Hoofdcommentaar

Schandpaal

Het wildersianisme tiert welig in het land – en nee, dit commentaar gaat niet over de film. Eind vorig jaar pleitte de Partij voor de Vrijheid (PVV) voor een digitale schandpaal. Het plannetje voor zo’n website waar veroordeelde criminelen met naam, adres en foto op komen te staan, was een vervolg op het voorstel om hen in ouderwets boevenpak buiten aan het werk te zetten. Rotterdam zet nu woorden in daden om. Eerder al drong een meerderheid in de gemeenteraad er op aan foto’s en camerabeelden van raddraaiers op internet te publiceren. Deze week deed burgemeester Opstelten daar tegenover RTL Nieuws een flinke schep bovenop. Jongeren die overlast geven worden publiekelijk te kijk gezet, volgens een uit Engeland overgewaaide methode van naming and shaming.
Ze krijgen eerst een verbod opgelegd, bijvoorbeeld op ‘asociaal gedrag’ of om in een bepaalde buurt te komen. Op buurtvergaderingen worden hun namen en de inhoud van de hen treffende bevelen bekendgemaakt. Buurtbewoners moeten jongeren die zich daar niet aan houden vervolgens verklikken bij de gemeente. Daarna volgt straf – pas dan komt de rechter erbij kijken. De Maasstad dringt daarnaast bij de landelijke politiek aan op een wetswijziging, zodat behalve namen en misdragingen ook foto’s van de jongeren kunnen worden verspreid in de buurt. In gidsland Groot-Brittannië mag dat al: op lantaarnpalen hangen posters met foto’s en informatie over wat de jongeren hebben gedaan en niet meer mogen doen. Het resultaat is twijfelachtig: bij drie op de vier overlastgevers verandert er weinig. Voor wie het vergeten is: Leefbaar Rotterdam zit alweer twee jaar in de oppositiebankjes. Rotterdam wordt bestuurd door een coalitie van PvdA, CDA, VVD en GroenLinks – door critici niet voor niets ‘Leefbaar light’ genoemd.
De Rotterdamse stoerheid is onderdeel van een landelijke trend. Alom heerst het idee dat er problemen zijn met ‘aso’s’. Die zorgen voor overlast en verloedering. Wat dat precies is, overlast, wordt lang niet altijd duidelijk gedefinieerd. Gaat het om luid met elkaar praten op straat of omaatjes beroven? Ook wie zich hier schuldig aan maakt, blijft vaag. De etiketten ‘hangjongeren’, ‘veelplegers’ en ‘probleemgezinnen’ worden in combinatie met kwalificaties als ‘veroordeeld’, ‘verdacht’ of ‘overlast veroorzakend’ door elkaar gebruikt.
Het hoeft geen verbazing te wekken dat uit zo’n onscherpe probleemanalyse geen heldere aanpak volgt. De discussie over waar het huidige strafrecht tekortschiet en welke maatregelen nodig zijn om die lacune te repareren, wordt te weinig gevoerd. In plaats daarvan gaan gemeenten zelf aan de slag. Lokale overheden leggen eigen databanken van overlastgevers aan, bedenken ieder hun specifieke projecten en maatregelen ‘achter de voordeur’ en zijn druk bezig de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) te vertimmeren. Blowverboden, bedelverboden, samenscholingsverboden – allemaal omtrekkende bewegingen om op te kunnen treden tegen hangjeugd. De Weertse burgervader Jacques Niederer pleitte er in Binnenlands Bestuur zelfs voor om het woord ‘openbaar’ te schrappen uit ‘openbare orde’. Immers: ‘Het is niet meer het publieke domein alleen, waarin de burgemeester opereert. Steeds vaker intervenieert hij ook in het private domein, “achter de voordeur” zogezegd.’
Met zo’n wildgroei aan lokale wensen en initiatieven ligt inflatie op de loer. De rechtsstaat bestaat immers bij de gratie van heldere, alom geldende spelregels. Iemand is óf schuldig óf onschuldig. In het eerste geval volgen sancties, in de tweede situatie zijn er garanties om de persoonlijke vrijheid te waarborgen. Die uiterst belangrijke afbakening verdwijnt. Het toekomstbeeld doemt op van een samenleving waarin we allemaal een beetje schuldig zijn, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Tegelijkertijd heerst onduidelijkheid over vragen als wie sancties mag opleggen en wie die macht controleert. Niet voor niets sloeg een aantal burgemeesters uit met name kleinere gemeenten alarm naar aanleiding van het kabinetsvoornemen om hun nog grotere bevoegdheden te geven in de strijd tegen overlast. In de toekomst moeten zij bijvoorbeeld gezinnen uit huis kunnen zetten. Daar zitten lang niet alle burgemeesters op te wachten. Zij zijn huiverig om te veel op de stoel van de rechter te gaan zitten en waarschuwen voor het vervagen van de grenzen met het strafrecht.
Het is een merkwaardige paradox. Uitgerekend de mensen die op hoge toon verkondigen dat de rechtsstaat in gevaar is, zijn druk bezig hem uit te hollen. Het is de vraag wie een grotere bedreiging vormt voor die rechtsstaat: de overlast veroorzakende jongeren, of overijverige lokale gezagsdragers die voortdurend de grenzen van de wet opzoeken. Tegen zulk gedrag moet hard opgetreden worden. Lik op stuk: foei, Rotterdam verdient straf.