Scherpe randen

Donald Judd werkte graag met multiplex. Dat kon er licht uitzien, en het kon lijken op een driedimensionale houtsnede. Met scherpe randen en scherp getekend.

Deze rechthoekige sculptuur van Donald Judd, als altijd Untitled, heeft vier (zij)kanten. Omdat de grondvorm een vierkant is, heeft het werk geen voor- of achterkant. Ik zeg het nog maar eens: je kunt niet nauwkeurig genoeg kijken, ook al zijn er die dat pietluttig vinden. Het staat op de vloer van een ruimte. Daarvan is de logica, trouwens ook van die simpele vierkantige vorm, dat je er omheen kunt lopen. Ik laat hier twee foto’s zien: een recht van voren en een wat schuiner zodat we een goed beeld krijgen van een kantige hoek. De opnamen zijn van ongeveer gelijke afstand. Ze staan op dezelfde grijze vloer van het Van Abbemuseum waar het kunstwerk thuis is. Ze zijn van vrij dichtbij en enigszins van bovenaf gefotografeerd – zoals je ernaar kijkt. Van die afstand van een meter of twee (als in de foto gesuggereerd) heb je van de globale vorm van het werk het beste overzicht, heb ik altijd gevonden. Het is iets meer dan negentig centimeter hoog. Bij mij is dat ongeveer halverwege mijn buik, tot aan de navel. Sta ik zo’n twee tot drie meter van het werk vandaan, dan is het overzicht ook zo dat ik goed kan zien dat het geen kubus is. De grondvorm meet 152,4 in het vierkant. Van een grotere afstand in een ruimte ziet het ding er eigenlijk klein uit en de verhouding van hoogte en breedte is dan onduidelijker zichtbaar. Het ziet er dan als zomaar een doos uit. Groot is het werk sowieso niet, zoiets als een gewone keukentafel. In de volksmond van het museum heet het ding: de bak. De afmetingen in centimeters komen zo raar uit, met tienden achter de komma (de precieze hoogte is 91,4 bijvoorbeeld) omdat het verwerkingen zijn van imperial maten. Daarin meet dit werk 60 x 60 x 36 inch. Dat klinkt kloeker. De breedte heeft misschien te maken met standaardmaten van plywood of multiplex in de Amerikaanse handel. De catalogus van het museum vermeldt dat het pijnhout is uit Oregon – dat ook een goudbruine kleur heeft en zacht en fluwelig is van toon. Hoewel het werk van Judd vaak met rechthoekige vorm wordt geassociëerd (en oppervlakkig onder minimal art gerangschikt), heeft het ook en vooral een intensieve omgang met kleur. Meestal gaat het om heel heldere kleuren maar soms ook om tonaliteiten – in objecten van bijvoorbeeld gegalvaniseerd ijzer waarvan de kleur een bevend zilvergrijs is of hier dan in dit werk met die warme houtskleur. Toen het nieuw was (1974/78) en kort daarop werd verworven, was het helderder dan nu. Na zoveel jaren is het hout wat bestorven. In koel museumlicht is het kleurverschil tussen de lichte panelen en die met schaduw zo fragiel als van een mooi clairobscur. Dat vond hij van belang, zulke effecten. Zo is ook het licht binnen in de sculptuur anders en geheimzinniger dan dat wat aan de buitenkant op de wanden valt. Wie denkt dat dit zomaar een houten bak is, moet vooral op zulke nuanceringen van licht en kleur letten. Kijk ernaar zoals de dichter Wordsworth aandachtig keek naar hoe een vlinder zo roerloos op een bloem zat (To a Butterfly) dat ‘indeed/ I know not if you sleep or feed’.

Dichterbij zien we dat het interieur van het werk niet tot aan de bodem gaat. Halverwege is er, rondom sluitend, een horizontale plaat (of vloer) in aangebracht. Met het licht van boven is de kleur daarvan helder maar toch met een lichte waas van schaduw altijd iets diffuus. Wat van enige afstand dus een doos lijkt met een binnenruimte van die maat (minus 1,5 cm dikte ongeveer van het multiplex) blijkt van nabij maar de helft daarvan. Het werk lijkt zo precies maar heeft toch geheimzinnigheden. Tot nu toe heb ik het als ding aangeduid, of werk, of ook sculptuur zoals zoiets doorgaans genoemd wordt. Maar dat is eigenlijk te grof. Eigenlijk is het ding een afgemeten bouwsel of samenvoeging van vlakken waarvan, om precies te zijn, de buitenkant de definitie is van zijn strakke vorm die echter (bij Judd altijd) hol is – en dus de vormgeving is van een interieur. De samenvoeging is dus ook de definitie van een volume aan ruimte. Misschien kun je samenvattend zeggen dat de houten wanden ruimte insluiten en tegelijk ontsluiten door er vorm aan te geven. Op de foto’s is te zien (ook als je het ding echt ziet) dat vooral de randen en de scherpe hoeken de fysieke essentie uitmaken van de vormgeving. Het is scherp getekend. Zulke randen moesten altijd, in heel Judds oeuvre, heel scherp zijn. Hij heeft daarom ook veel met metalen gewerkt. Op het eind (hij stierf in januari 1994) maakte hij veel in met kleur gemoffeld aluminium dat mat glansde. Dan volgt ook kleurig keramiek, zou je denken. Maar hij vond maar geen plek, zei hij, waar ze echt scherpe randen konden maken. Waarom dan toch veel van multiplex hoewel dat toch zo kwetsbaar is? Ik denk omdat dat er licht kon uitzien en kon lijken op een driedimensionale houtsnede. Verder ook vanwege de kleur en omdat het lekker ruikt.