Schelden doet zeer

De toneelvoorstelling Céline, gebaseerd op ‘s mans eigen teksten, bevestigt mijn vooroordeel: die man kon beter schelden dan schrijven.

Céline-vereerders zweren bij zijn Reis naar het einde van de nacht. Zelf vind ik zijn Klein scheldwoordenboek aanmerkelijk beter: ‘Zootje geteisem! Kruipende pissebed! Brullende modderboel! Balkende brulkoe! Zoetwatermatrozen!’
Het Nederlands Scheldwoordenboek zegt dat het vaderland nauwelijks een 'gecultiveerde scheldcultuur’ bezit, om deze bewering vervolgens honderdvijftig pagina’s lang te weerleggen. Het boek had trouwens moeiteloos twee maal zo dik kunnen zijn als Ome Kees aan de redactie was toegevoegd. Ome Kees is de man die vijf jaar geleden de 06-Scheldlijn beheerde. Hij jongleerde met invectieven als de ballenvirtuoos van Circus Knie. 'Eiersjankerkop! Loop naar de maan en val eraf! Je I.Q. is even laag als de dollarkoers! Hoe zit het, vreet je nog regelmatig asbakken leeg? Sigaretten zijn om te roken, sukkel! Roken moet mogen, maar waarom rook je als je niks in je mond hebt? Zelfs een pitbull lust je niet, die vindt een stinkdier lekkerder! Smeerlap, met je grote doporen! Krijg de vinketering! Faxapparaat-met-vertraging! Uitgeperst knoflookteentje met je uitgespeende bibberkont! Lul nou niet meer en hang die telefoon op…’
Ome Kees in inmiddels, tot mijn spijt, uitgescholden. Omdat in België alles vijf jaar later gebeurt, is daar sinds kort een vergelijkbare Scheldlijn geïnstalleerd. In keurig Frans. Het is een zakengesprek met aangebrande ondertoon, dat de beller zestig frank per pseudoscheldtirade kost.
In werkelijkheid kan buurman Belg schelden als de beste. Ik herinner aan het oeuvre van de onsterfelijke kapitein Archibald Haddock, Hergés alcoholhoudende zeevaarder-met-tropenkolder. Na lezing van zijn Beknopte Scheldwoordenboek 1991) verbleekt Céline als een tragische dilettant. 'Aardvarken! Gediplomeerde analfabeet! Balkan-hork! Stelletje bavianen! Bloedzuigers! Brontosaurussen! Broertje Dood! Carnavalskapers! Wandelende cycloon! Stuk Cyrano op vier poten! Deegslierten! Dikkoppen! Doodrijders! Drijfluis! Ectoplastisch bijprodukt! Ingebeelde kwasten! Overgehaalde Jandoedel! Judassen! Jutters! Kannekijker! Karpatenpapoea! Kelderpissebed! Laserstralen! Stuk logaritme! Mamaloek! Mrkrpxzkkrmtfrz! Neanderthaler! Stom stuk ornithorhynchus! Patagoniër! Pyromaan! Rondetafelconferentiehouder! Schijndode! Onbeschoft stekelvarken! Stuk straalbulldozer! Strandschuimers! Strotgrondel! Sukkels! Tapijtkevers! Rare Tartaren! Troglodieten! Varkenskoppen! Visigoten! Wafelijzers! In boterbloemvet gesmoorde weerwolf! Wortelpotigen! Wrattenzwijn! Overgehaalde zandvlooien! Zeeschuimers! Zelfontbranders! Zoetwatermatrozen!’
Dit stukje omvat vijfhonderd woorden. Mijn geheime wens was daar tweehonderdvijftig scheldwoorden in onder te brengen, opdat ik eindelijk een plaatsje in het Guiness Book of Records zou krijgen. Het blijkt moeilijker dan ik dacht. Het scheldwoordental is op 223 blijven steken, waar jullie stelletje klompsokken en in egelvet gebraden kolokwinten, respectievelijk driedubbel overgehaalde alpiene kropdragers maakt 229) voorlopig - duizend bommen en granaten - (maakt 231) genoegen mee moeten nemen.