Scheve ogen

Enschedees maatwerk inzake de bijstand leidt tot verontwaardiging in Den Haag. Maar je decentraliseert of je decentraliseert niet.

Ineens was cda-wethouder Patrick Welman uit Enschede landelijk in het nieuws. Werklozen in zijn stad moesten voortaan eerst hun pensioengelden aanspreken voordat ze een bijstandsuitkering zouden krijgen. Door de hoge werkloosheid in zijn stad is het bedrag dat Enschede kwijt is aan bijstand volgens de wethouder niet meer te dragen. Politiek Den Haag was zacht gezegd niet gelukkig met het Enschedese plan.

Wethouder Welman heeft zijn voorstel onder druk van de landelijke politiek dan ook al weer ingetrokken. Maar de discussie die hij heeft uitgelokt, blijft interessant. Of eigenlijk moet je zeggen: discussies. Want hier lopen verschillende vraagstukken door elkaar.

Met de noodkreet wil Enschede onder meer de verdeelsleutel ter discussie stellen waarmee het rijk het geld voor de bijstand aan gemeenten toekent. Het gemeentebestuur, waarin ook de landelijke partijen d66, vvd en ChristenUnie zijn vertegenwoordigd, vindt dat de verdeelsleutel te weinig rekening houdt met het daadwerkelijke werkloosheidspercentage in Enschede van achttien. De sleutel zou ook onvoldoende oog hebben voor de ligging van de stad aan de Duitse grens. Gaan werken in Duitsland is door het verschil in diploma’s en door de taal niet makkelijk, zeggen ze in Enschede. Daardoor is de cirkel rondom de stad waarin werklozen naar een baan kunnen zoeken kleiner dan die rondom bijvoorbeeld Utrecht.

In plaats van meteen in de paniekstand te schieten onder het motto ‘blijf van de pensioengelden af’, hadden Haagse politici inhoudelijk op dit deel van de noodkreet in kunnen gaan. Wie vanaf het Binnenhof verantwoordelijkheden bij gemeenten neerlegt, en dat gebeurt vanaf komend jaar meer en meer, moet ervoor zorgen dat het geld voor het uitvoeren van die gedecentraliseerde taken eerlijk is verdeeld.

Dan hoeft vervolgens echt niet bij elke klacht van deze of gene gemeente alles op de schop. Enschede mag worden afgerekend op de mate waarin het bijstandsgerechtigden naar werk begeleidt en de effectiviteit waarmee de stad achter fraudeurs aan gaat of schulden probeert te vorderen. Door Enschede te vergelijken met andere grensgemeenten met ongeveer dezelfde beroepsbevolking kan daarnaast beoordeeld worden of de ligging inderdaad een rol speelt. Als eenmaal democratisch is besloten te decentraliseren, is het terecht dat gemeenten niet langer zo maar hun hand kunnen ophouden bij het rijk als er financiële nood dreigt.

Haagse politici mogen wel wat moediger hun eigen keuzes en beleid verdedigen

Maar met een scheve verdeelsleutel krijg je scheve ogen, bij gemeenten, maar ook bij inwoners als die merken dat ze daar de dupe van zijn: doordat bijvoorbeeld de toegang tot de bijstand tot het laatste wettelijke gaatje wordt dichtgeknepen of omdat de onroerendezaakbelasting omhoog gaat om toch maar het financiële gat in de gemeentebegroting te dichten. Als de landelijke politiek lokale verschillen toestaat tussen manieren waarop burgers worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid, dan moeten ook echt de lokale bestuurders voor die verschillen verantwoordelijk zijn. En niet toch nog het rijk.

Bij een goede financiële verdeling na decentralisatie kan zo’n lokaal verschil dan zijn dat de ene gemeente van een oudere werkloze eist dat hij alvorens aanspraak te kunnen maken op de bijstand eerst gebruik maakt van zijn recht om zijn vroegpensioen al op te vragen en de andere gemeente niet. Volgens de huidige bijstandswet hebben gemeenten dat recht ook al. Ingewijden in de ingewikkelde Wet werk en bijstand vonden de commotie in Den Haag zacht gezegd dan ook hypocriet. Voorzitter René Paas van de vereniging van managers van sociale diensten Divosa wreef de landelijke politici op zijn weblog fijntjes in dat ze ‘zelf hebben ingestemd met een wet die gemeenten dwingt tot harde keuzes’.

Met Paas kun je je inderdaad afvragen wat het verschil is tussen de eis van gemeenten aan huiseigenaren die aankloppen voor bijstand om eerst de overwaarde op hun huis op te eten – wat al standaardpraktijk is – en de eis om eerst het pensioengeld aan te spreken. En waarom moet de een wel zijn spaargeld bij de bank opeten, maar de ander in dezelfde gemeente niet zijn vroegpensioen? Het gaat in deze discussie tot nu toe overigens om werklozen die al bijna aow-gerechtigd zijn.

Er zit nog iets vreemds aan de commotie over Enschede. Haagse politici hebben er ogenschijnlijk geen probleem mee dat er tussen gemeenten onderling verschillen bestaan in de mate waarin het eigen huis eerst moet worden opgegeten. Bij de ene gemeente mag je immers een groter deel van de waarde van dat eigen huis ‘overhouden’ dan bij de andere gemeente. Maar diezelfde politici vinden het nu niet eerlijk als een oudere werkloze in Enschede wel zijn pensioen moet aanspreken maar die in Amstelveen niet.

Je zou haast denken dat vooral regeringspartij pvda, met partijgenoot Jetta Klijnsma als staatssecretaris op dit dossier, gezien de toch al slechte peilingen een open discussie over dit onderwerp niet aandurft. Maar er zijn meer Haagse politieke partijen die dat niet durven. Want dan wordt steeds helderder hoe groot de verschillen tussen gemeenten kunnen zijn. En zal ook steeds duidelijker worden hoe ingrijpend voor burgers de overheidsbezuinigingen kunnen zijn die met al die voor komend jaar geplande decentralisaties gepaard gaan.

Paas schreef vorige week dan ook terecht dat gemeenten slechts de boodschapper van dat slechte nieuws zijn. Haagse politici mogen wel wat moediger én consequenter hun eigen keuzes en beleid verdedigen. Anders ondergraven ze zelf het door hen onderschreven doel van de decentralisatiegolf: lokaal maatwerk.