Financiële fragiliteit

Schaatsen op dun ijs

Ook in Nederland dreigt een kwetsbare middenklasse. Niet door te luxe uitgaven. Het zijn stijgende lasten bij dalende inkomens die veel huishoudens de das omdoen.

Op een ochtend in 2014, na een reeks dreigende brieven en telefoontjes over betalingsachterstand, toetste Piet Cappendijk het telefoonnummer in van zijn bank. Op de website stonden opgewekte teksten over mogelijke regelingen. ‘Wij houden rekening met uw persoonlijke omstandigheden en werken graag samen met u aan een haalbare en eerlijke oplossing.’ Met 22 jaar ervaring op straat en nog eens vijftien jaar in de meldkamer was Cappendijk een van de meest ervaren politiemensen in zijn regio. Hij was gewend om controle te hebben. Bij de bank was hij echter machteloos. Hij luisterde naar het wachtmuziekje.

Large groene middenklasse artikel

Ondanks een stabiele baan en een modaal salaris zat Cappendijk in de financiële problemen. In de jaren dat banken nog gemakkelijk hoge hypotheken verstrekten, kochten Cappendijk en zijn partner een huis. Toen ze jaren later uit elkaar gingen, bleek de woning flink onder water te staan. Herfinancieren was geen mogelijkheid, verkopen evenmin. Ook bleek de levensverzekering die bij de hypotheek hoorde een woekerpolis te zijn. De flinke maandelijkse premie ging bijna volledig op aan verborgen kosten. ‘Ik vraag niet om kwijtschelding’, zegt Cappendijk. ‘Het zijn mijn schulden, ik heb ze zelf gemaakt. Maar ik zou graag wat leefruimte overhouden.’

Luxe permitteert hij zich niet meer. ‘Vakanties zitten er voor mij voorlopig niet in, terwijl je die in mijn bedrijfstak hard nodig hebt.’ Voor schuldhulpverlening komt hij niet in aanmerking, omdat zijn schulden nog ‘beheersbaar’ zouden zijn. De enige optie, zeggen schuldhulpverleners, is om met zijn schuldeisers te onderhandelen over lastenverlichting. Dat weigeren ze vooralsnog. De bank vraagt ondertussen rente op achterstallige betaling, kosten die Cappendijk dankzij nachtdiensten en overwerk net weet op te brengen. Hij leeft op de rand: net genoeg inkomen om niet in armoede te vervallen, maar te weinig om uit de schulden te komen en een buffer op te bouwen. Hij voelt zich naar eigen zeggen een ‘melkkoe’.

Het verhaal van Piet Cappendijk staat symbool voor een sluipende economische trend in Nederland: huishoudens die dicht op de grens van hun financiële draagkracht zitten. Deze groep kan een levensstijl handhaven die in een welvarend westers land als Nederland voor normaal doorgaat. Maar één onverwachte rekening is genoeg om voor acute geldproblemen te zorgen. In 2015 rapporteerde het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) dat een vijfde van de Nederlandse huishoudens momenteel geen enkele financiële reserves heeft. Nog eens dertig procent heeft een buffer van minder dan tweeduizend euro. Een ‘modaal salaris’ – ongeveer tweeduizend euro – klinkt geruststellend. Jan Modaal dat is de buurman, de hardwerkende Nederlander die leeft naar wat het loonstrookje toestaat. Tegelijk is ‘modaal’ een bedrag dat de helft van de bevolking niet kan opbrengen als dat inkomen voor een maand zou wegvallen.

In de wetenschappelijke literatuur bestaat hier een term voor: financiële fragiliteit. Het is als porselein met onzichtbare breuklijntjes: op het oog degelijk, maar het breekt bij het geringste stootje. De maandelijkse kosten kunnen worden voldaan, maar dat is het dan ook. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft één op de drie huishoudens niet genoeg geld om bijvoorbeeld de wasmachine te repareren, versleten meubels te vervangen of elk jaar een weekje op vakantie te gaan. Het Nibud becijferde vorig jaar dat bijna een kwart van de Nederlanders structureel moeite heeft om rond te komen. Al deze verschillende cijfers wijzen erop dat veel Nederlandse gezinnen een fragiel bestaan leiden.

Nu heeft financiële krapte altijd twee kanten: te weinig inkomsten, of te veel uitgaven. In de discussie over geldproblemen komt het accent al snel op het laatste te liggen. Wie niet uitkomt, zal wel boven zijn stand leven en moet snoeien in de uitgaven. Maar uit cijfers blijkt dat die verklaring steeds minder opgaat. Gevraagd naar de reden achter betalingsproblemen gaf in 2012 een derde van de Nederlanders aan dat het geld er wel was en dat nonchalance de verklaring was waarom een rekening soms niet werd betaald. Vijftien procent zei destijds met te hoge vaste lasten te zitten en daarom wel eens een betaling te missen. In 2015 was dat percentage opgelopen tot 27. Samen met dalend inkomen (26 procent) en hoge zorgkosten (22 procent van de gevallen) was dat de belangrijkste reden voor betalingsachterstand. Met andere woorden: niet een te luxe uitgavenpatroon, maar vaste lasten gepaard met dalend inkomen zijn op dit moment de grootste aanjager van geldproblemen.

Het gaat hier niet om concrete armoede. Ongeveer zeven procent van de bevolking is arm gemeten naar het ‘basisbehoeftencriterium’ van iets meer dan achttienhonderd euro voor een gezin bestaande uit twee ouders plus twee kinderen. Daarboven zit een groep die net zo goed wankel is. Je zou ze de ‘eindjes-aan-elkaar-knopers’ kunnen noemen. Vaak zijn het zelfstandigen met onregelmatige verdiensten of hebben ze banen die ooit voldoende opleverden om een gezin mee te onderhouden, maar waarvan de salarissen niet zijn berekend op stijgende kosten en meer eigen financiële verantwoordelijkheid als gevolg van overheidsbezuinigingen. Net als de laagste inkomens moeten ze hopen dat er zich geen onverwachte uitgaven voordoen.

‘Middengroepen krijgen minder bescherming van de verzorgingsstaat en kunnen zichzelf moeilijk redden’

Deze middenklasse heeft het gevoel er alleen voor te staan, constateerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onlangs. De overheid verwacht van iedereen meer zelfredzaamheid. ‘Vooral middengroepen dreigen daardoor tussen wal en schip te vallen: ze krijgen minder bescherming van de verzorgingsstaat, maar zijn ook minder in staat zichzelf financieel te redden, zoals het hogere segment’, schrijft de wrr in De val van de middenklasse? Dat maakt de kwetsbaarheid van de middenklasse anders dan ‘traditionele’ armoedeproblematiek. Veel van de mensen in de middengroepen weten nog altijd alle ballen in de lucht te houden. ‘Maar om die stabiliteit in inkomenspositie te verwerven, zijn wel vaker twee banen nodig, en steeds vaker betreft het flexibele banen’, stelt de wrr.

Deze problematiek onttrekt zich bovendien al snel aan het zicht. Pas als door baanverlies of andere tegenslag de balans tussen inkomsten en uitgaven uit het lood slaat, wordt de financiële kwetsbaarheid van deze groep plotseling merkbaar. Dan blijkt er sprake te zijn geweest van financieel koorddansen. Raak je uit balans dan val je in de volgende categorie: die van de schuldenaar. ‘Mensen kunnen heel lang heel slim zijn’, zegt Tamara Madern, lector schuldpreventie aan de Hogeschool Utrecht. ‘Maar op een gegeven moment gaat het mis. Je koelkast gaat kapot, je financiële buffer slinkt of je maakt een keer een fout. Een kleine tegenslag kan je over het randje, de schulden in duwen.’ Er bestaat voor velen een acuut risico om weg te zakken in een schuldenspiraal, aldus Madern, en ‘dan wordt het heel moeilijk om er nog uit te komen’.

Om te achterhalen hoe wijdvertakt deze verborgen financiële fragiliteit is, hebben wetenschappers speciale onderzoeksmethodes ontwikkeld. Het eerste onderzoek op dit terrein komt van Annamaria Lusardi, Daniel Schneider en Peter Tufano, een drietal economen dat in 2011 een geruchtmakend artikel publiceerde op basis van een Amerikaanse enquête met daarin de vraag aan respondenten of ze binnen dertig dagen tweeduizend dollar konden ophoesten om een onverwachte uitgave te dekken. Een kwart van de Amerikanen gaf aan dat naar verwachting niet te kunnen. Nog eens negentien procent kon dat alleen door spullen te verpanden of een kortlopende lening aan te gaan. De conclusie van de onderzoekers: de helft van de Amerikanen kan in feite geen enkele financiële schok verdragen.

Bovendien bleek financiële kwetsbaarheid niet uitsluitend een probleem te zijn voor lage inkomensgroepen. Ook goedverdienende gezinnen bleken iedere maand hun volledige inkomsten uit te geven en daarmee nauwelijks reserves aan te leggen. Op die manier legden Lusardi, Schneider en Tufano een ‘fragiele middenklasse’ bloot: een groep die gemeten naar inkomen financieel solide oogt, maar die tegelijk de serieuze financiële problematiek maar één stap vooruit is en niet beschikt over reserves voor krappe tijden of pensioen.

Medium groene middenklasse klein

In vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland waar meer dan de helft van de bevolking financieel kwetsbaar bleek, kwam Nederland in dit onderzoek als relatief schokbestendig uit de bus. Maar alsnog een vijfde van de huishoudens gaf aan een financiële tegenslag van vijftienhonderd euro hoe dan ook niet te kunnen bolwerken. Met de groep erbij die verwachtte dat ‘waarschijnlijk’ niet te kunnen liep dat getal op tot een kwart. Gevraagd naar wat ze zouden doen als er inderdaad een onverwachte rekening kwam, zei bijna negentig procent van de Nederlanders spaargeld te zullen aanspreken. Met andere woorden: goed gevulde spaarrekeningen vormden in Nederland een schokdemper die in andere landen een stuk kleiner was. Elders in Europa moesten financieel fragiele gezinnen vaker aankloppen bij vrienden of familie, of meer gaan werken om de rekeningen te betalen.

Nu stamt dit onderzoek uit 2011, een moment waarop de gevolgen van de uiteengespatte huizenzeepbel en de crisis die daarop volgde volop merkbaar waren. Inmiddels zijn we meer dan vijf jaar verder en trekt de economie weer aan. En als de werkloosheid daalt, de bestedingen omhoog gaan en zzp’ers weer opdrachten binnenhalen, dan is er weinig om je zorgen over te maken, toch? Maar bezie de economie door de bril van de financiële fragiliteit en je ziet een ander plaatje: met een substantiële groep Nederlanders gaat het alleen goed zolang het goed blijft gaan. Daarin verschilt deze manier van kijken van reguliere economische indicatoren. Die geven het huidige weerbericht aan. Op dit moment: zonnig. Maatstaven voor financiële fragiliteit laten zien wat er kan gebeuren mocht het gaan regenen.

‘In Amsterdam-Noord is een groep mensen uit de middenklasse de bovenkant van de onderklasse geworden’

En dan blijkt het dak toch behoorlijk lek. De Groene Amsterdammer kreeg exclusief toegang tot cijfers die een groep onderzoekers heeft verzameld in opdracht van de ing-bank om de financiële omstandigheden van Nederlandse gezinnen in kaart te brengen. De vragen waren gemodelleerd naar het onderzoek van Lusardi, Schneider en Tufano. Ze vroegen een representatieve steekproef van achthonderd Nederlanders of ze zich in staat achtten direct over vijftienhonderd euro te beschikken om een onverwachte uitgave te dekken. Minder dan de helft zei dat zeker te kunnen. Een achtste was er zeker van dat ze dat geld hoe dan ook niet hadden. Voor de rest was het onzeker. Een kwart van de ondervraagden liet bovendien weten op minstens één moment het afgelopen jaar te hebben meegemaakt dat hun inkomen ontoereikend was om kosten voor levensonderhoud te dekken.

Dit is het meest recente signaal dat financiële fragiliteit op dit moment een reëel probleem is in Nederland. Deze cijfers onderstrepen de alarmerende conclusie die de afgelopen tijd in meerdere onderzoeken is getrokken: een substantieel deel van de bevolking slaagt erin om de maandelijkse uitgaven te dekken, maar meer ook niet. Op die manier ontstaat er een economie waarin mensen van loonstrookje naar loonstrookje leven. Financiële reserves zijn er niet of nauwelijks, en wanneer door pech of eigen schuld plotseling een rekening op de mat valt gaan ze kopje onder.

Dat merkte Antoon Antonissen toen hij door een noodgeval langs de rand van de financiële afgrond scheerde. Het was 2015 en Antonissen was onderweg naar de dokter. Zijn vrouw was wakker geworden met helse rugpijn en dus snelden ze naar de huisarts. Een acute hernia, vermoedden ze. Bij het parkeren tikte een politieman op de ruit. ‘Geen gordel om, zie ik’, zei de agent. Dat werd een boete.

De familie Antonissen verdiende niet slecht. Antoon Antonissen stuurde meer dan honderd mensen aan. Hij had specialistische kennis van programmeren en werkte als teamleider lange weken. Maar het gezin betaalde nog schulden af van een bedrijfje dat failliet was gegaan, wat zwaar drukte op de huishoudfinanciën. Voor schuldhulpverlening kwam hij niet in aanmerking en ook voor veel andere regelingen verdiende hij te veel. Meestal ging het net goed, zegt Antonissen. ‘Maar als de kinderen op schoolreisje gingen, moest ik dat geld gaan lenen. Als ze al gingen.’

Voor een boete was op dat moment geen ruimte in het budget. Antonissen moest kiezen tussen de boete en de boodschappen en koos voor dat laatste. Het Centraal Justitieel Incassobureau, dat namens de overheid boetes int, heeft echter verregaande methoden om betaling af te dwingen, tot gevangenneming aan toe. Gijzeling, zoals dat heet, is alleen toegestaan in gevallen waarin iemand een boete aantoonbaar wel kan, maar niet wil betalen. Had Antonissen geen advocaat in de arm kunnen nemen om bezwaar te maken? Maar een beroep op de rechtsbijstand was ook geen optie, omdat zijn inkomen daarvoor te hoog was. Er zat niets anders op voor Antoon Antonissen dan zijn baas te bellen om aan te kondigen dat hij voorlopig niet op zijn werk zou zijn. ‘Daar ging ik’, vertelt Antonissen, ‘met de boevenwagen naar Vught.’ Drie dagen tussen overvallers, fraudeurs en drugscriminelen, vanwege een boete van 143 euro. Antonissen haalt zijn schouders op. ‘Daar kun je alleen maar om lachen.’

Experts die zich beroepsmatig bezighouden met gezinnen die het krap hebben zien zoiets als Antonissen overkwam regelmatig terug in de praktijk: geen ruimte voor extra uitgaven, en dat leidt vervolgens tot meer problemen. ‘Er is een duidelijk verborgen problematiek van financieel kwetsbaren’, zegt Will van Schendel. Als directeur van De Sociale Maatschap, een stichting voor maatschappelijke dienstverlening, biedt ze hulp aan mensen met schulden in Amsterdam. Ze constateert regelmatig dat huurachterstand leidt tot ontruiming en dat veel gezinnen nog maar net de eindjes aan elkaar weten te knopen. ‘Ze zijn afhankelijk van wat vakantiegeld hier en een familielening daar’, zegt Van Schendel. ‘In Amsterdam-Noord zien we dat een groep mensen uit de middenklasse nu de bovenkant van de onderklasse is geworden. Huren zijn veel te hoog, lonen blijven achter, het leven wordt duurder.’ We riskeren dat de middenklasse afglijdt. Volgens haar moet Nederland oppassen voor een ‘Amerikaanse situatie’.

Maar die situatie waar Van Schendel het over heeft zou je net zo goed een Nederlandse kunnen noemen. Dertig procent van de consumenten heeft geen geld om hun meest kostbare bezittingen te vervangen, zo luidde een recent bericht van het Nibud. Eerder hield Nederland zichzelf overeind door in te teren op spaargeld, maar opgemaakte reserves worden niet opnieuw aangevuld. Het doorsneevermogen in Nederland (eigen woning niet meegerekend) is bijna gehalveerd sinds de crisis en groeit al een paar jaar niet. Een kwart van de Nederlanders heeft minder dan 2200 euro aan spaargeld, blijkt uit cijfers van het cbs uit 2017, en dit is onderdeel van een dalende trend. Uit het ing-onderzoek dat werd gedeeld met De Groene Amsterdammer blijkt dat slechts de helft van de Nederlanders spaargeld aanwendde op het moment dat de maandelijkse inkomsten achterbleven. Een kwart ging simpelweg het rood in. Het zijn allemaal signalen dat een groot deel van de bevolking door de vetlaag heen is.

De kou treedt in en de knorrende krekel moet aankloppen bij de nijvere mier

Bovendien heeft de crisis een erfenis achtergelaten in de vorm van minder inkomen en meer schulden. Bijna een vijfde van de Nederlanders zit met achterstallige betalingen, zo meldt het Bureau Krediet Registratie (bkr) in zijn rapport Is de economische crisis voorbij? In 2008 was dat minder dan tien procent. ‘Werknemers zijn in de loop der jaren financiële verplichtingen aangegaan die pasten bij hun positie’, zegt hoogleraar Harald Benink, die het onderzoek voor het bkr leidde. ‘Als jij een taxichauffeur bent die in 2006 een hypotheek heeft afgesloten, dan was het op dat moment gewoon verantwoord. De economie draaide goed, je had een vaste baan. Maar nu heb je een nulurencontract en ga je je oude inkomensniveau waarschijnlijk nooit meer halen.’

Die financiële verplichtingen vormen een ‘stuwmeer van schulden’, meent Benink, die ook door de huidige economische groei niet kan worden weggenomen. ‘En dat betekent dat er een groep mensen is die schuldposities heeft ingenomen waar ze nooit meer uitkomen. Niet omdat ze gekke dingen hebben gedaan of geld over de balk hebben gesmeten, maar omdat ze op basis van een vast contract een hypotheek zijn aangegaan. Zij komen daar gewoon niet meer uit. Zelfs als een nieuwe crisis lang op zich laat wachten, dan hebben we nog een enorm maatschappelijk probleem. En wanneer er zoiets gebeurt, zakken al deze mensen door het ijs.’

De woorden van Benink wijzen op het zwaard van Damocles dat Nederland boven het hoofd hangt. De crisis van 2008 en de lange nasleep daarvan beginnen langzaam tot het verleden te behoren, maar het vermogen om nogmaals een klap op te vangen is er onvoldoende. Dat geldt voor de individuele huishoudens die zonder noemenswaardige buffer leven, en dat geldt voor het deel van de middenklasse dat tegen de grens van zijn financiële vermogens zit. Want in alle cijfers die een indicatie geven van financiële kwetsbaarheid zit een duidelijke trend: de groep Nederlanders die op de rand leeft strekt zich verder uit dan enkel de laagste inkomensgroepen.

De middenklasse, die is in de regel de groep tussen de twintig procent hoogste en twintig procent laagste inkomens in. En of het nu gaat om het vermogen om een financiële tegenslag op te vangen, de groep met een bedrag aan spaargeld dat kleiner is dan een modaal inkomen of het aandeel van de bevolking van wie de vaste lasten ze boven de pet groeit, de getallen komen telkens uit boven de twintig procent, en omvatten daarmee het onderste deel van de middenklasse. In andere woorden: een ‘fragiele middenklasse’, zoals Lusardi, Schneider en Tufano die destijds ontwaarden in hun onderzoek in de Verenigde Staten, lijkt ook hier te ontstaan.

Alle zeilen zijn ondertussen al bijgezet door deze groep, zo blijkt uit het wrr-rapport De val van de middenklasse? Er is weliswaar nog geen sprake van een toegenomen terugval in armoede, maar op vanzelfsprekende groei van het inkomen hoeft ook niemand te rekenen. Harder werken om de inkomenspositie te handhaven wordt dus steeds meer een kwestie van hollen om stil te blijven staan. ‘De middenklasse handhaaft zichzelf steeds moeilijker vanzelf in de markt’, concludeert hoogleraar arbeidsmarkt Wiemer Salverda in de wrr-studie.

Medium groene middenklasse cover

De wrr wijst er bovendien op dat de grootste truc om financieel bij te blijven in feite al is uitgehaald, namelijk: in plaats van één, meerdere gezinsleden aan het werk zetten. De ‘eenverdienersmaatschappij’ heeft plaatsgemaakt voor huishoudens waarin beide ouders (en in sommige gevallen volwassen kinderen) aan het gezamenlijke inkomen bijdragen. Dit betreft vooral de middengroepen. Eenverdieners kom je overwegend tegen in de laagste en hoogste inkomensgroepen. Desondanks is het aandeel van de middeninkomens in wat er totaal landelijk wordt verdiend de afgelopen tien jaar flink achteruit gegaan. Ook zo bezien is voor veel Nederlandse middenklassegezinnen de grens van de draagkracht bereikt: niet alleen is er financieel weinig ruimte, er is ook weinig onbenutte tijd die kan worden omgezet in verdienuren. En dan wordt het lastig om een economische crisis, of die nu persoonlijk of collectief is, te doorstaan.

De Griekse dichter Aesopus schreef een beroemde parabel over de noodzaak om je voor te bereiden op magere tijden. In de fabel over de krekel en de mier is de laatste druk bezig een voorraad aan te leggen voor de winter. Onderwijl leeft de krekel er fiedelend op los. De kou treedt in en de krekel moet met knorrende maag aankloppen bij de nijvere mier, die hem misprijzend onder de neus wrijft dat ook hij een wintervoorraad had moeten aanleggen.

Het beeld van die krekel dook de afgelopen jaren regelmatig op. De crisis van 2008 zou hebben duidelijk gemaakt dat te veel mensen een toekomstblind bestaan leidden, met te dure huizen en te hoge uitgaven. Ongetwijfeld was dat voor een deel waar, maar voor iedere krekel waren er zeker zoveel mieren. Die groep heeft een barre tijd doorstaan en is nog altijd dagelijks in de weer om ervoor te zorgen dat er voldoende in huis is. Maar ondertussen is de toekomst van de mier steeds meer op die van de krekel gaan lijken. Dat doet vrezen voor wat er gebeurt als het nog een keer winter wordt.

De naam Piet Cappendijk is op verzoek van de geïnterviewde gefingeerd. Zijn echte naam is bekend bij de redactie