FILM

Scheur in de aarde

127 Hours

Een bergbeklimmer raakt in een ravijn in Utah met zijn arm beklemd onder een rotsblok. Om te ontsnappen amputeert hij zijn onderarm met een stomp mes. Dat klinkt spannend, maar dat is het net niet in Danny Boyle’s nieuwe film 127 Hours.

127 Hours, gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, is een curieus werk. Het werd zes keer genomineerd voor een Oscar. En toch is het de minste film in het oeuvre van de Engelsman Boyle, eerder verantwoordelijk voor de vernieuwende thriller Shallow Grave (1994), het stijlvolle kitchen sink drama Trainspotting (1996) en het met acht Oscars bekroonde Slumdog Millionaire uit 2008. Stuk voor stuk uitstekende films. Maar nog interessanter en zelfs beter zijn Boyle’s genre-oefeningen die nergens genomineerd noch uitzonderlijk goed besproken werden: de inventieve horrorfilm 28 Days Later (2002) en mijn eigen favoriet: Sunshine (2007), een pure sciencefictionfilm waarin een bemanningslid tijdens een verre ruimtereis geobsedeerd raakt door de kracht van de zon. In een inversie van Icarus wordt hij geen slachtoffer maar een verheven entiteit, ervan overtuigd dat hij door zijn transformatie, door evolutie, een plaats naast God inneemt. Dit personage is een krachtig symbool van de laatste mens, een wezen dat geen thuis meer heeft en gedoemd is een slachtoffer van zijn eigen technologische machtswellust en perversiteit te zijn.
En nu dan 127 Hours. En opnieuw is er een ‘laatste mens’: Aron Ralston (James Franco) die eenzaam in het berglandschap van Utah zijn leven overpeinst terwijl hij voelt hoe de krachten uit zijn lichaam vloeien. Vrienden en minnaressen trekken aan zijn geestesoog voorbij samen met twee meisjes, toeristen, die hij eerder op de dag in de omgeving had ontmoet. Maar onduidelijk blijft wat die relaties voor Aron zouden moeten betekenen. Daardoor kan de kijker niet echt invoelen wat voor leven Aron eigenlijk had. En wie hij was. En wat hij dan precies gaat kwijtraken als hij de dood in het ravijn vindt.
Effectiever is de plaats die Boyle aan het landschap toekent. De camera blijft dicht bij Ralston, waardoor er een claustrofobisch effect ontstaat; in een scheur in de aarde probeert een eenzame mens los te komen van zijn verleden, zijn demonen. Verlossing kan slechts plaatsvinden door iets los te laten, het verleden, ja, maar ook, fysiek, de onderarm die vastzit en die zenuw voor zenuw moet worden losgepeuterd.

De amputatie was al maanden voor de release van de film het onderwerp van een hype van jewelste. Luidens al dan niet zorgvuldig gemanipuleerde mediaberichten zou de scène mensen spontaan flauw doen vallen van spanning en afgrijzen. Je ziet immers minutenlang hoe het hoofdpersonage zijn arm met een mes afsnijdt. Tijdens de persvoorstelling werd er inderdaad iemand onwel, hoewel ik later vernam dat het meeviel en dat het ging om een epileptische aanval, maar dan wel ingegeven door de intensiteit van de amputatie, althans dat vermoedde men.
Veel meer plezier valt er aan 127 Hours niet te beleven. Dat is een tegenvaller, gezien Boyle’s status, maar ook in het licht van het subgenre 'overlevingsfilm’ dat cinematografisch eigenlijk heel goed kan werken doordat het verhaal vereist dat er binnen een korte tijd veel moet gebeuren. Wie echt horror en subtiele spiritualiteit wil ervaren bij het zien van zo'n film kan beter nog eens het low budget Open Water (2002, Chris Kentis) bekijken. Twee duikers blijven alleen achter in een oceaan vol haaien. Hoe red je je hieruit?

Te zien vanaf 24 februari