Schemering

Heeft het Westen nog een buitenlandse politiek, een beleid onder leiding van Washington waarmee alle leden van de Navo zich verenigen? Nee. In werkelijkheid is in 1989 met de val van de Berlijnse Muur de historische eenheid verloren gegaan. Het jongste bewijs daarvoor is de toespraak die de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates vorige week in Brussel heeft gehouden. Het ging over de luchtoorlog tegen kolonel Kadhafi. De Amerikanen hebben de leiding van de operatie aan de Europese vrienden overgelaten, maar die hebben intussen bewezen dat ze wel de lusten maar niet de lasten van het bondgenootschap willen. De minister was boos. Op het eerste gezicht lijkt het misschien op het oude conflict over sharing the burden. Ook in de Koude Oorlog vond Washington dat de Europese bondgenoten niet genoeg bijdroegen, maar over het grote doel en de manier om dat te bereiken is hoogst zelden een principieel verschil van mening ontstaan. Wel hebben de Amerikanen hun tragedie in Vietnam gehad, maar de Navo heeft zich daar altijd buiten weten te houden. Na de Koude Oorlog begonnen de Joegoslavische burgeroorlogen. Europa was machteloos. Ten slotte is er door Amerika met luchtbombardementen een eind aan gemaakt. Nog altijd was het bondgenootschap ogenschijnlijk ongeschonden.
De afbraak is voor het eerst zichtbaar geworden nadat Saddam Hoessein zijn oorlog tegen Koeweit was begonnen. Onder leiding van president George H.W. Bush werd de coalitie gevormd, met een troepenmacht die onder commando van de generaals Powell en Schwarzkopf de verovering ongedaan maakte, maar niet meer dan dat. Saddam werd doeltreffend onder internationale curatele gesteld. Intussen had Bush een rede gehouden waarin hij de vorming van de Nieuwe Wereldorde aankondigde. Kort daarna ging ik op bezoek bij Arthur Schlesinger. Hij meent het, zei de historicus. Hij is een internationaal denkende man uit de traditie van Roosevelt. Maar de oude Europese vrienden waren er niet ontvankelijk voor. In Frankrijk en Duitsland werd lacherig van de Nieuwe Wereldwanorde gesproken. De Koude Oorlog was voorbij, de roaring nineties waren aangebroken. De noodzaak van het westelijk bondgenootschap werd niet meer gevoeld.
Na acht jaar Clinton kwam George Bush jr. Om andere redenen had hij evenmin een boodschap aan het oude internationalisme. Amerika verliet het klimaatverdrag van Kyoto, om te beginnen. Toen kwam de aanval van 11 september. De Amerikanen hadden niet over bondgenootschappelijke solidariteit te klagen. We zijn allemaal Amerikanen, schreef Le Monde. Maar dat was voor deze president niet voldoende. Alleen een natie die bij voorbaat absolute solidariteit met Washington beloofde, kon een bondgenoot zijn. Wie niet voor ons is, is tegen ons. De oorlog tegen de Taliban begon. Zeer voorbarig werd de overwinning uitgeroepen en daarna konden de voorbereidingen tot de afrekening met Saddam beginnen. In deze periode is de afbraak van het bondgenootschap pas goed begonnen. President Chirac en bondskanselier Schröder hadden hun fundamentele en terechte kritiek en werden door de neoconservatieve club in Washington uitgescholden. Premier Blair gedroeg zich serviel solidair en mocht meedoen, net als Nederland onder premier Balkenende. Waren Engeland en Nederland bondgenoten? Nee. Knechten.
Bush jr. en zijn vrienden zijn genoegzaam ontmaskerd, maar nu zit het zwaar aangetaste bondgenootschap in een totaal andere situatie met de resten van het wanbeheer. Een half mislukte militaire interventie in Irak en een zich voortslepende oorlog in Afghanistan hebben de kiezers in Europa zowel als in Amerika afkerig van militaire avonturen gemaakt. Maar tegelijkertijd zien we dat de ‘Arabische Lente’ bezig is te ontsporen. Kolonel Kadhafi blijft zich voorlopig met succes verdedigen, de Syrische president Assad blijkt een massamoordenaar te zijn, wat er in Jemen gaat gebeuren weet niemand, Iran bouwt verder aan zijn kernwapens en op de achtergrond van deze lente sleept de oorlog in Afghanistan zich uitzichtloos voort. Voor geen van deze vraagstukken is in het Westen een geloofwaardige oplossing bedacht. In deze situatie is het geen wonder dat de kiezers in alle lidstaten van de Navo er schoon genoeg van beginnen te krijgen.
De noodkreet van minister Gates mag begrijpelijk zijn, maar gesteld dat hij zijn zin zou krijgen, dat de Europese landen hun defensiebudget desnoods zouden verdubbelen, zou dat dan de oplossing zijn? Onwaarschijnlijk. Kenmerkend voor de uitzichtloosheid waarin het Westen zich heeft gemanoeuvreerd is een artikel van Henry A. Kissinger in The International Herald Tribune (10 juni). Hoe vertrekken we uit Afghanistan? Als de indruk zou ontstaan dat de sterkste macht op aarde daar verslagen is, zou dat een rampzalige aanmoediging voor het terrorisme zijn. We moeten een aanvaardbare manier voor ons vertrek vinden, schrijft hij. Het Amerikaanse leiderschap is aan een nieuwe definitie toe. Zeker. Maar wie zal het doen, wie wil zich laten leiden? De crisis manifesteert zich in vrome wensen.