niet zo’n honger en bovendien zou ik door dat krakende gekauw de tekst niet goed kunnen horen. Toch at ik een rijstwafel met chocolade, want die teksten werden mij, en Pauline, te veel. Ik besefte dat ik mijn hele leven altijd bijna volledig gericht ben geweest op de muziek, de melodie. Teksten boeien me niet, of zijn in elk geval van oneindig minder belang dan de muziek. Ik ken wel teksten uit mijn hoofd, bijvoorbeeld alle teksten van Jesus Christ Superstar, maar dat is zo omdat ik dan luidkeels mee kon zingen, de betekenis van de teksten is me altijd ontgaan. En er is nog een tekst die ik uit mijn hoofd ken, en dat is die van War Baby van Tom Robinson, en dat heeft weer van doen met een vriendje, lang geleden, en dat de tekst van dat nummer een soort geuzentekst werd. Ik duwde op een enorme knop en het cassettebandje sprong uit de cassettebandjesspeler. Ik stopte het terug in het handschoenenkastje en trok er een andere uit.

‘Kreuz und quer durch’s Schwyzerland’, zei ik. Alleen maar muziek, héél soms een vrouw die jodelde. Muziek, gemaakt met trekzakken, waldhoorns, bugels en een mandoline-achtig instrument. Feitelijk geen melodie, meer maat, waarop – denk ik – gedanst kan worden. Heerlijk rustig, maar ook vreselijk. ‘Ze kunnen’, zei Pauline, ‘dat waterboarden in die Amerikaanse gevangenissen wel achterwege laten. Zet dit op en binnen twee uur bekent elke terrorist alles.’ Daar was de Talbrücke die België met Duitsland verbindt, nog even en we zouden aankomen. ‘Ik vraag me nu wel af van wie deze auto in godsnaam geweest is’, zei Pauline. In de buurt van mijn huis zat een zangvogel in een els aan de oever van de Nims. Hij floot, erg mooi was het. Of het misleidend was zou ik niet kunnen zeggen, ik versta geen Zangvogels. Gelukkig maar.