Advocaten pushen de Kamer

‘Schaamteloos!’

De advocatenlobby maakt van de coronacrisis gebruik om de faillissementswet door te drukken. Want na de specialisten in belastingontwijking is dit ‘een volgende Zuidas-branche’ die goed geld kan verdienen aan aantrekkelijke Nederlandse regels.

Hij heeft veel lobby’s meegemaakt, maar zo’n agressieve als deze heeft Henk Nijboer nog nooit eerder gezien. ‘Het is ongekend.’ De lobby van prominente advocatenkantoren die tijdens de coronacrisis een nieuwe faillissementswet door de Tweede Kamer wil loodsen, is volgens het pvda-Kamerlid ongekend brutaal. ‘Ze zijn bijna boos dat de Tweede Kamer zich met wetgeving bemoeit.’ Ook collega Stieneke van der Graaf van coalitiepartij ChristenUnie is geschrokken van de verwoede pogingen om de omstreden wet door het parlement te drukken. ‘Het is een ongekende druk die wordt uitgeoefend.’

De wet is omstreden omdat hij volgens critici de positie van kleine ondernemers verzwakt en gevoelig is voor misbruik door private equity-bedrijven. De advocatenlobby grijpt de coronacrisis niettemin aan als argument om de wet ‘onmiddellijk’ aan te nemen. ‘Het coronavirus infecteert niet alleen mensen, maar ook de economie’, schrijft ze aan de Kamer. De politiek moet ‘haar verantwoordelijkheid nemen’.

De coronacrisis biedt gelegenheid om gevoelige zaken onder de radar af te doen. Met wisselend succes: de erkenning van minister Bijleveld van Defensie dat ze de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over het aantal doden als gevolg van Nederlandse luchtaanvallen in Hawija, bleef niet geheel onopgemerkt. En ook de gok van Tunahan Kuzu dat de aankondiging van zijn vertrek als partijleider van Denk geruisloos zou kunnen verlopen, kwam niet helemaal uit.

Een crisis is ook bij uitstek geschikt om onwelgevallige maatregelen uit te stellen of erdoorheen te drukken, betoogde Naomi Klein al in haar klassieker The Shock Doctrine (2007). De beslissing van de minister van Milieu en Wonen om de invoering van de nieuwe omgevingswet ‘mede vanwege corona’ uit te stellen, iets wat volgens betrokkenen eerder al onvermijdelijk was, is daar een voorbeeld van. Net als de lobby rond de nieuwe faillissementswet, die vrijwel buiten beeld bleef. De wet stond al langer op het verlanglijstje van het ministerie en grote advocatenkantoren, maar stuitte steeds op bezwaren. De reconstructie van deze poging de democratie te omzeilen biedt een onverwacht inkijkje in de bedrijfslobby rond de Tweede Kamer.

De wet belandt de afgelopen winter na zeven jaar discussie opnieuw op de agenda van de Tweede Kamer. Dat verloopt geruisloos, tot blijkt dat twee Kamerleden alsnog iets hebben aan te merken. Bezorgde advocaten bellen en mailen zich suf, maar de twee dienen tóch een aantal amendementen in. Dat valt niet in goede aarde. Even later ontvangen ze per mail een dreigende boodschap: de lockdown van de economie brengt heel veel schulden met zich mee en de Kamerleden blokkeren de oplossing. Er zullen duizenden ontslagen vallen en honderden miljoenen euro’s uit de Nederlandse economie verdwijnen. Het normale democratische proces moet in het belang van de economische gevolgen een stap opzij doen.

Maar er bestaan grote zorgen over het wetsvoorstel. De Kamerleden vrezen dat grote geldschieters en aandeelhouders er met de buit vandoor gaan als een bedrijf na een dreigend faillissement een doorstart maakt. Kleine leveranciers blijven dan met de onbetaalde rekeningen zitten, juist nu het mkb al zware klappen te verduren krijgt. Ze weigeren overstag te gaan.

‘Ik zeg altijd, er zijn drie fases in het leven: learn, earn, return’, zegt Ruud Hermans, voorman van de lobbyisten, aan de telefoon. ‘Nu ben ik in de returnfase.’ Tot vorig jaar was hij nog partner bij advocatenkantoor De Brauw, maar in deze nieuwe levensfase richt hij zich onder andere op de Wet homologatie onderhands akkoord (whoa), waarvoor hij overigens al in 2013 met een kantoorgenoot de eerste tekst opstelde. De wet had al snel de instemming van de politiek, zegt hij: ‘De minister vond het meteen een goed idee.’

De lobbyvoorman zet de afgelopen weken ook nog een andere pet op. Hij ondertekent zijn oproep aan Kamerleden als hoogleraar Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, een tijdelijke functie op een tweejarige ‘wisselleerstoel’. Wat er niet bij staat is dat hij tot vorig jaar 35 jaar als advocaat heeft gewerkt, waarvan de laatste tien jaar in de insolventiepraktijk, faillissementen dus. De andere hoogleraren die het document ondertekenen hebben ook, op een enkeling na, een directe link met de corporate advocatuur.

Die advocatuur is niet alleen initiatiefnemer van de wet; ze heeft de afgelopen zeven jaar ook boven op het wetgevingsproces gezeten. Het ministerie heeft talloze suggesties van brancheorganisaties van advocaten en banken overgenomen. ‘Ik heb de indruk dat Zuidas-advocaten meer aan de wet hebben geschreven dan het ministerie zelf’, zegt Henk Nijboer. De Kamerleden herinneren zich nog goed hoe ing vijf jaar geleden grote delen van een wet had geschreven waar de bank vooral zelf voordeel uit haalde.

Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is simpel. Bedrijven die dreigen te bezwijken onder hun schulden maar verder gezond zijn, moeten makkelijker kunnen reorganiseren. Denk aan een bedrijf als de Hema, dat zucht onder een schuldenberg van 750 miljoen euro, maar wel steeds beter draaide (tot de coronacrisis). ‘Reorganiseren’ is hier een eufemisme voor het wegstrepen van schulden: schuldeisers, zoals leveranciers, kunnen naar een flink deel van hun centen fluiten. Om blokkades vanuit zulke soms kleine schuldeisers te voorkomen, moet de rechter een dwangakkoord kunnen opleggen.

‘Ik zie de private 'equity'-bedrijven al met hun champagneflessen klaarstaan’

In de kern vindt iedereen dit een prima plan. Het redden van bedrijven en werkgelegenheid; daar is niemand tegen. Maar een op het oog technisch twistpunt tussen specialisten kan in de praktijk een wereld van verschil betekenen en het evenwicht van belangen verstoren.

‘Stel, je hebt een groot bouwbedrijf dat allerlei kleine ondernemers inhuurt om bouwmaterialen en diensten aan te leveren’, zegt Luc Rullens van Ondernemend Nederland. ‘Als dat bouwbedrijf gaat reorganiseren volgens de huidige whoa, kan bijvoorbeeld een verwarmingsmonteur zijn rekeningen niet betaald krijgen. Die monteur heeft van de wet niet eens recht op een minimumpercentage.’ De ondernemers krijgen bijval van faillissementsadvocaten Paul van den Berg en Robert van Moorsel; of de wet ook voor het mkb gunstig zal uitpakken, is zeer de vraag. Ook rechtswetenschappers van onder meer de Universiteit van Amsterdam hebben zorgen; Wiepke Bartstra en Aart Jonkers zien in delen van de whoa een ‘gevaarlijk experiment’, ten nadele van de zwakste partijen.

Als het wetsvoorstel afgelopen januari, na jarenlange weerstand, eindelijk als hamerstuk op de agenda van de Kamer staat, halen de voorstanders opgelucht adem. Totdat ze tot hun ontzetting vernemen dat een recalcitrant Kamerlid van de ChristenUnie, Stieneke van der Graaf, de wet toch weer heeft ‘onthamerd’.

In normale tijden zou de discussie zich in de luwte hebben voortgezet, totdat alle partijen het ongeveer eens zijn. Nu duikt corona op en komen de gebeurtenissen in een stroomversnelling. Een dag voordat het kabinet de coronamaatregelen aankondigt, verzoekt Nijboer om uitstel van het debat. Hij wil amendementen indienen om kleine schuldeisers beter te beschermen en misbruik door durfkapitalisten te voorkomen. Nog diezelfde dag krijgen Nijboer en Van der Graaf mails en telefoontjes van mensen die blijken te weten wat er in hun voorstellen staat. ‘Dat kan helemaal niet. Die amendementen waren nog niet gepubliceerd’, zegt het pvda-kamerlid. Het ministerie geeft toe de amendementen ‘in het kader van de politieke afstemming’ abusievelijk voortijdig te hebben gedeeld met de coalitiepartijen.

Terwijl de Kamerleden verder werken aan hun amendementen, worden ze bedolven onder nog meer mails en telefoontjes. ‘Het zou “ondemocratisch” zijn om nu nog aan de wet te sleutelen, vond een advocaat die me hierover belde’, leest Van der Graaf voor. ‘Een ander zei dat ik de wet met mijn amendementen “vermink en verstoor”.’ En de Nederlandse Vereniging van Banken dringt erop aan dat het Kamerlid heel goed moet nadenken voor ze aan de wet komt.

Als die druk geen effect heeft, bombarderen de advocaten de wet in het publieke debat steeds meer tot ‘coronamaatregel’. Volgens opiniestukken in Het Financieele Dagblad, berichten op LinkedIn en websites van grote advocatenkantoren als Stibbe is de wet dé oplossing voor de naderende faillissementsgolf als gevolg van de coronacrisis: ‘Wetgever, grijp in!’ Lobbyvoorman Hermans mailt de Kamerleden dat het parlement de wet, die ‘technisch heel knap in elkaar zit’, ongewijzigd kan aannemen. Dit is ‘niet het moment om in het verkeerde wetsvoorstel te morrelen’.

De belerende toon schiet de parlementariërs in het verkeerde keelgat. ‘Schaamteloos’ vindt Nijboer het dat een hoogleraar de Tweede Kamer als ‘stempelmachine’ beschouwt. En dat mailt hij dan ook terug. Zelfs mede-ondertekenaar Robert van Galen van advocatenkantoor NautaDutilh, in principe voorstander van de wet, krijgt bedenkingen bij de aanpak van de lobby. ‘Ik vind dat de leden van de Tweede Kamer te zeer als schooljongens tot de orde worden geroepen. Het kan niet zo zijn dat de Kamer maar bij het kruisje moet tekenen wanneer er zeven jaar over een ontwerp is gebakkeleid en er nu een ontwerp uit is gekomen.’ Bovendien denkt de advocaat dat de wet op korte termijn de problemen alleen maar verplaatst. ‘Als bedrijven nu een beroep op de wet doen, zou er heel goed een ongewenst domino-effect kunnen optreden: dan komen de schuldeisers van die bedrijven weer in de problemen.’ Zijn collega Paul van den Berg van Lean Lawyers sluit zich daarbij aan: ‘De acute problemen bij bedrijven als de Hema, Blokker en Ici Paris XL vragen om direct toepasbare noodmaatregelen.’ Als we straks in een ‘normale’ recessie terechtkomen, kan de whoa wél heel nodig worden. ‘Maar er is voldoende tijd om nauwkeurig naar de amendementen te kijken.’

Hermans blijft er moeite mee hebben dat ‘een aantal mensen op het laatste moment aan de bel trekt’. Wie kritiek op de wet heeft, heeft die feitelijk niet goed begrepen: ‘Er is in deze wet een systeem waarbij alle betrokkenen een prikkel hebben om te zorgen dat het reorganisatievoorstel eerlijk is.’ Ook volgens het ministerie zit er voor alle schuldeisers ‘voldoende bescherming in de whoa’.

Ondanks het signaal vanuit de Kamer verschijnt de whoa eind maart toch weer op een lijst met wetsvoorstellen die het kabinet spoedeisend vindt. Opvallend, vindt Nijboer. ‘Blijkbaar is de lobby zo sterk dat het ministerie erin meegaat. Als het zo’n haast had, had de minister de afgelopen jaren vaart moeten maken.’

Dat de advocaten zo ongeduldig zijn is verklaarbaar. Ze hebben al jaren grote, internationale plannen met de wet. Die moet van Nederland een ‘insolventiehub’ maken. Met de wet zou Nederland ‘een vooraanstaande positie in de internationale herstructureringswereld kunnen verwerven’, belooft de conferentie Eyes on Insolvency. Dat betekent veel inkomsten voor Nederlandse advocaten en banken. Folders van grote advocatenkantoren over ‘wat je moet weten over de nieuwe Nederlandse wet’ leggen uit hoeveel aantrekkelijker de wet kan zijn dan die in het Verenigd Koninkrijk. Met de Brexit op komst weten ze dat nú het moment is om dat felbegeerde plekje op de internationale markt in te pikken.

Dat lijkt inderdaad op de ‘schoktherapie’ van Naomi Klein, waarbij de desoriëntatie van een collectieve schok handig wordt aangegrepen door economische elites. Na de specialisten in belastingontwijking is dit een volgende Zuidasbranche die goed geld kan verdienen aan aantrekkelijke Nederlandse regels, vreest Nijboer. ‘Ik zie de private equity-bedrijven al met hun champagneflessen klaarstaan. Als deze wet er ongewijzigd doorheen komt, vliegen de kurken in het rond.’


Met medewerking van Thomas Muntz