Schandalig!

Het was het satireprogramma van de Vara, Zo is het toevallig ook nog eens een keer, dat in 1963 voor het eerst en masse, want op televisie, het Nederlandse goede fatsoen ridiculiseerde. Onder leiding van de tot dan toe ideale schoondochter Mies Bouwman en anderen werd er, naar Brits voorbeeld, tegen heilige huisjes geschopt. Niet in de minste plaats het koningshuis.

Medium 136 schandalig





De derde uitzending van Zo is het zette het kalme land volledig op z’n kop. Peter Lohr las een tekst die bekend zou komen te staan als Beeld­religie, waarin hij in bijbelse termen preekte over televisie: ‘Gij zult geen ander tijdverdrijf kennen dan het kijkbedrijf. Gij zult geen afgodbeelden maken dan de beelden van het beeld (…) Geef ons heden ons dagelijks programma. Wees met ons, oh beeld.’

De Vara ontving een stortvloed aan boze brieven, de programmamakers werden bedreigd en de minister-president verklaarde dat de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen maatregelen overwoog. In kranten, die hun lezers opriepen te reageren, werd Mies Bouwman uitgemaakt voor ‘lelijke vuile Jodin’.

Na afloop van de reeks schreven de makers: ‘Wij maakten ons programma volgens één norm: wij zouden alles wat ons ergerde en verontrustte, komisch leek of onzinnig, zo helder en duidelijk mogelijk zeggen, volgens geen enkele andere maatstaven, regels, verklaringen, ­voorzichtig­heden, vooroordelen en principes dan de onze.’ Het woord ‘norm’ is opmerkelijk hier, want terwijl de bedenkers van Zo is het zich ten doel stelden om geldende normen en waarden te ondermijnen, zetten zij (met hun formidabele kijkcijfers) een nieuwe standaard: die van het schokeffect, de knuppel in het hoenderhok.

Overigens was het voor de jaren zestig dan wel nieuw dat zulke opschudpraktijken via een massamedium het grote publiek bereikten, maar de ‘norm’ waar de makers van spraken bestond natuurlijk langer. Van kunst werd ook toen al verwacht, naar goed modernistisch gebruik, dat het aan conventies morrelde, liefst door middel van experiment. Dat ik het heb over ‘gebruik’ is opnieuw veelzeggend. Schandaal in de kunst, als het tenminste met vernieuwing samenhangt, met losbreken uit bestaande patronen, is een voorwaarde geworden. Zelf­bevrijding als noblesse oblige, zoals Bas van ­Putten het verder­op in dit nummer stelt.

Dat we desondanks nog steeds te schokken zijn blijkt uit het essay van Auke Hulst, maar het lijkt er soms op dat een schandaal tegenwoordig vooral nog goed gedijt in politieke sferen. Beter misschien dan in de kunst, daarvan zijn we het nu wel gewend. Dat is wel eens anders geweest. Neem Le sacre du printemps en de Altenberg Lieder, waarover Floris Don hier schrijft. Deze editie van het AAA Festival brengt kunst die ooit schandalig was en stelt vragen over de ‘shock value’, en daarmee de subversieve waarde, van kunst vandaag de dag.


Honderd jaar geleden vonden twee inmiddels beroemde schandaalconcerten plaats. In Wenen rond de Altenberg Lieder van Alban Berg en in Parijs rond Strawinsky’s Sacre du printemps. Levend in een tijd waar de schandalen over bonussen, doping en seks elkaar in rap tempo opvolgen, lijkt het in de kunst stil te zijn geworden. Aangeslagen door rake klappen worden wonden gelikt, zeker ook deze maand, waarin sommige cultuurinstellingen hun deuren definitief hebben gesloten. Is de tijd van schandalige kunst en muziek voorbij? Heeft het postmodernisme het taboe in de kunst opgeheven? Zijn we murw van vernieuwing of onverschillig?

AAA staat stil bij deze vragen met programma’s in het Concertgebouw, EYE, SPUI25, het Muziekgebouw aan ’t IJ en het Stedelijk Museum. Het KCO blikt terug naar 1913 en geeft ruimte aan de Finse componist Magnus Lindberg die Era schreef voor het jubilerende Concertgebouw. EYE toont ontluisterende realiteit en tijdens Confrontaties in het Stedelijk Museum treffen enfant terrible-filmmaker Cyrus Frisch, game composer Joris de Man (Killzone) en componist Cornelis de Bondt elkaar.