‘Ik weet dat Kim Jiyoungs leven niet anders had kunnen lopen’, schrijft Cho Nam-Joo in haar nawoord © EFE

In Zuid-Korea wordt het vrouwen nagenoeg onmogelijk gemaakt om een gelukkig leven te leiden. Dat is de boodschap van de roman Kim Jiyoung, geboren in 1982, waarmee schrijfster Cho Nam-Joo in haar land een gevoelige snaar raakte. Het boek verkocht niet alleen een miljoen exemplaren, maar vond ook zijn weg onder ’s lands politici en werd zo een deel van de politieke taal. Toen de burgemeester van Seoel de uitgaven voor kinderopvang verhoogde, verwees hij direct naar het hoofdpersonage uit het boek: hij beloofde dat het verdriet van Kim Jiyoung ten einde zou komen.

In haar korte roman ontleedt Cho heel precies en systematisch hoe Kim Jiyoung zich gefnuikt ziet in haar ambities en achtergesteld voelt ten opzichte van de mannen om haar heen. Ze doet dat in een stijl die je eerder verslaggevend dan literair zou kunnen noemen. Cho biedt zelfs wetenschappelijke onderbouwing: de tegenslagen van Jiyoung worden gestaafd met cijfers en conclusies uit onderzoeksrapporten, die zijn opgenomen in voetnoten.

Op haar werk ontdekt Jiyoung bijvoorbeeld dat haar mannelijke juniorcollega’s meer verdienen dan zij en dat de directeur de vrouwen opzadelt met de lastigere klanten. De jonge mannen moeten gespaard worden, want ze gaan langer mee: vrouwen worden immers vroeg of laat zwanger. Daarop volgt het bredere plaatje. Zuid-Koreaanse vrouwen verdienen 64 procent van wat mannen verdienen, lezen we. En 44 procent van de werkgevers verkiest bij gelijke competenties een mannelijke sollicitant boven een vrouwelijke. Afsluitend citeert Cho het eindoordeel van de Glazen Plafond Index van The Economist: Zuid-Korea is ‘de slechtste plek voor werkende vrouwen’. Het werkt: de harde realiteit van het boek, al aangezet door de droge verteltoon, wordt nog een schrijnend stukje echter.

Cho ontleedt heel precies hoe Jiyoung zich gefnuikt ziet in haar ambities

Het boek begint met het einde, met het resultaat van pakweg dertig jaar leven onder deze omstandigheden. Jiyoung wordt ‘gek’. Dat wil zeggen, ze maakt haar man belachelijk in het bijzijn van haar schoonfamilie en waagt het te klagen over de tijdrovende verplichte familiebezoekjes, waarbij de vrouwen verantwoordelijk zijn voor het bakken van de vispannenkoeken en het boetseren van de rijstcakejes. Hoewel Jiyoung hierbij soms in de derde persoon over zichzelf spreekt, valt het voor de Nederlandse lezer verder wellicht allemaal wel mee. Volgens haar man is het echter genoeg reden om in therapie te gaan. De verhoudingen zijn meteen duidelijk: een vrouw die weigert om een respectvolle echtgenote en dienstbare schoondochter te zijn, is een probleem.

De rest van Kim Jiyoung, geboren in 1982 zou je plat gezegd een sympathieke opsomming kunnen noemen van hoe het zover gekomen is. Op de middelbare school krijgt Jiyoung te maken met vieze leraren, perverse mannen in de metro en een jongen die haar stalkt omdat ze hem ‘altijd zo aankeek’. De reactie van haar vader op dat laatste voorval is een bekende: als ze zich fatsoenlijk had gekleed was er niets gebeurd. Het houdt maar niet op. Al bij het solliciteren krijgt ze ongepaste vragen; haar werkgevers zijn schaamteloos misogyn, en wanneer ze onder druk van haar schoonfamilie moeder is geworden, wordt ze op straat uitgemaakt voor Ma Bloedzuiger omdat ze als huisvrouw zou profiteren van haar man. Dat terwijl ze als moeder alle tijd voor zichzelf kwijt is.

De vrouwen in het boek protesteren wel degelijk tegen wat hun overkomt, maar uiteindelijk berusten ze in hun lot. Gaandeweg begint de eigen woede en frustratie van de schrijfster door het beheerste oppervlak te dringen. Bijvoorbeeld wanneer de tekst tekeergaat tegen de ‘religie van de Moederliefde’ in de media, terwijl het moederschap voor vrouwen als Jiyoung bepaald geen plezier is. Jiyoung mag van Cho welgeteld één zin lang genieten van de geboorte van haar dochtertje. Daarna is er nog enkel stress en pijn.

‘Ik weet dat Kim Jiyoungs leven niet anders had kunnen lopen’, schrijft Cho in haar nawoord. Het einde van het boek is haast dystopisch. Ik zal niet te veel verklappen, maar het komt erop neer dat zelfs mannen die lijken te begrijpen hoe zwaar het leven van vrouwen als Jiyoung is, uiteindelijk doordrongen zijn van misogynie. Dat is nogal een bittere boodschap, fatalistisch bijna, die wellicht wat meer beschouwing had verdiend. Want hoe komt dat dan zo, waarom gedragen mannen zich op deze manier, waarom denken ze deze dingen? Wellicht is dat een vraag die een mannelijke Zuid-Koreaanse schrijver dan maar moet beantwoorden. Een tegenhanger van het boek werd overigens al snel aangekondigd, maar om andere redenen: het verontwaardigde crowdfundingproject Kim Ji-Hun, geboren in 1990 zou moeten laten zien hoe mannen óók gediscrimineerd worden.

Je kunt je afvragen of Kim Jiyoung eigenlijk wel een roman is. Het is een aanval op een systeem, een pamflet. Het hyperrealisme van het boek is charmant, ook in de mildere passages waarin Jiyoung even gelukkig is. Maar het biedt weinig ruimte om je als lezer vragen te stellen, te verwonderen over wat mensen drijft, te twijfelen. Ik telde vier à vijf passages waarin Cho zichzelf een beetje poëzie toelaat, een metafoor of een wat meer abstracte beschouwing. Het boek is een en al engagement en daarom verbaast het ook niet dat het zijn weg in de politiek heeft kunnen vinden. De vraag is wel in hoeverre de politieke kracht van het boek te vertalen is, omdat Cho zich zo nadrukkelijk tegen specifieke elementen van de Koreaanse familie- en werkcultuur keert. Buiten Zuid-Korea biedt het boek wellicht vooral een verdrietige, frustrerende bron van herkenning voor iedereen die met misogynie te maken krijgt. En de hoop dat zo veel mogelijk vrouwen het verdriet van Jiyoung bespaard mag blijven.