Procopius, Verzwegen verhalen

Schandkroniek

Procopius

Verzwegen verhalen

Uit het Latijn (553-554) vertaald door Hein L. van Dolen

Athenaeum-Polak & Van Gennep, 167 blz., e 17,50

Het omslag zet de toon. Boven de zilveren titel Verzwegen verhalen, in kleinere letter: Een schandaalkroniek uit Byzantium, is een liggende vrouw te zien die verdwaasd (?) omhoog staart en een man die zich bezorgd (?) over haar heen buigt, slag in het haar, caesarkapsel, en een hoogwaardigheidsketting om de hals. Een still uit Teodora, imperatrice di Bisanzio, een film uit 1954. Als de vrouw Teodora is, is hij de echtgenoot, Justianus, vanaf 527 keizer van Byzantium. Het is een van de twee perfide paren die de hoofdrol spelen in deze kroniek van de tirannie die het Byzantijnse wereldrijk naar God hielp. Het grootste raadsel van dit boek is de auteur en meer nog diens motief het te schrijven. Oorspronkelijk heette het Anekdota, letterlijk «onuitgegeven zaken».

Procopius, afkomstig uit Palestina, was adviseur van de befaamde generaal Belisarius, de bejubelde held van Oorlogen, het eerste boek van Procopius, van 1550. Na Anekdota verscheen nog een Gebouwen, waarin de keizer de hemel in geprezen wordt. En tussendoor een smaadschrift aan het adres van zowel de generaal als de keizer, plus beider echtgenotes. Beide vrouwen zijn de ware furiën: de keizerin de dochter van een berenhoeder en voormalig seksbeluste hoer; Antonia, overspelige vrouw van de generaal, van eenzelfde allooi. Maar alle vier zijn slecht, inslecht, geen onderdaan die niet door de geld- en machtbeluste keizer te grazen werd genomen. Het allerslechtst waren de twee echtgenotes, maar «in die periode was het met de moraal van bijna alle vrouwen slecht gesteld», aldus Procopius.

Zou het om de vrouwen te doen zijn geweest? De roddelverhalen zijn nogal eentonig doordat het louter opsomming is van wandaden: alleen maar hoogtepunten of dieptepunten vormen tezamen één vlakte. Zonder de inleiding van de vertaler en lijsten van namen en titels zou de schandkroniek helemaal onleesbaar zijn. Het motief is een raadsel, daar komt bij dat het manuscript pas in de zeventiende eeuw gevonden werd, in de Vaticaanse bibliotheek. Een mystificatie? Procopius zelf is serieus genoeg: «Daarom zie ik het als mijn plicht om in dit boek zowel de tot nu toe verzwegen feiten als de werkelijke oorzaken van de eerder [in Oorlogen] beschreven gebeurtenissen uit de doeken te doen (…). Nu klapperen mijn tanden en wil ik mij het liefst verstoppen, want ik voel aan dat de komende generaties geen geloof zullen hechten aan het volgende relaas…»