Scheiden

Het meisje zat met haar moeder in een Evangelisch opvanghuis. Of ze er blij was, vroeg de interviewer van de Villa achterwerk-rubriek ‘Uit elkaar’. ‘Natuurlijk’, antwoordde het meisje. ‘Hier hoeft mijn moeder niet de hele dag te huilen.’

Het is maar één verhaal van de naar verwachting eenendertigduizend huwelijken die dit jaar op de klippen lopen, maar het voedt wel mijn wantrouwen jegens de gemakkelijke verklaring van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de vermindering van het aantal echtscheidingen met ruim zesduizend in de afgelopen vier jaar. Volgens het CBS komt die daling door de economische voorspoed. Onderzoeker Jan Latten in de Volkskrant: ‘Sommige relaties zijn natuurlijk al niet zo goed. Als je dan ook geplaagd wordt door werkloosheid of financiële problemen, kan dat de genadeklap zijn. In een periode van hoogconjunctuur daarentegen gaat het de mensen goed. Dat kan de problemen soms camoufleren.’ Het klinkt plausibel. Pas als je de huilende moeder van het meisje van de televisie voor de geest haalt, verschraalt de overtuigingskracht. Hoeveel koopkrachtverbetering zou haar hebben verleid om bij haar kwelgeest te blijven? Honderd gulden per maand? Tweehonderd? Of hoeveel heeft die geneeskrachtige economische voorspoed daadwerkelijk opgeleverd?
Nu weet ik heel goed dat één voorbeeld een statistisch verband niet ongedaan kan maken. Alleen statistische argumenten mogen in stelling worden gebracht. Heeft de daling van het aantal echtscheidingen bijvoorbeeld niet veel meer te maken met de daling van het aantal huwelijken waarover het CBS zich vijf jaar geleden verwonderde? Het CBS constateert bovendien dat meer mensen eerst samenleven voor ze zich in de echt verbinden. Hoe verhoudt dit zich tot de eerder genoemde verklaring? De statistici zullen driftig gerekend hebben en heftig gesteggeld. Maar deze genuanceerde afwegingen kunnen ze in de pers niet kwijt. De ironie wil dat om te overtuigen verbeelding noodzakelijk is en dus komt Latten op de proppen met zijn theorietje van de financiële malaise als de genadeklap en luxe als camouflage. Het klinkt plausibel en dat is ook precies het probleem. Het klinkt net zo plausibel als de bewering dat mensen in tijden van financiële malaise zich niet kunnen veroorloven om uit elkaar te gaan. Of de bewering dat emotionele stress in moderne gezinnen vooral het gevolg is van een economisch systeem dat én iedereen in het arbeidsproces wil inschakelen én verwacht dat iedere werknemer een partner heeft om op terug te kunnen vallen, zoals het Duitse sociologenechtpaar Beck schrijft in The Normal Chaos of Love. Het probleem van al deze plausibele beweringen is dat ze niet allemaal tegelijk waar kunnen zijn, of beter dat de vermeende effecten elkaar opheffen.
Vroeger hoopten sommigen dat de verbeelding aan de macht kwam. Zij hebben hun zin gekregen. De creativiteit is mateloos. De kunst is niet langer om iets nieuws te bedenken, maar om een quasi-plausibele verklaring om zeep te helpen. Het CBS moet niet zelf gaan meewauwelen, maar zijn gereken gebruiken om anderen het zwijgen op te leggen. En dan zijn de nieuwe cijfers wel degelijk nieuws dat op de voorpagina hoort: alle conservatieve vermoedens ten spijt leidt de groei van het aantal tweeverdieners niet tot het failliet van het huwelijk en een explosieve groei van het aantal scheidingen. Wie niet kan rekenen en de cijfers negeert moet zwijgen, maar wie alleen kan rekenen kan beter ook zijn mond houden.