Scherven en geneuzel

Markus Werner
Helling
Uit het Duits (Am Hang, 2004) vertaald door Wil Boesten, De Arbeiderspers, 182 blz., € 17,95

Als je niet weet in welk genre je een verhaal leest, kan dat een verrassende leeservaring opleveren. De Zwitser Markus Werner (1944) speelt ermee door op de eerste pagina schijnbaar zijn kaarten open op tafel te leggen. Aan het woord is een man die met Pinksteren in Ticino, net voorbij de Gotthard, in een huisje is neergestreken om in alle rust aan zijn geschiedenis van het scheidingsrecht te schrijven. Maar kennelijk is hij in de ban geraakt van een zekere Loos die op dit moment, nu onze Thomas Clarin over hém gaat schrijven, misschien wel rond het huisje sluipt.

Verteld wordt dan eerst de kennismaking van de twee op een terras – zo toevallig zal de ontmoeting dus niet geweest zijn. Eenmaal aan de praat, weet de onbekende – Loos, naar eigen zeggen: ex-leraar oude talen, zestiger – niet meer van ophouden in zijn tirade tegen de geest van deze tijd: van de gsm tot de legging. De toehoorder – en de lezer – blijft bij het filosofisch angehauchte borreltafelgemopper geen cliché bespaard. Ondertussen lokt Loos de jongeman, de succesvolle rokkenjager, uit zijn tent en laat hem over zijn liefdes vertellen, nadat hij zelf een smartlap heeft gebreid van zijn eigen huwelijk dat eindigde met de dood van de geliefde echtgenote in dit kuuroord, op de helling ervan. Lees door, want op het laatst blijken de zogenaamd overleden echtgenote en de vriendin van de jonge held een en dezelfde persoon te zijn geweest. Ondanks deze ontknoping weet de lezer nog niet of het één weldoordachte wraakoefening was of een levenslesje met de vrouw in de rol van spin. Loos is opeens spoorloos, ook zijn naam blijkt vals. Aan de jurist om op papier de scherven bij elkaar te zoeken. Waarschijnlijk heeft hij evenveel losse eindjes in handen als de lezer.

Als de over dagen uitgesmeerde mono- en dialoog op zichzelf intrigerend genoeg was geweest, had het slot aanleiding kunnen zijn alles opnieuw, met andere ogen te lezen. Nu was ik blij dat na al het pretentieuze geneuzel – zaliger gedachtenis Thomas Bernhard, die in vergelijking met zijn na-apers steeds beter wordt – nog een korte afvalrace tussen alle betrokkenen werd gehouden. De dankbaarste rol had de zogenaamde classicus, die in zijn passieverhaal ongelimiteerd mocht schmieren en zag hoe je met standaardleed gemakkelijk kunt scoren – ook bij het Duitse lezerspubliek kennelijk.