Essay: De gesimuleerde democratie van Rusland

Scheurtjes in de matrix van het Kremlin

Rusland is een postmoderne dictatuur. Een pure spektakelmaatschappij met namaak-partijen, een namaak-oppositie, namaak-schandalen en namaak-acties. Een project van politieke technologen waarin bijna alles pr wordt.

Ergens aan het begin van deze eeuw, toen de Russische oliehausse op zijn hoogtepunt was, het Poetin-tijdperk tot bloei was gekomen, de ‘geleide democratie’ volwassen was geworden en de postmoderne dictatuur was geboren, bevond ik me in een lange, grijze zaal op de bovenverdieping van Ostankino, het Russische televisiecentrum dat de omvang heeft van vijf voetbalvelden en fungeert als de stormram van de Kremlin-propaganda. Ik was net uit Londen aangekomen om carrière te maken als beleidsconsultant, en later als televisieproducent, op de snel groeiende Russische televisiemarkt.

Dit was de wekelijkse brainstormsessie bij Kanaal 1, waar de meest dynamische geesten uit Moskou bijeenkwamen om de tv-meesterwerken van de geleide democratie te produceren, de showbusinessfaçade van een vrije samenleving, die in werkelijkheid met het uur autoritairder werd. We zaten met z’n twintigen in de zaal: gebruinde omroepmensen in wit-zijden shirts, hoogleraren politicologie met zweterige baardjes en een zware ademhaling en reclamemensen in trainingsoutfit. Er waren geen vrouwen. Iedereen rookte. Er werd zoveel gerookt dat je huid ervan ging jeuken. Ik was per ongeluk toegelaten, binnengesmokkeld door een bevriende uitgever: dankzij mijn Russische achternaam had niemand in de gaten dat ik Brits was, en ik hield wijselijk mijn mond zodat niemand mijn accent zou opmerken.

Aan het hoofd van de tafel zat Michail Leontiev, de beroemdste politieke tv-presentator van het land. Hij was klein en sprak snel, met een doorrookte stem: ‘We weten allemaal dat er geen echte politiek zal zijn, iedereen weet dat er geen echte verkiezingen meer zijn, maar we moeten onze kijkers wel het gevoel geven dat er iets gebeurt. Ze moeten geamuseerd worden!’

Leontiev is het bekendst vanwege de vijf minuten hatelijkheden die hij na het nieuws ten beste geeft. In zijn tv-programma kiest hij een thema uit (de oligarchen, Amerika, voetbal, Afghanistan) en ratelt daar dan vijf minuten lang over door, zinspelend, knipogend, insinuerend, maar vrijwel nooit iets ronduit zeggend, terwijl hij woorden als ‘zij’ en ‘de vijand’ eindeloos herhaalt, totdat ze zich in je geest hebben vastgezet. In de jaren negentig was hij een liberale democraat, maar nu de wind is gedraaid is hij een nationalistische autocraat. ‘Wat gaan we dus doen? Vallen we de oligarchen aan?’ ging Leontiev door. ‘Wie is de vijand deze week? De politiek moet voelen als… een film!’

Het nieuwe Kremlin was vastbesloten niet dezelfde fout te maken als de oude Sovjet-Unie. De televisie en de politiek mochten nooit saai worden. Het autoritaire regime werd opgetuigd met waarderingscijfers en de dictatuur werd dynamisch gemaakt, waardoor een pure spektakelmaatschappij ontstond met namaak-partijen, een namaak-oppositie, namaak-schandalen en namaak-acties. Zittend in die rokerige zaal had ik het gevoel dat de werkelijkheid kneedbaar was en dat ik me bij een aantal Prospero’s bevond die ieder willekeurig bestaan konden projecteren op de desert of the real van post-sovjet-Rusland. In een zo uitgestrekt land, dat zeven tijdzones omvat en bijna net zo veel tijdperken uit de geschiedenis, is de televisie een kracht die kan verenigen en samenbinden.

Het daaropvolgende decennium perfectioneerden de kanalen die vanuit Ostankino uitzonden hun vermogen om propaganda en showbusiness samen te laten gaan. Het imago van Poetin stond centraal: hij moest een man zijn voor alle tijden – de actieman die met een ontbloot bovenlijf op tijgerjacht ging, de ‘coole’ man die op een Harley Davidson rondrijdt, de huisvrouwenvriend die supermarkten de les leest over de hoge prijzen. In een populaire tv-scène zit Poetin tegenover zijn ministers. Zij zweten en krimpen ineen van angst en schaamte als Poetin hen ervan beticht dat ze hem en het land in de steek hebben gelaten.

De televisie heeft Poetin geholpen tot boven de politiek uit te stijgen, boven iedere schuld en verantwoordelijkheid: hij is een moderne tv-tsaar. Maar Kanaal 1 zou het zichzelf nooit toestaan louter Poetin-propaganda te bedrijven. Direct na het nieuws toonde de zender realistische drama’s over het leven van tieners op een door drugs geteisterde school: het ene moment het vertrouwen van de kijkers winnend, om dat het volgende moment politiek uit te buiten.

Berezovsky gebruikte zijn controle over de televisie om Vladimir Poetin te transformeren van een grijze apparatsjik tot een macho-held

Een ander kanaal van Ostankino, ntv, ooit beschouwd als het meest liberale kanaal van Rusland, bracht een niet-aflatende stroom waargebeurde horrorverhalen: moorden, verkrachtingen, roofovervallen – precies het tegenovergestelde van de ‘klassieke’ totalitaire aanpak van de televisie, waarin de kijker een perfecte namaak-werkelijkheid krijgt voorgeschoteld. In het veel geraffineerdere Rusland van nu toont de staat de grimmige werkelijkheid, om de kijker angst aan te jagen en wanhopig te laten verlangen naar de ijzeren hand van het Kremlin en nóg meer staatscontrole.

De producenten en journalisten die deze programma’s maakten, waren privé allemaal liberalen. Ze vierden vakantie in Toscane en hadden een volledig Europese smaak. Als ik hun vroeg hoe ze hun beroepsmatige en persoonlijke levens met elkaar konden verenigen, keken ze me aan alsof ik gek was geworden, om vervolgens te antwoorden: ‘De afgelopen twintig jaar hebben we onder een communistisch systeem geleefd waar we nooit in geloofden, onder een democratisch systeem met een serie staatsbankroeten en in een maffiastaat geregeerd door oligarchen. We zijn gaan beseffen dat dit allemaal illusies zijn en dat alles pr is.’

‘Alles is pr’ werd de favoriete slogan van het nieuwe Rusland. Mijn collega’s in Moskou waren vervuld van het gevoel dat ze zowel cynisch als verlicht waren, en op een bepaalde manier ‘het geloof voorbij’. Als ik hun vroeg naar de dissidenten uit het sovjettijdperk, die tegen het communisme hadden gevochten, deden ze die af als naïeve dromers, en mijn eigen westerse aanhankelijkheid aan zulke vage noties als ‘mensenrechten’ en ‘vrijheid’ als een vergissing: ‘Zie je dan niet dat jullie eigen regeringen net zo slecht zijn als die van ons?’ werd mij toegevoegd. Het werd belachelijk gemaakt om in iets te geloven en daar in deze wereld voor te willen opkomen; het vermogen om van gedaante te wisselen werd toegejuicht. ‘Ik kan onder ieder systeem werken dat mij wordt opgelegd’, zei het hoofd van ntv, die eerder had gewerkt voor het prodemocratische, door het Amerikaanse Congres gefinancierde Radio Free Europe. Hij bedoelde dit als een compliment aan zichzelf.

Vladimir Nabokov heeft ooit een vlindersoort beschreven die in een vroeg stadium van zijn ontwikkeling moest leren van kleur te veranderen om roofdieren op een dwaalspoor te brengen. Die roofdieren waren al lang uitgestorven toen de vlinder nog steeds van kleur verschoot, puur om het plezier van de transformatie. Iets dergelijks is gebeurd met de Russische elites: tijdens de sovjetperiode hebben zij geleerd te huichelen om te kunnen overleven. Nu is dat niet langer nodig, maar zij blijven van kleur veranderen uit een soort duister plezier – conformisme dat is verheven tot het niveau van een esthetische daad.

***

Die houding van triomfantelijk cynisme en eindeloze gedaanteverwisselingen werd weerspiegeld in een van de sleutelromans van het tijdperk, Almost Zero. Almost Zero, een groteske satire, vertelt het verhaal van Egor, die opgroeit als een hippe boekenliefhebber in een provinciaal sovjetstadje dat ontgoocheld is geraakt door de namaak-ideologie van het late communisme. In de jaren tachtig verhuist hij naar Moskou om aan de rand van de plaatselijke bohème te belanden; in de jaren negentig wordt hij een pr-goeroe die bereid is voor iedereen te werken die de huur betaalt.

In de wereld van Almost Zero is iedereen te koop: zelfs de meest uitgesproken liberale journalisten hebben hun prijs. Het is een gevaarlijke wereld, waarin concurrerende bendes elkaar op straat beschieten om de publicatierechten van Russische klassieken, waar zachtaardige intellectuelen maffiabazen blijken te zijn en waar de geheime diensten alles en iedereen infiltreren om wille van hun eigen duistere belangen. Egor is de meester-manipulator, een soort post-sovjetsuperman: ‘Egor kon de hoogten van de Schepping duidelijk zien, waar in een verblindende afgrond onlichamelijke, ongeleide, ongebaande woorden ronddartelen, vrije wezens die zich aaneensluiten, verdelen en weer aaneensluiten om prachtige patronen te creëren.’

Het boek wordt nog interessanter als je bedenkt wie het heeft geschreven. Vladislav Surkov was plaatsvervangend hoofd van de presidentiële dienst en als zodanig de informele ideoloog van het tijdperk-Poetin, de architect van de geleide democratie. Hij was persoonlijk verantwoordelijk voor het leiding geven aan de politieke en de media-orde van het land, en stond bekend als de ‘poppenspeler die het Russische politieke systeem heeft geprivatiseerd’. Net als zijn held in Almost Zero was Surkov een bohémien geweest en had hij een opleiding tot theaterregisseur genoten, voordat hij een pr-man werd en de politiek in ging.

Als je Surkov ziet spreken, is het alsof je naar een goede imitator kijkt die moeiteloos van rol kan verwisselen: het ene moment kan hij een wollige liberaal zijn die modernisering en innovatie predikt, het volgende moment een nationalistische demagoog die met het vingertje zwaait en het loflied zingt op de Russische ziel, terwijl hij tegelijkertijd uiting geeft aan zijn bewondering voor Tupac Shakur en Joan Miró. Als het Westen de Sovjet-Unie heeft verslagen door de vrijemarkteconomie, een coole cultuur en een democratisch politiek systeem in één pakket te verenigen (parlementen, zakenbanken en het abstracte expressionisme hebben de handen ineengeslagen om het politbureau, de planeconomie en het sociaal realisme te verslaan), dan is het Surkovs genie geweest deze verbanden te ontwrichten door een autoritair bestuur én moderne kunst onder één noemer te brengen, de taal van de mensenrechten en de vertegenwoordiging te gebruiken ter rechtvaardiging van tirannie, en het democratisch kapitalisme op te knippen en opnieuw aan elkaar te plakken tot een pastiche die het omgekeerde betekent van wat oorspronkelijk de bedoeling was.

Het Kremlin kon de ‘oppositie’ definiëren als hippe Moskovieten die het contact met de ‘gewone’ Russen waren kwijtgeraakt

Van achter zijn bureau in het Kremlin heeft Surkov het hele circus van de Russische virtuele politiek bestuurd, met telefoons die hem rechtstreeks lieten communiceren met de zogenaamde oppositiepartijen. Hij was de ultieme ‘politieke technoloog’ – een uniek post-sovjetberoep – die als een soort groot-vizier of Wizard of Oz het systeem diende en in staat was politieke partijen en sociale bewegingen uit het niets te voorschijn te toveren, in een groot schijnbeeld van de werkelijkheid. Als historici straks terugkijken naar de Russische geschiedenis vanaf het midden van de jaren negentig tot het heden zouden zij dit tijdperk wel eens kunnen definiëren als dat van de ‘politieke technologen’ in plaats van dat van ‘Jeltsin’ of ‘Poetin’.

In veel opzichten was Boris Berezovsky in de jaren negentig de eerste van de groot-viziers. Hij knutselde de regeringspartij Edinstvo (later Verenigd Rusland) in elkaar, naar eigen zeggen als een ‘lege huls’, en gebruikte zijn controle over de televisie om Vladimir Poetin te transformeren van een grijze apparatsjik tot een macho-held.

Maar terwijl eerdere ‘groot-viziers’ in een competitieve omgeving moesten zien te overleven, was de controle van Surkov over de Russische samenleving absoluut. Hij kon in zijn handen klappen en een Burgerforum voor ngo’s scheppen; hij kon opnieuw in zijn handen klappen en nationalistische bewegingen financieren die deze ngo’s ervan betichtten instrumenten in handen van het Westen te zijn. Hij kon met zijn toverstaf zwaaien om een neofascistische jeugdbeweging te laten verschijnen die boeken van modernistische schrijvers verbrandde, omdat ze onpatriottisch waren, en vervolgens kon hij even makkelijk een overdadig kunstfestival voor de meest provocatieve moderne kunstenaars in Moskou sponsoren. Om daarna weer een aantal orthodoxe fundamentalisten te steunen, die in het zwart gekleed en met kruisen op hun schouders de tentoonstellingen van moderne kunst aanvielen. Het doel was om zich alle mogelijke vormen van het politiek discours toe te eigenen, en buiten de controle van het Kremlin geen onafhankelijke bewegingen tot ontwikkeling te laten komen.

Het werken in deze wereld was een desoriënterende ervaring. Tijdens mijn jaren in Moskou hield ik mij verre van de meest opvallende propaganda van de Ostankino-kanalen (als Britse producent was ik daar ook niet zo welkom) en bemoeide ik me meer met schijnbaar ‘oppositionele’ projecten. Een van de meest bekende was Snob, dat internet, televisie en tijdschriften combineerde om te helpen een nieuwe klasse van ‘mondiale Russen’ te laten ontstaan van naar het Westen neigende liberalen en rijke stedelingen.

Snob werd voor een bedrag van twintig miljoen dollar gefinancierd door de rijkste man van Rusland, Michail Prokhorov. Het kantoor van Snob bevond zich in een omgebouwde fabriek in het centrum van Moskou. Het was hipper dan alles wat ik ooit in Shoreditch of Prenzlauer Berg ben tegengekomen: de bakstenen muren van de oude fabriek waren onaangeroerd gelaten, de grote bogen van de gigantische ramen waren bewaard gebleven, terwijl er op delicate wijze montageruimtes en open kantoren in de fabriekshal waren gebouwd. De werknemers waren slimme jonge mensen, de kinderen van de sovjetintelligentsia die perfect Engels spraken en luidkeels uiting gaven aan hun kritiek op het regime. De adjunct-hoofdredacteur was Masja Gessen, een welbekende Amerikaans-Russische activiste voor homorechten, die Poetin in haar artikelen in glossy westerse tijdschriften genadeloos aanviel.

Maar ondanks alle oppositionele standpunten van Snob was het overduidelijk dat zo’n project met een dergelijke uitstraling nooit tot stand had kunnen komen zonder de zegen van Surkov. Dit was precies het soort gecontroleerde oppositie waar het Kremlin zich heel prettig bij voelde: aan de ene kant hadden de liberalen het gevoel dat ze konden zeggen wat ze wilden en dat ze een thuishaven (en een bron van inkomsten) hadden, en aan de andere kant kon het Kremlin de ‘oppositie’ op deze manier definiëren als hippe Moskovieten die het contact met de ‘gewone’ Russen waren kwijtgeraakt, doordat ze zo geobsedeerd waren door ‘marginale’ kwesties als homorechten (in een grotendeels homovijandig land). Alleen al de naam van het project, Snob, hoewel ironisch bedoeld, maakte ons tot een potentieel mikpunt van haat.

Het is de grote uitdaging voor de nieuwe Russische oppositie om een taal te vinden waarin zij zichzelf kan uitdrukken

En ondanks alle tegen Poetin gerichte oprispingen bij Snob deden we eigenlijk nooit aan echte onderzoeksjournalistiek en gingen we nooit achter de harde feiten aan over de corruptie en het geld dat aan de staatsbegroting was onttrokken: in het 21ste-eeuwse Rusland mocht je alles zeggen, zolang je maar niet de corruptie probeerde te onderzoeken. Na het werk ging ik altijd zitten praten en drinken met mijn collega’s: waren wij nu werkelijk de oppositie? Hielpen we Rusland vrijer te worden? Of waren we eigenlijk een Kremlin-project ter versterking van Poetin, dat feitelijk schade toebracht aan de zaak van de vrijheid? Een ventiel om frustraties te kunnen afblazen zonder ooit iemand daadwerkelijk te kunnen aanpakken? Of waren we het allebei? Een kaart die naar believen kon worden uitgespeeld?

Toen de presidentsverkiezingen van 2012 naderden, was Prokhorov de door het Kremlin gesteunde liberale kandidaat: door het Snob-project was hij een lieveling van de intelligentsia geworden, terwijl hij als flamboyante oligarch, beroemd door zijn verdorven feestjes in de Franse wintersportplaats Courchevel, een makkelijk doelwit van het Kremlin was, zodat Poetin zijn claim kon waarmaken dat hij tegen de oligarchen vocht. Onder de spraakmakende klassen van Moskou werd driftig gespeculeerd: was Prokhorov nu een echte kandidaat of niet? Moest je op hem stemmen, of betekende dat dat je het spelletje van het Kremlin meespeelde? Of kon je maar beter op helemaal niemand stemmen en het systeem negeren? Uiteindelijk ging Prokhorov nog met een redelijk verrassende dertien procent aan de haal, voordat hij zich op elegante wijze van het politieke toneel terugtrok.

Het geniale van het systeem van de geleide democratie en de postmoderne dictatuur was dat het, in plaats van eenvoudigweg de oppositie te onderdrukken, zoals het geval was geweest in de twintigste eeuw, alle ideologieën en bewegingen wist binnen te dringen, te exploiteren en van binnenuit belachelijk te maken. Het was geen toeval dat tot de populairste films in het Rusland van de jaren negentig de Matrix-trilogie behoorde, de sciencefictionserie met Keanu Reeves, waarin de hedendaagse wereld wordt afgeschilderd als een virtuele illusie, gecreëerd door machines die de onwetende mens, afgeleid door de gesimuleerde werkelijkheid, manipuleren. In Moskou stonden de mensen in de rij om deze films te zien, en schrijvers en politici haalden ze aan als een prachtige metafoor voor het contemporaine Rusland. Maar naarmate het decennium vorderde, en ik tv-programma’s bleef maken voor Russische zenders, begon ik erachter te komen dat er diverse scheuren zaten in de matrix van het Kremlin.

Het netwerk waarvoor ik aan het eind van de jaren negentig werkte, was tnt, een amusementszender gericht op de jeugd van het land. tnt was zeer apolitiek, maakte sitcoms en glossy, enigszins scabreuze realityshows. Maar de zender had ook een kleine documentaire-afdeling die de taak had een vinger aan de pols te houden bij wat jonge mensen werkelijk dachten en voelden: het ging bij tnt om de kijkcijfers en de zender kon het zich niet veroorloven de zorgen van zijn publiek te negeren. Een van de meest verontrustende statistieken die opdoken, was de snelle stijging van het aantal zelfmoorden onder jongeren, vooral onder tienermeisjes. Toen ik een film maakte over twee jonge vriendinnen die zelfmoord hadden gepleegd ontdekte ik een generatie die enerzijds geen last had van de materiële problemen waarmee haar ouders begin jaren negentig hadden geworsteld, maar anderzijds geen idealen of ideologieën koesterde die hen door de moeilijke tienerjaren heen konden loodsen: de keerzijde van het triomfantelijke cynisme was wanhoop.

Toen ik mijn serie films over Russische tieners voortzette, trof ik een generatie aan die uitermate vervreemd was geraakt van het systeem. Voor veel jongens was het grootste probleem in hun leven de dienstplicht, waar ze het slachtoffer werden van fysieke mishandeling en gedwongen werden smerige klusjes op te knappen voor een corrupte klasse van legerofficieren. Vechtpartijen tussen tieners en politie-agenten waren aan de orde van de dag. Ik volgde het verhaal van een groep tieners die bont en blauw waren geslagen door de politie, omdat ze bier hadden gedronken in de openbare ruimte. Buiten de matrix van de geleide democratie stonden nieuwe helden op: in Jekaterinenburg filmde een jonge man, wiens botten gebroken waren door de verkeerspolitie, in het geheim verkeersagenten die steekpenningen aannamen. Hij zette de filmpjes online, onder massale bijval van het publiek.

De mensen die ik filmde vertaalden hun woede en hopeloosheid niet in ideologieën, en zij beschouwden zichzelf niet per se als politiek – alle politieke taal was door de staat geconfisqueerd. Als zij al naar buiten gingen om te protesteren, maakten ze niet gebruik van de taal van de ‘mensenrechten’ en de ‘democratie’, maar van absurdistische plakkaten met teksten als ‘was je handen’, ‘de beste vriend van het lichaam is het been’ en ‘wie is de baas?’. Absurditeit leek het beste antwoord op de aardssatire van de geleide democratie.

De films die ik en andere documentaire-regisseurs bij tnt maakten, trokken veel kijkers: de jonge generatie had duidelijk behoefte aan programma’s die hun eigen wereld portretteerden. Het hoofd van het kanaal was eerder een zakenman dan een creatief brein en had nauwelijks in de gaten wat er aan de hand was op de documentaire-afdeling: hij keek alleen maar naar de kijkcijfers, en die waren goed. Maar op een dag werd het hoofd gevraagd voor een interview met een van de belangrijkste dagbladen van het land. Tot zijn afgrijzen vroeg de dagbladjournalist hem of hij van plan was het kanaal om te vormen tot een politiek instrument. Waarom maakte zijn documentaire-afdeling zulke gewaagde programma’s? Hierna werd mij beleefd te verstaan gegeven dat tnt geen ‘sociale’ films meer zou maken; had ik misschien interesse om iets te maken over voetbalvrouwen? >

In 2011 en 2012 kwamen de kleinere frustraties die ik in het hele land had waargenomen massaal aan de oppervlakte, toen honderdduizenden betogers demonstreerden tegen Poetins georkestreerde terugkeer naar het presidentschap. ‘Genoeg surkoviaanse propaganda’, riepen de menigten: dit was niet zozeer een afwijzing van een of andere politieke richting – links of rechts – die door het Kremlin was gekozen, maar van het systeem van virtuele politiek dat Rusland sinds het midden van de jaren negentig had geregeerd – een poging om een nieuwe ernst te vinden en het triomfantelijke cynisme te vervangen door echte waarden. Dit conflict tussen een gesimuleerde politiek en het verlangen naar een betekenisvollere variant daarvan ligt ten grondslag aan de huidige politieke spanning in Rusland. Het is de grote uitdaging voor de nieuwe Russische oppositie om een taal te vinden waarin zij zichzelf kan uitdrukken, nu termen als ‘democratie’ en ‘modernisering’ giftig zijn geworden.

Deze zoektocht heeft verschillende vormen aangenomen. De luidste stem in de oppositie is de in een aspirant-politicus veranderde anti-corruptieblogger Alexei Navalny, die de ster van de protesten is geweest en nu door het Kremlin voor de rechter is gedaagd in een lachwekkende corruptiezaak. Navalny vermijdt de ‘grote’ ideologie en richt zich daarentegen op harde corruptiefeiten – welke bureaucraat wat heeft gestolen, en hoeveel. Hij heeft een speels gevoel voor oprechte woede: hij heeft de partij Verenigd Rusland van Poetin ‘de partij van dieven en kwajongens’ genoemd. Zijn slogan ‘één voor allen en allen voor één’ is een citaat uit de alom geliefde kinderfilm De drie musketiers. Hiermee appelleert hij aan de herinnering aan een soort ‘gerechtigheid’ waarmee Russische kinderen zijn opgegroeid vóórdat zij zulke triomfantelijke cynici werden.

De skinheads die in het geheim door het Kremlin werden gefinancierd, kruipen nu uit hun kelders om in overheids­dienst te gaan werken

Maar hoewel de verwijzingen van Navalny teruggrijpen op jeugdherinneringen is de manier waarop hij zijn boodschap verpakt slim, met een vleugje gewelddadigheid – hij is een onbeschaamde nationalist en roept op tot een ‘Rusland voor de Russen’. Tijdens de betogingen marcheerden echte nationalisten zij aan zij met echte liberalen. Beide verlangen zij naar een ‘echte’ politiek: de strijd tegen de gesimuleerde politiek zit zelf vol gevaren.

Een ander verhaal dat door de oppositie wordt gebruikt centreert zich rond stadsontwikkeling en architectuur. In de loop van het tijdperk-Poetin is Moskou steeds verstopter geraakt, met neostalinistische gebouwen die de laatste stukjes groen en pleintjes in de stad bezetten, gebouwd op basis van corrupte contracten waar overheidsfunctionarissen van hebben geprofiteerd. Strelka, een school voor architectuur en design, is een broedplaats van de oppositie geworden en heeft geholpen ideeën te ontwikkelen over de herinrichting van de stad, door een manifest te publiceren over de noodzaak van een ‘publieke ruimte’ – een nieuwe term in Rusland. Dit was een geval waarin de taal van de stadsplanning werd gebruikt om over politiek te kunnen praten. ‘Geef ons onze stad terug’ werd een van de slogans van de protesten.

De taal van de milieubeweging heeft eveneens een politieke dimensie gekregen. Een van de oppositieleiders is Jevgenia Chirikova, die haar campagne is begonnen als milieuactiviste die probeerde de bossen bij haar woonplaats te behoeden voor een corrupt wegenplan. De wens om het milieu ‘schoon’ te houden werd een synoniem voor het ‘opruimen’ van overheidscorruptie.

Nu zij zoekt naar een ethische code om zichzelf in te hullen heeft de oppositie de dissidenten van de jaren zeventig weer van stal gehaald: na de hele jaren negentig het mikpunt van grappen en grollen te zijn geweest, zijn zij plotseling weer helden. Tijdens hun proces vergeleken de leden van de punkband Pussy Riot hun rechtszaak met de showprocessen tegen dissidenten als Sinjavski in de jaren zestig. Ze haalden in hun slotpleidooi Jozef Brodsky aan en doorspekten hun betoog met termen uit de jaren zeventig als dostojnstvo (waardigheid) en sovest (geweten). Delen van de nieuwe oppositie zijn ook gretige lezers van de Franse situationisten, die onlangs in het Russisch zijn vertaald. Toen ik afgelopen zomer rondliep bij de protesten bij Occupy Abaj kon ik serieuze jonge studenten tot diep in de nacht horen praten over Guy Debords The Society of the Spectacle, een taal die zich prima leent voor het bekritiseren van de virtuele werkelijkheid van de geleide democratie.

Hoewel de protestbeweging in politiek opzicht vrijwel niets heeft opgeleverd, heeft zij de contouren van het debat in Rusland volledig veranderd en het monopolie van het Kremlin op het politieke discours doorbroken. De eersten die de schuld in de schoenen geschoven kregen voor het ineenstorten van de matrix waren de scheppers ervan, de politiek-technologische groot-viziers. Surkov zelf werd eerst gedegradeerd en vervolgens ontslagen, in mei vorig jaar. In een vernederend, op televisie uitgezonden tafereel zat Surkov voor Poetin, terwijl de president hem de zak gaf omdat hij geen resultaten had behaald. Surkov piepte en wentelde zich verbaal in het stof: ‘Uiteraard heeft u gelijk met al uw evaluaties, en ik zou nooit durven deze ter discussie te stellen’, zei hij. Poetin keek hem minachtend aan. Er school een diepe ironie in dit tafereel: Surkov en de politieke technologen hadden dit genre van rituele, op tv uitgezonden vernederingen zelf bedacht, waarin Poetin de tsaar speelde en zijn ministers de zondebokken waren; zij hadden de Poetin geschapen zoals wij hem kennen. De poppenmeester werd nu ter verantwoording geroepen door zijn eigen poppen, en in zijn eigen decor getrokken, waar hij door zijn eigen creaties werd vernederd.

Als je naar het gedrag van het Kremlin kijkt tijdens de derde ambtstermijn van Poetin heb je het gevoel dat de regisseurs het gebouw hebben verlaten en de poppen in een hyperactieve staat van opwinding de zaak hebben overgenomen. Als tegenwicht tegen de poging van Navalny om de held te worden van de nationalisten heeft het Kremlin geprobeerd met een twintigste-eeuwse bewerking te komen van de tsaristische formule autocratie-orthodoxie-nationalisme: de religieuze fanatici die door Surkov zorgvuldig waren gecultiveerd om een bijrol te spelen in het poppenspel van de geleide democratie patrouilleren nu op straat in Moskou als vigilantes die de stad verdedigen tegen ‘satanische vijanden die door het Westen worden betaald’; de skinheads die in het geheim door het Kremlin werden gefinancierd, kruipen nu uit hun kelders te voorschijn om in overheidsdienst te gaan werken.

***

Intussen sturen de Ostankino-kanalen propaganda de wereld in met bijkans brechtiaanse allure. Onlangs zag ik een programma met Leontiev op ntv. Hij zag er verwilderd uit en bleef, zonder enig spoor van bewijs maar met bloeddoorlopen ogen, maar doorratelen over de verantwoordelijkheid van de Britse geheime dienst m16 voor de sterfgevallen van anti-Poetin-gezinde Russen in Londen. ‘Ze proberen ons erin te luizen’, aldus Leontiev, tegen een achtergrondmuziekje dat rechtstreeks afkomstig was uit een B-horrorfilm. Bezorgd dat de campagne van Navalny tegen de corruptie hem fans oplevert, laten de Ostankino-kanalen nu verrassingsarrestaties van ministers en parlementariërs zien. De speurtocht naar interne vijanden, de heksenjacht op geheime cellen, is begonnen.

Een paranoïde Doema, die heel lang met heel veel zorg is geregisseerd om de illusie van een debat op te roepen, is verworden tot een soort cabaret van feodale kruiperigheid, dat patriottische wetten opstelt met een snelheid die geen printer kan bijhouden. Ieder parlementslid is wanhopig om niet de volgende te zullen zijn die voor de camera’s wordt gearresteerd, ziet cia-complotten onder ieder bed en geeft medeafgevaardigden die met de oppositie heulden aan als verraders. De definitieve wet van het nieuwe tijdperk is het verbod op het adopteren van Russische wezen door Amerikaanse gezinnen: een antwoord op het besluit van Washington om publiekelijk de namen bekend te maken van corrupte Russische bureaucraten die de Verenigde Staten niet meer binnen mogen en er ook niet mogen investeren. De wezenwet was niet voorgekookt door geraffineerde politieke technologen, maar werd er door Poetin zelf doorheen geduwd, nadat hij er welbewust voor had gekozen om kinderen als politiek wapen te gebruiken. ‘Je denkt dat we gek zijn, hè?’ lijken de monstrueuze, zwaarbewapende, rijke poppen te zeggen, ‘nou, we zullen eens wat laten zien. En denk je dat we slecht zijn? Dan zullen we je eens laten zien hoe slecht…’

De Russische politiek is aan het veranderen in één grote hallucinatie, een nachtmerrie-achtige dimensie

Poetin probeert niet langer de tsaar te zijn die boven de politiek verheven is, de president van de ‘stabiliteit’ en de ‘efficiency’. Hij wordt nu aan de man gebracht als de president van de meerderheid (het favoriete nieuwe woord van het regime), de kampioen van de ‘arbeidersaristocratie’. In een op tv uitgezonden reportage sprak Poetin met arbeiders van een militaire fabriek in het provinciestadje Tagil. In overalls voor een tank staand beloofden de arbeiders Poetin dat als de protesten tegen hem zouden aanhouden zij naar ‘Moskou zouden komen om onze stabiliteit te verdedigen’. Maar toen journalisten naar Tagil togen, kwamen ze erachter dat deze arbeiders niet echt bestonden: het hele tafereel was een stukje toneelspel geweest, georganiseerd door pr-mensen en managers die zich hadden verkleed als fabrieksarbeiders.

Het einde van de politieke technologen, van de groot-viziers, betekent niet dat de Russische politiek op het punt staat ‘echt’ te worden, maar eerder dat zij aan het veranderen is in één grote hallucinatie, een nachtmerrie-achtige dimensie waarin geen referentiepunt met de werkelijkheid meer bestaat, waar poppen met hologrammen praten en beide overtuigd zijn van hun echtheid.

***

In dit nieuwe tijdperk zijn de regels van het spel veranderd. In het tijdperk van de gedaanteverwisselingen kon je tegelijkertijd liberaal zijn en voor het Kremlin werken: alles was een spel en niets werd serieus genomen. Nu moet je een besluit nemen: je steunt het gebruik van wezen als politiek instrument, of je doet dat niet; je steunt Pussy Riot of je doet dat niet. ‘Er is een punt waarop samenwerking verandert in collaboratie’, heeft de auteur Boris Akoenin onlangs gezegd, zich specifiek tot de spraakmakende klasse van Moskou richtend, tot de tv-producenten en tijdschriftredacteuren.

Net als iedereen heb ook ik een besluit moeten nemen. Ergens in 2010 werd ik door de Ostankino-zenders uitgenodigd om mijn droomproject te gaan maken: een historisch docudrama met een groot budget. Het was een echte faustiaanse deal: mijn grootste wens in vervulling zien gaan, in ruil voor een baan bij Ostankino. De bijeenkomst vond, zoals die dingen gaan, na middernacht plaats. Ik liep door de lange gangen die ik jaren geleden had bezocht, toen ik in de denktank van Kanaal 1 zat. De hoofdproducent die mij de baan had aangeboden, was een dunne, bleke man met een prachtige brede glimlach. Hij had naam gemaakt als de eerste Russische tv-psycholoog, dr. Kurpatov, en daar miljoenen mee verdiend. In de hele kamer stonden boeken met zijn adviezen over huwelijksproblemen en het omgaan met doodsangst. Nu was hij adjunct-directeur van Kanaal 1, op grond van de veronderstelling dat hij het hele land zou kunnen kalmeren. ‘Het Kremlin is bezorgd over de crisis’, zei een van Kurpatovs assistenten tegen me. ‘We moeten het land afleiding bieden. Heb je misschien ideeën?’

Dr. Kurpatov was een hypnotherapeut en knikte vriendelijk terwijl we praatten; hij was het eens met alles wat ik zei en moest om al mijn grapjes lachen. Het voelde goed met hem te praten. Hij leek al mijn zorgen te begrijpen. Slechts éénmaal viel zijn façade weg: toen ik in een moment van afwezigheid zijn naam was vergeten en zijn ogen mij woedend aankeken. Het was een opluchting te weten met wie ik werkelijk te maken had. Uiteindelijk heb ik ‘nee’ tegen Ostankino gezegd – maar ik had nog altijd een leven in Londen waarop ik kon terugvallen. Voor mijn collega’s in Moskou is de keuze veel lastiger.

***

Het lot wilde dat een van de eerste tv-projecten die ik toegeschoven kreeg toen ik naar huis was teruggekeerd een documentaire-serie over rijke Russen in Londen was. Tijdens mijn afwezigheid had nieuw Russisch geld de stad overspoeld. Overal waar ik kwam in de rijkste Londense buurten hoorde ik Russisch en zag ik veel bekende gezichten uit Moskou. ‘Deze stad zal binnenkort ons eigendom zijn’, zei een Russische bankier die in Londen woont dit jaar in een door de bbc uitgezonden programma. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij de moord op een anti-corruptieadvocaat in Moskou. ‘We laten de Britten misschien hun parlement, maar de rest zal ons eigendom worden.’

Toen activisten probeerden er een visa- en beleggingsverbod doorheen te drukken voor corrupte Russische functionarissen wees de Britse regering dit af, uit angst dat het Russische geld erdoor zou worden afgeschrikt. Er is een hele industrie van advocaten, makelaars, bankiers, pr-mensen, particuliere scholen en butlers ontstaan die het nieuwe geld dient – en niemand wil zich afvragen waar dat geld vandaan komt. Toen een Russische krant probeerde Britse politici van beide grote partijen zo ver te krijgen om te protesteren tegen de arrestatie van en de rechtszaak tegen Alexei Navalny weigerden ze ieder commentaar, om Poetin niet tegen zich in het harnas te jagen. Nu ik met mijn tv-serie bezig ben, hoor ik bij de Britse elite steeds vaker hetzelfde cynisme als bij mijn Russische collega’s: ‘Waarom zouden we ons ergens hard voor maken? Onze regering is net zo slecht als die van Rusland. We hebben het recht niet om iets te doen. Het is allemaal alleen maar een spel. Al dat gedoe over mensenrechten en idealen – dat is louter pr.’


Peter Pomerantsev is een Britse non-fictieschrijver en televisieproducent. Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website Eurozine. Vertaling: Menno Grootveld

beeld (1): Vladimir Poetin en televisiepresentator Ernest Matskyavichus tijdens zijn jaarlijkse tv-marathonw aarbij de Russiche president vragen beantwoordt van het volk, december 2010. Alexey Druzhinin AFP / ANP. (2): Vladimir Poetin, december 2000. Natalia Kolesinikova AFP / ANP. (3): Vladimir Poetin. Natalia Kolesnikova / AFP / ANP.


Peter Pomerantsev, Niets is waar en alles is mogelijk: Het surrealistisch hart van het nieuwe Rusland. Vertaald door Willem van Paassen. Hollands Diep, 288 blz., € 19,99

Nothing is True en Everything is Possible, € 24,95