Schermutselingen voor een komende coalitie

Over zo'n twee jaar zijn er Tweede-Kamerverkiezingen. De verschillende partijen lijken behoedzaam op zoek naar een goed uitgangspunt voor de verkiezingsstrijd en de daaropvolgende kabinetsformatie. Kok liet afgelopen zaterdag in de Volkskrant alvast weten dat ‘de kans op Paars II groot is’ als deze kabinetsperiode in voldoende eensgezindheid wordt afgerond, ‘waarbij de herkenbaarheid van ieder van de samenstellende delen moet zijn verzekerd’.

Niet echt een opmerkelijke uitspraak. Zelden zullen we een premier treffen die tijdens de rit verkondigt dat hij eigenlijk met andere coalitiepartners verder wil - op Van Agts weerzin tegen het samen regeren met Den Uyl (1981-82) na. Interessanter zijn eigenlijk de schermutselingen die zich in het CDA afspelen. Als er bij een partij in de aanloop van de vorige verkiezingen het nodige is misgegaan, dan wel daar. De personele spanningen aan de top en de blunders rond het verkiezingsprogramma waren echter niet de enige oorzaak van het grote zetelverlies. In het CDA woedde vanaf 1993 een felle strijd om de politieke koers van de partij. Een deel van de leiding wenste de coalitie met de PvdA voort te zetten (Lubbers, Kooiman, De Vries) de rechtervleugel had een voorkeur voor samenwerking met de VVD (Brinkman, Hillen). Met het vertrek van Brinkman leek de strijd beslist. De keuze voor Heerma als fractievoorzitter bevestigde het beeld van de keuze voor een gematigder koers. De partijraad van afgelopen weekend lijkt dat ook weer te bevestigen. Onder druk van de achterban werd het voornemen het mi nimumloon af te schaffen ingetrokken. Daarnaast werd Tineke Lodders gekozen tot voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma zal opstellen. Te verwachten is dat de commissie een redelijk gematigd en een ieder geval socialer programma zal afleveren dan in 1994.
Niet dat de strijd nu is beslist. De belangrijke keuze voor het lijsttrekkerschap dient nog gemaakt te worden - en deze zal een sterk stempel kunnen drukken op de koers van de partij. Een keuze voor een politicus uit de rechtervleugel is zeker niet uitgesloten. Het zou juist voor enig tegenwicht kunnen zorgen bij het programma. Heerma zal daarentegen goed met het te verwachten programma overweg kunnen. Nog afgezien van Heerma’s gebrekkige uitstraling zou de keuze voor een sociaal-christelijk program met dito lijsttrekker electoraal niet aantrekkelijk zijn.
Het CDA moet het nog steeds hebben van de rechtse kiezers, de VVD blijft haar belangrijkste electorale concurrent. Een profilering als een sociaal bewogen christelijke centrumpartij is voor de VVD weinig bedreigend. Toch kan een slim opererend CDA met een dergelijk profiel wel voor onrust zorgen binnen paars. Een PvdA die zich wil profileren, zal gemakkelijk in de verleiding komen steun te zoeken bij het CDA. De twijfel binnen de PvdA over de voortzetting van de paarse samenwerking zou daardoor wel eens sterk gestimuleerd kunnen worden. Voor de regeerkansen van het CDA zou zo'n ontwikkeling wel eens belangrijker kunnen zijn dan een goede verkiezingsuitslag.