Schaduwspringen

Of het nu gaat om een coalitie van VVD, CDA en PvdA of om het inmiddels ook gesneuvelde Paars-plus, geen enkele partij durft als eerste een aanloop te nemen.

BIJ DE PRESENTATIE van het PVDA-verkiezingsprogramma, alweer een eeuwigheid geleden ook al was het begin april, had partijleider Job Cohen het er al over. We - politici, kiezers, werkgevers en werknemers - moeten ons niet wentelen in ons eigen gelijk, maar ‘over onze eigen schaduw heen springen’. De verzoenende staatsman, die Cohen zo graag wil zijn, presenteerde zich.
Dat Cohen dan uitgerekend op de langste dag van het jaar aan de leider van de grootste partij na de verkiezingen, VVD-voorman Mark Rutte, vroeg dat te doen, over zijn eigen schaduw heen springen, daarin school wel enige ironie: want als dat ooit zou kunnen, dan toch op de dag dat de schaduw het kortst is. Kom op, spring, zei Cohen maandag in feite tegen Rutte, en ga voor een coalitie met behalve je grootste tegenstander ook de winnaars D66 en GroenLinks. We mogen ons dan niet in ons eigen gelijk wentelen van Cohen, de PVDA-leider wil natuurlijk wel graag dat hij zelf zo veel mogelijk van zijn eigen gelijk kan binnenhalen. Vanuit de PVDA bezien begrijpelijk.
Maar na de weigering van het CDA om met de VVD en de grootste winnaar, de PVV van Geert Wilders, te gaan praten voordat die twee er samen uit zijn, wilde concurrent Rutte juist dat Cohen schaduwspringt.
Vanuit VVD-oogpunt beredeneerd is weer te begrijpen dat Rutte niet direct enthousiast een aanloop nam om met drie progressieve partijen een coalitie te gaan vormen, om dan uiteindelijk een kabinet te kunnen leiden waarin hij als minister-president alleen voor wat liberale franje mag zorgen. Met 31 zetels in het parlement zou de VVD tegen de vijftig van de andere drie moeten opboksen. Althans zo voelt dat voor de liberalen, ook al doet D66 er alles aan om te benadrukken dat zij raakpunten heeft met de VVD, is GroenLinks op sociaal-economisch terrein veel liberaler dan de PVDA en mocht Rutte van GroenLinks-leider Femke Halsema voor het schaduwspringen alle tijd nemen.
Maar Rutte zag liever dat Cohen over zijn weerzin heen springt om samen met VVD en CDA een kabinet 'dwars door het midden’ te vormen. In zo'n coalitie vinden de liberalen op een aantal inhoudelijke dossiers ten minste de christen-democraten aan hun zijde, ook al is het CDA door de halvering van het aantal Kamerzetels flink verzwakt. In een kabinet met de traditionele grote drie zijn het de sociaal-democraten die moeten opboksen tegen een rechtsere meerderheid.
Maandag was de vraag bij dit wedstrijdje schaduwspringen nog: wie weet de ander tot springen te bewegen en wint? Dinsdagmiddag was het antwoord al: geen van beiden.
Bij beide bovenstaande coalities is een redenering te bedenken waarom ze niet zou kunnen. Paars-plus heeft voor de VVD niet alleen als nadeel dat de partij moet gaan regeren met een groot progressief blok, maar ook dat uitgerekend de PVDA, in de campagne Rutte’s grootste tegenstander, erin zit. Maar dat bezwaar kleeft ook aan de coalitie dwars door het midden, met als extra probleem dat dan de twee kemphanen uit het gevallen kabinet-Balkenende IV, CDA en PVDA, toch weer samen gaan regeren. Nota bene nadat ze allebei zetels hebben verloren.
D66-leider Alexander Pechtold noemt een kabinet van VVD, CDA en PVDA dan ook een voortzetting van het vorige kabinet, met als enige wijziging dat de ChristenUnie is vervangen door de VVD. Als vierde partij zelf aan die grote coalitie meedoen, zoals wel wordt geopperd, druist in tegen de eerder door Pechtold geuite opvatting dat D66 niet in een kabinet moet gaan zitten waarin ze getalsmatig overbodig is.
Bij al dit kwartetten op zoek naar een werkbaar kabinet na de ingewikkelde uitslag van twee weken geleden speelt gebrek aan vertrouwen een grote rol. Is Cohen, zo vragen ze zich bij de VVD af, wel de partijleider die tegen de PVDA kan zeggen: zo gaan we het doen? De liberalen willen graag weten met welke PVDA ze afspraken maken, de behoudende of de sociaal-liberalere. Als Rutte had gesprongen, bij welke PVDA komt hij dan terecht?
Omgekeerd vragen de sociaal-democraten zich af: is Rutte een liberale voorman die zijn partij een richting in kan duwen, of gaan de kikkers in de liberale kruiwagen toch weer kwaken? Het CDA is op dit moment helemaal een ingewikkelde partner: wie wordt de leider en wat wordt de nieuwe politieke koers van de partij nu de kiezer zich zo van de christen-democratie heeft afgekeerd? En kan Halsema haar partij rustig houden als het groen wat bleek uit de formatiegesprekken zou komen?
In de wandelgangen van de Tweede Kamer verzuchtte dan ook iemand: waar zijn de grote staatsmannen? De verwijzingen naar Groot-Brittannië zijn ook talrijk. Kijk eens hoe snel de formatie daar ging en hoe fris het nieuwe duo, premier David Cameron en vice-premier Nick Clegg, overkomt! Nederland kent een totaal andere politieke constellatie, maar het gevoel dat de verwijzing naar Groot-Brittannië uitdrukt, past perfect bij een andere visie op schaduwspringen. Kijk eens niet naar wat allemaal niet kan, maar naar wat wél kan.
Misschien moet de vraag ook niet zijn wie niet springt, maar wie het eerst durft te springen. Misschien is dat wel nieuwe politiek: spring als eerste en kijk wie het lef heeft daarna ook te springen, in plaats van niet te springen uit angst dat de ander jouw sprong zal uitleggen als nederlaag en achter je rug zal gniffelen dat hij jou in de tang heeft.
Maar op het Binnenhof heerst niet de sfeer van aanloop nemen, springen en op 1 juli met de koningin op het bordes. Het gevoel overheerst dat alle mogelijke coalities in een tweede ronde nog eens langs zullen komen. Ook die met de PVV.