Schema en willekeur

Sol Lewitt beschreef nauwgezet hoe een werk tot stand moest worden gebracht. Toch blijft binnen de precisie van het concept veel vrijheid over, zodat elke individuele uitvoering verschilt van andere. Hoe schematisch dit werk ook is, je ziet steeds ook kleine, onverwachte varianten.

Medium sol 20lewitt 20  20wall 20drawing 20no
Het kijken naar de tekening is onuitputtelijk als kijken naar de zee

De Wall Drawing 256 van Sol Lewitt, in Eindhoven, is de uitvoering van een conceptuele beschrijving van een procedure. Gegeven is een zwarte wand – schoolbordzwart met een mat soort oppervlak waar je met krijt op kunt tekenen. Het is niet beschreven dat het een wand is in een normaal interieur maar daar kun je van uitgaan. Dat past namelijk in Lewitts gewone praktijk om altijd eigenlijk uit te gaan van een doorsnee-situatie. De afmetingen van de wand zijn dus die van een ruime kamer. Om een of andere reden geloof ik dat hij bij het bedenken van een muurtekening de maat van een woonkamer in zijn hoofd had. Op die zwarte wand werd een kwadratisch raster uitgezet van 15 x 15 centimeter – in dunne potloodlijnen zodat het van een afstand vrijwel onzichtbaar is. Vervolgens, zo is de opdracht in de beschrijving, worden vanaf het midden van elk der vier zijden met wit krijt tien rechte lijnen getrokken – vanaf dat middelpunt naar een willekeurig snijpunt in dat schema van vierkanten. Dan volgt dezelfde operatie vanuit elk der vier hoekpunten van de muur. Bij dit neerzetten van lijnen mag je zo’n snijpunt in het schema maar één keer raken.

De precieze beschrijving van deze procedure die onvermijdelijk tot dit soort tekening moet leiden, is door de kunstenaar in een certificaat vastgelegd. Ook zit daar een summiere tekening bij die laat zien hoe hij zich ongeveer het visuele karakter van het werk voorstelt: de ruimtelijke ritmering van de lijnen, de variatie van hun lengte en hun waaiervormige plaatsing. Overigens ontstaat een losse, ruimtelijke openheid in het lijnverloop als vanzelf omdat elke lijn een snijpunt in het rechthoekig schema maar één keer mag raken. Verder worden andere keuzes overgelaten aan de tekenaar – die niet, liever niet zelfs, de kunstenaar is.

Medium lewitt 242000.1.0367 1 2

Het zijn tachtig verschillende lijnen die zich, toch redelijk regelmatig, vanaf de rand naar binnen bewegen en dan in het interieur van de tekening een web vormen van lijnen – dat wil zeggen van dwarse kruisingen en afstandelijke symmetrieën. Eén keer minstens heb ik de tekening zelf op de muur gezet. Toen heb ik gemerkt dat er binnen de precisie van het concept (die zo strikt lijkt) toch veel vrijheid van uitvoering overblijft. In wezen zou elke uitvoering visueel zo verschillend mogelijk moeten zijn van de andere. Dat is de essentie van dit werk: je ziet steeds ook kleine varianten. Als je aandachtig kijkt naar een versie ervan (meer nog als je hem zelf tekent) krijg je precieze intuïtie over hoe al die verschillendheden in elkaar zitten. Eerst zie je een regelmaat en dan, daar doorheen, de afwijkingen die de tekening uiteindelijk visueel zo ondoorgrondelijk maken als een labyrint. Het kijken ernaar is onuitputtelijk als kijken naar de zee. Dat komt denk ik, als in alle grote kunst, door het subtiele samengaan van schema en willekeur.

Je kunt in het kwadratisch schema (in potlood) in de muurtekening alle snijpunten natuurlijk nummeren. Dan zou je van alle lijnen uit hun punten van vertrek precies richting en lengte kunnen beschrijven en vastleggen. Als de zwarte muur dan steeds even groot is, kun je het werk eens en voor altijd uitvoeren en die uitvoering ook steeds exact herhalen. Ik moet daaraan denken als ik kijk naar een driedimensionale constructie als Complex Form, uit 1998. Eerst dacht ik dat dit vanuit een schema gemaakt was. Wat ik nu geloof (ook na het nog eens beschouwen de Wall Drawing uit 1975) is dat die spitse volumes geheel at random zijn gevonden. Dat klopt ook met het laconieke karakter van Lewitt, die alles behalve een rekenaar was. Laten we zeggen dat de voorstelling begon met twee of drie slanke, kantige konische vormen – getekend of stukjes geknipt karton in elkaar geplakt. Vanuit de punten gaan lijnen naar beneden. Die lijnen geven hoekige begrenzingen van vlakken aan. Net zoals er in de muurtekening op willekeurige momenten kruisingen tussen lijnen ontstaan, zo worden kanten van vlakken onderbroken door andere vlakken die daardoor van vorm veranderen. Zo is Complex Form een conglomeraat van willekeurige hoeken, wendingen – dat alles ook nog eens met de compactheid van drie dimensies. Die willekeurige bewegingen leveren vormen op die eerst onvoorstelbaar waren. De volstrekt onverwachte verbindingen van driehoekige vlakken, beweer ik maar, kunnen pas in de vrijheid ontstaan van het abstracte idioom waarin vormen niet met figuren versmelten.


Beeld: (1) Sol Lewitt, Wall Drawing No. 256, 1975. Foto Peter Cox / Van Abbemuseum; (2) Complex Form # 70 (links), 1989. Foto Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.