Zelfmoordaanslagen in Saoedi-Arabië

Scheurtjes onder huize Saoed

De recente zelfmoordaanslagen in Saoedi-Arabië lijken gericht tegen het regime van het koningshuis. Het land is niet meer van de Saoeds, maar van de Saoediërs zelf.

Saoedi-Arabië ligt van alle kanten onder vuur. Letterlijk en figuurlijk. Amerikaanse columnisten schreven na 11 september dat het fundamentalistische en ondemocratische gehalte van het koninkrijk de oorzaak was van de haat jegens het Westen. Veel Saoediërs verwijten hun regering dat zij nauwe banden onderhoudt met Amerika, dat wordt gezien als een olie-imperialist en steunpilaar van Israël. En in de Arabische wereld heeft men geen goed woord over voor de stinkend rijke Saoediërs die denken dat alles te koop is. Maar de rode draad van ongenoegen die overal doorheen loopt is de kritiek op de koninklijke familie die de oliestaat regeert. En deze kritiek is het sterkst binnen Saoedi-Arabië zelf.

Terugblikkend zou je kunnen zeggen dat het allemaal begon in 1979, in de hoogtijdagen van de oliewelvaart. Saoedi-Arabië schrok op van een jonge fundamentalistische Saoediër die met zijn getrouwen de grote moskee van Mekka bezette. Hij beschuldigde de overheid van het verkwisten van oliegelden voor eigen genoegens. De moskee werd met geweld ontruimd.

Pas na de Golfoorlog van 1991 kreeg deze roep om hervormingen een bredere basis onder de Saoedische bevolking. In conservatief-religieuze kringen nam dit soms militante vormen aan, maar hun oppositie werd met geweld onderdrukt. De executie van hun leiders leidde tot een escalatie: in 1995 en 1996 werden bomaanslagen uitgevoerd — echter alleen op Amerikaanse militaire doelen in Saoedi-Arabië. De recente zelfmoordaanslagen daarentegen zijn er duidelijk op gericht het Saoedische regime te destabiliseren.

De toenemende kritiek op het koningshuis komt niet uit de lucht vallen. Een van de redenen dat deze kritiek in de jaren negentig is toegenomen is dat zich in die periode een economische crisis aandiende. Opeens kreeg Saoedi-Arabië te kampen met inflatie, werkloosheid en zelfs armoede. De gouden tijden waren voorbij. Saoedi-Arabië is het land met de grootste oliereserves ter wereld (25 procent van de wereldvoorraad olie), maar de welvaart die hiermee in de jaren zeventig en tachtig was opgebouwd wordt nu weggegeten door overbevolking en teruglopende olie-inkomsten. Goedopgeleide jonge Saoediërs beginnen vragen te stellen bij de verdeling van macht en welvaart.

Wat Saoedi-Arabië vooral lijkt te plagen, is dat het zo langzamerhand een normaal ontwikkeld land begint te worden. Want het koninkrijk is nog maar 71 jaar jong. Het is de grote verdienste van zijn stichter, Ibn Saoed, dat hij de elkaar bevechtende woestijnstammen verenigde in één land en onder één kroon. Hierbij toonde hij zich een meester in het sluiten van verbonden. Deze verbonden vormen tot op de dag van vandaag het fundament van Saoedi-Arabië.

Om te beginnen werd de rol van de familie als verenigende factor van het land bestendigd door de vestiging van het koningshuis Saoed. De legitimiteit van deze macht werd vervolgens vastgelegd door het verbond met de fundamentalistische sekte der wahabieten. En ten slotte werd de veiligheid van het jonge koninkrijk verzekerd door het verbond met de Verenigde Staten in 1945, toen Roosevelt en Ibn Saoed afspraken maakten over de pas ontdekte olie in ruil voor militaire steun. Saoedi-Arabië verkeert nu voor het eerst in de situatie dat elk van deze fundamenten scheurtjes vertoont.

Saoediërs zijn trots op het feit dat zij een modern land hebben opgebouwd uit het niets. Iedereen heeft verhalen van analfabete grootouders die in lemen hutjes woonden. Studie in Amerika heeft voor duizenden jonge Saoediërs een nieuwe wereld geopend. Typerend is dat bijna geen van deze Saoediërs in het land van vrijheid en democratie is achtergebleven. Allen zijn weer teruggekeerd naar Saoedi-Arabië om, zoals zij zeggen, mee te helpen aan de opbouw van hun land.

Veel Saoediërs zijn weliswaar kritisch over hun land, maar rechtvaardigen de onvolkomenheden ervan met de jeugdigheid van hun natie. Deze is nog geen drie generaties oud, en gezien de enorme ontwikkelingen die in zo’n korte tijd zijn doorgemaakt vindt men dat het buitenland geen overspannen verwachtingen mag koesteren. «Wij zijn geen Amerika, dat al meer dan tweehonderd jaar oud is, laat staan dat we langs de Europese meetlat gelegd mogen worden», luidt een veelgehoorde uitspraak.

Maar toch. De jonge generatie Saoediërs mag het Huis van Saoed weliswaar erkennen als legitieme heerser, maar voelt zichzelf nu ook verantwoordelijk voor het land. Saoedi-Arabië is niet meer van de Saoeds, maar van de Saoediërs zelf. En daarmee komt het speciale verbond tussen bevolking en koningshuis onder druk te staan. De prinsen — schattingen van hun aantal lopen uiteen van vijf- tot twintigduizend — kunnen zich niet meer permitteren volgens eigen nukken en grillen te leven. Zij zullen zich moeten aanpassen aan de kritische wensen van hun volk.

Dat de islam een van de pijlers van het koninkrijk vormt, staat buiten kijf. Maar in Saoedi-Arabië overheerst een bijzondere vorm van de islam, die van de fundamentalistische sekte der wahabieten. Ibn Saoed had zijn militaire successen vooral te danken aan het verbond dat hij sloot met deze groep van krijgshaftige strijders.

Deze vereniging van zwaard en koran is altijd een delicaat krachtenspel geweest, want waar het Huis van Saoed de wereldlijke macht heeft, hebben de oelama, de religieuze autoriteiten, de morele zeggenschap. En beide groepen hebben elkaar nodig: geen Saoed zonder oelama, geen oelama zonder Saoed. En de oelama hebben zich vanaf het vroegste begin ontpopt als aartsconservatieven, op het xenofobische af. Zo hebben ze zich verzet tegen de invoering van telegraaf, radio en televisie in het koninkrijk. Zij gaven pas schoorvoetend toe toen Ibn Saoed hen in de uitzending van een koran lezing over de radio wees op de voordelen van dit medium.

De verhouding tussen morele en wereldlijke macht is uit evenwicht geraakt nu de levenswijze van veel leden van het koningshuis zich niet verhoudt met de morele en religieuze standaard die het koninkrijk pretendeert te hebben. Hoewel aanvankelijk schoorvoetend zijn de wahabitische puriteinen zich sedert de jaren tachtig steeds kritischer gaan uitlaten tegenover hun broodheer nu deze zich meer en meer is gaan overgeven aan extravagante luxe, corruptie en wanbeleid. De druppel was dat het koningshuis in 1990 de hulp van Amerikaanse troepen inriep om zich te beschermen tegen de Iraakse agressie. Was Saoedi-Arabië dan zo zwak en afhankelijk dat het zelfs zijn verdediging moest afkopen? En moet het land van Mekka en Medina, de meest heilige plaatsen in de islam, zich laten verdedigen door christenen?

Parallel aan de Amerikaanse kritiek op de interne situatie van Saoedi-Arabië is er een sterke Saoedische kritiek op de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. De onverschilligheid en het pragmatisme waarmee de Amerikaanse regering haar belangen in het Midden-Oosten naar haar hand zet, zet veel kwaad bloed.

En dat ondermijnt het derde verbond, dat tussen het Huis van Saoed en Amerika: olie in ruil voor militaire steun. Het is veelzeggend dat het Saoedische aandeel in de Amerikaanse olie-import de afgelopen tien jaar is gedaald van 24 tot 15 procent. Ook betrekt Saoedi- Arabië, als een van de grootste wapenimporteurs ter wereld, zijn militair materieel niet meer uitsluitend van Amerika.

Na 11 september, maar zeker na de oorlog in Irak, is er zowel in Amerika als in Saoedi-Arabië een toenemende druk om dit derde verbond op te zeggen. De vraag is echter of dat zomaar kan. Een veelgehoorde redenering is dat Amerika met de «bevrijding» van Irak toegang heeft verkregen tot ’s werelds tweede grootste olieleverancier en daardoor zijn afhankelijkheid van Saoedi-Arabië kan afbouwen. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Irak heeft weliswaar veel olie, maar Saoedi-Arabië beschikt over veel meer olievoorraden die direct leverbaar zijn. Dat geeft het land de macht om de internationale oliemarkt te beheersen: als Saoedi-Arabië de markt overspoelt met olie, kelderen de prijzen. Landen als Nigeria, die zich in de jaren tachtig niet aan prijsafspraken wilden houden, hebben dit al tot hun schade ondervonden. Saoedi-Arabië en Amerika, respectievelijk de grootste olieleverancier en de grootste olieafnemer ter wereld, zullen dus altijd tot elkaar veroordeeld blijven.

Hoe nu verder? Ondanks alle aanslagen en tegenslagen lijkt een ineenstorting of omverwerping van het Huis van Saoed niet aannemelijk. Dat is vooral te danken aan de 79-jarige kroonprins Abdallah, die sedert de hartverlamming en ziekte van koning Fahd in 1995 diens regerings taken heeft overgenomen. Hij geniet ongekende populariteit, niet alleen vanwege zijn hervormingsgezindheid, maar vooral om zijn integriteit en oprechte vroomheid. «De Saoedische bevolking heeft vertrouwen in hem», zegt een westerse waarnemer die al vijftien jaar in Saoedi-Arabië woont. «Dat is al heel wat. Van welke leider in andere Arabische landen kun je zoiets zeggen?»

Abdallah bakt geen zoete broodjes. Hij heeft aangekondigd dat de gouden tijden voorbij zijn en dat de Saoediërs zich moeten instellen op zwaardere economische tijden. Een trend van bezuinigingen is begonnen: allerlei subsidies worden geminderd, het defensiebudget is gekort met maar liefst 22 procent en er is een voorzichtig begin gemaakt met de ontmanteling van de vele financiële voorrechten die de leden van het koningshuis genieten.

De hervormingen op economisch terrein maken echter ook wijzigingen noodzakelijk op politiek, maatschappelijk en juridisch terrein. Dat veroorzaakt veel onrust bij diegenen die belang hebben bij het behoud van de huidige situatie. Deze kritieke situatie wordt nog eens extra opgezweept door het extremisme van mensen als Osama bin Laden. Maar Abdallahs vroomheid en onbesproken gedrag zouden wel eens een belangrijke troefkaart kunnen blijken. Hij is een van de weinigen die voor de oelama en misschien zelfs voor de Osama’s onder de Saoediërs geloofwaardig is. Want de redding ligt voor Saoedi-Arabië waarschijnlijk niet zozeer in de hervormingen die de Amerikanen zo graag zien, maar juist in dat wat de Amerikanen verwerpen: de islam.

___________________________

De bevolking

Saoedi-Arabië heeft ongeveer 21 miljoen inwoners, waarvan 14 miljoen Saoediërs en 7 miljoen buitenlandse gastarbeiders. Met 3,4 procent heeft Saoedi-Arabië een van de hoogste geboortecijfers ter wereld. Volgens Saoedische statistieken is van de Saoedische bevolking meer dan 60 procent jonger dan 18 jaar. In het jaar 2005, zo is berekend, zal de arbeidsmarkt worden overspoeld met zo’n 10 miljoen werkzoekenden. Men is daarom koortsachtig bezig om de gastarbeiders te vervangen door Saoediërs.

In 1982 had Saoedi-Arabië een overschot van 170 miljard dollar, nu een tekort van ongeveer dezelfde omvang. In diezelfde periode is het inkomen per hoofd van de bevolking gedaald van 16.000 tot 6.000 euro per jaar.

Het koningshuis

De grote hoeveelheid nakomelingen van Ibn Saoed zorgt voor allerlei paleisintriges. Sinds 1992 geldt de regel dat de koning zijn opvolger mag aanwijzen onder de erfgenamen van Ibn Saoed. De huidige koning Fahd heeft zijn halfbroer Abdallah aangewezen als kroonprins, maar deze zal voor zijn opvolging rekening moeten houden met de macht van Fahd en diens zes volle broers, de Sudairi Seven. Daarom wordt algemeen aangenomen dat hij een van hen als troonopvolger zal aanwijzen, terwijl juist deze broers een slechte reputatie genieten op het gebied van machtsmisbruik en corruptie.

Stamboom koningshuis

Abdel Aziz al-Saoed, bekend als Ibn Saoed (koning van 1932-’53)

Heeft naar schatting 45 zonen, onder wie:

Saoed (koning van 1953-’64)

Faisal (koning van 1964-’75)

Saoed: huidige minister van Buitenlandse Zaken

Khalid (koning van 1975-’82)

De Sudairi Seven: zeven broers van
dezelfde moeder

Fahd (koning vanaf 1982, sedert 1995
niet in staat tot regeren)

Sultan: minister van Defensie sinds
1962

Khalid: opperbevelhebber van het
Saoedische leger tijdens de
Golfoorlog

Bandar: ambassadeur in
Washington sedert 1983

Nayef: minister van Binnenlandse
Zaken en Veiligheid sedert 1975

Salman: gouverneur van de provincie
Riad

Turki: voormalig hoofd inlichtingen-

dienst (ontslagen eind augustus 2001)

Abdoel Rahman

Ahmad

Abdallah: kroonprins, feitelijk
machthebber sinds 1995