Schaamteloos

In de strijd tussen de VVD en de PVV sneuvelt de ontwikkelingssamenwerking. Stef Blok en Ingrid Caluwé, leden van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, komen met de oproep om uw geld naar Artsen zonder Grenzen en Oxfam Novib te gireren én tegelijkertijd met het voorstel de overheidsmiddelen met maar liefst twee derde, zo'n drie miljard euro, terug te brengen.

Daarbij klinkt het voorstel wel een stuk oprechter dan de oproep. Blok en Caluwé zijn duidelijk niet overtuigd van de resultaten die de middelen voor ontwikkelingssamenwerking zouden hebben gebracht. In een weerwoord grijpt Oxfam Novib niet de mogelijkheid aan om hen op de resultaten te wijzen, opvallend genoeg.

Bij het debat over ontwikkelingssamenwerking speelt parten dat de verwachtingen omtrent de hulp te hoog zijn, vaak opgeschroefd door al die organisaties die de middelen vanuit de overheid mogen besteden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit voor ‘minder pretentie’. Het proces van economische ontwikkeling en groei vereist vooral veel, veel geduld. Hans Rosling (gapminder.org) heeft een aardige manier bedacht om dat te illustreren. Het niveau van inkomen en gezondheid (levensverwachting) van landen nu is te vergelijken met Nederland vroeger. Terwijl mijn kinderen in hedendaags Nederland met hoog inkomen en in goede gezondheid zijn geboren, kom ik uit Maleisië, en mijn ouders uit Oekraïne. Mijn grootouders hebben het slechter getroffen; zij zijn van rondom de eeuwwisseling en ergens tussen Swaziland en Angola geboren. Het kan dus zo'n drie generaties en meer dan een eeuw duren voordat de kinderen uit zuidelijk Afrika eenzelfde inkomen en eenzelfde gezondheid kunnen verwachten als mijn kinderen hier.

Het proces van economische ontwikkeling en groei kan misschien sneller verlopen. Er zijn voorbeelden van economische wonderen: Japan, Zuid-Korea en recenter China. Het proces kan eveneens langzamer verlopen. Er zijn voorbeelden van economische stilstand, zoals Argentinië dat aan het begin van de twintigste eeuw tot de tien rijkste landen in de wereld behoorde. Wel is vast te stellen dat economische groeispurts beperkt blijven tot een paar landen tegelijkertijd: het blijven wonderen. Dat hoeft geen toeval te zijn. Het is zeer wel mogelijk dat de opkomst van Azië die van Afrika in de weg staat. Pas als de loonverschillen tussen die werelddelen groot genoeg zijn, komt Afrika in de positie om een deel van de internationale industrie naar zich toe te trekken en zich te ontworstelen aan eenzijdige export van grondstoffen.

Voor de economische ontwikkeling bestaat geen blauwdruk. Als een land succes heeft, wordt geprobeerd het geheim achter het succes te ontrafelen en te kopiëren. Zo zijn de Japanse conglomeraten, keiretsu’s, uitgebreid bestudeerd totdat de zeepbel in onroerend goed is gebarsten. Sindsdien is het Japanse scenario juist een schrikbeeld voor een land waarin gezinnen, bedrijven en banken onder schulden gebukt gaan. Voor ontwikkelingssamenwerking bestaat ook geen blauwdruk. Het idee bestaat dat beter een hengel dan een vis kan worden gegeven. Maar, een panel van vijf Nobelprijswinnaars heeft op verzoek van Björn Lomborg kosten en baten van verschillende ontwikkelingsprojecten nagelopen en is tot de conclusie gekomen dat ondervoeding van kinderen de hoogste prioriteit verdient. Vis en geen hengel dus. Door het ontbreken van blauwdrukken is het buitengewoon complex om economische ontwikkeling op gang te brengen. Daarbij passen geen al te hoog gespannen verwachtingen en geen grote pretenties. Kritiek op ontwikkelingssamenwerking is dan nog makkelijker te leveren.

Bepaald minder makkelijk dan het geven van kritiek is het om met een alternatief te komen. Blok en Caluwé lijken behalve aan een collecte in nagenoeg lege kerkbankjes te denken aan leningen voor publieke investeringen en private investeringen. Hiermee treden zij in de voetsporen van Damisho Moyo, de in sommige kringen uiterst populaire auteur van Dead Aid. Maar als het al moeilijk is om effectief te geven, dan is het nog moeilijker om rendabel te investeren. In de allerarmste landen is nog te vaak aan te weinig basisvoorwaarden voor economische ontwikkeling (duidelijke eigendomsrechten, politieke stabiliteit, onkreukbare overheid et cetera) voldaan. Private investeerders zullen zich wel twee keer bedenken; zij zullen de allerarmste landen in de regel links laten liggen. Bovendien, zij zullen zich niet inzetten om die basisvoorwaarden te verbeteren. Jarenlang hebben westerse bedrijven steekpenningen aan ambtenaren betaald, die als aftrekpost voor de belastingen werden (en worden) opgevoerd. Hiermee hebben die bedrijven welbewust een corrupt systeem in stand gehouden en het economische perspectief van ontvangende landen vertroebeld. De nadruk op private investeerders is niet anders dan misplaatst gelegenheidsoptimisme.

De PVV en de VVD kiezen ervoor om de aanval op ontwikkelingssamenwerking in te zetten. De PVV kiest schaamteloos; de VVD probeert de schaamte te verbergen achter schaamteloze doelredeneringen. De verdediging laat echter te wensen over. Het sentiment dat ontwikkelingssamenwerking weggegooid geld is, is breed verspreid. Pretentie komt voor de val. Het eerlijke verhaal is dat het werk in de allerarmste landen tijdrovend en complex is. Succes is niet verzekerd maar er worden wel successen en succesjes geboekt. Ik hoor ze graag.