Schiet op!

De aanstaande bezuinigingen treffen ons onvermijdelijk hard in onze portemonnee. Nu we daarvan doordrongen zijn, kan het maar beter snel gebeuren.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar wat mij betreft mogen de verkiezingen voor de Tweede Kamer nog vandaag worden gehouden. Of eigenlijk liefst gisteren al. Maar we moeten nog twee maanden lang discussies vol ingestudeerde slagzinnen aanhoren over de hypotheekrenteaftrek en het scheefwonen, de kilometerbeprijzing en de files, het verhogen van de aow-leeftijd en de zware beroepen, de studiebeurzen en een leenstelsel, het versoberen van de awbz en de eigen bijdrage in de zorg, het samenvoegen van provincies en waterschappen en het verkleinen van het aantal departementen, nu reeds gaan bezuinigen of later pas om de economische groei niet te verstoren - en moet dat dan 29 miljard euro zijn of veel meer?
Het was alsof er een loden deken over me heen viel toen vorige week de ambtelijke rapporten met de vele bezuinigingsvoorstellen het Binnenhof bereikten. Dat kwam, dacht ik, niet zozeer door die stapel papier, maar vooral door de reacties. Iedereen schoot weer in de eigen kramp: politieke partijen, belangenorganisaties, individuele economen, artsen, iedereen die maar een microfoon of vrije pagina kon vinden.
Verontwaardigd klonk het: dit is rijp en groen door elkaar, er worden geen keuzes gemaakt! Nee, dat was ook de opdracht niet aan de ambtenaren. Dat kun je ze moeilijk gaan verwijten. Sterker nog, nu het kabinet toch is gevallen, komt dat goed uit. Indien gewenst, kan elke politieke partij in het eigen verkiezingsprogramma haar voordeel doen met dit ambtelijke voorwerk.
Dat de ambtenaren geen politieke sturing kregen bij het formuleren van hun plannen om voor 35 miljard euro te bezuinigen op de rijksbegroting, is afgelopen najaar fel bekritiseerd door de oppositie als het laf vooruitschuiven van de problemen. Het kwam de coalitiepartners cda, pvda en ChristenUnie toen inderdaad goed uit om nog geen ruzie te hoeven maken over principiële keuzes zoals meer markt of meer overheid, meer eigen verantwoordelijkheid of meer solidariteit. Maar het lijkt, weliswaar achteraf, een slimme zet van de oud-coalitiegenoten. Alsof ze voorvoelden dat ze toch 2011 niet zouden halen. Hadden ze de ambtenaren wel met een visie op pad gestuurd, dan hadden deze drie partijen nu de daarop gebaseerde keuzes moeten verklaren, en uiteraard waren dat compromissen geweest.
Verontwaardiging was er ook over individuele voorstellen. Een eigen bijdrage in de zorg van meer dan zevenhonderd euro, schande! Het minimumloon tien procent lager, belachelijk! Minder lesuren, foei! Maar de opdracht was dat er geen taboes waren. Als een politicus geen voorstander van een zo hoge eigen zorgbijdrage is of van een verlaging van het minimumloon dan wel van minder lesuren, dan kan hij uitleggen waarom hij een dergelijk voorstel niet tot het zijne maakt. Ambtenaren maken alleen de dienst uit als de politiek geen keuzes maakt.
Maar de reacties maakten bij mij vooral het déjà-vu-gevoel over de vele voorstellen groter. Stiekem had ik blijkbaar gehoopt dat de ambtenaren nu ze vrij spel hadden gekregen van de politiek met iets nieuws, verfrissends en razend interessants zouden komen.
Slechts bij één voorstel betrapte ik me op: hé, direct gevolgd door een gevoelsmatig nee. Dat is het voorstel dat de politie na een diefstal niet in actie komt als u en ik ons huis niet goed hebben beveiligd. Dat lijkt me een vrijbrief voor dieven, alsof het dan ineens wel geoorloofd is aan andermans spullen te zitten. Gelukkig schrijven de ambtenaren zelf ook dat dit uiterst gevoelig zal liggen, bovendien brengt het maar honderd miljoen euro op.
Maar hoe lang praten we in Nederland al niet over de hypotheekrenteaftrek en scheefwonen? Echt niet alleen sinds het uitbreken van de financiële crisis waardoor de overheid de miljarden die ermee gemoeid zijn mogelijk aan iets beters kan besteden. Alle voors en tegens zijn al lang bekend. Alle argumenten vaak gewisseld. De term ‘taboe’ past niet eens meer, want dan zouden we er zelfs niet over durven spreken.
En de kilometerbeprijzing: de vele krantenkoppen, ambtelijke stukken, rapporten, enquêtes en verslagen van Kamerdebatten daarover zouden een file in elke boekenkast doen ontstaan. Een hogere aow-leeftijd: iets minder lang onderwerp van heftige discussie, maar ook niet pas sinds gisteren. Iedereen die dit jaar 55 wordt, dacht immers - tot het kabinet in februari viel - dat hij zich moest voorbereiden op doorwerken tot zijn 66ste. Een andere bestuurlijke indeling van Nederland: zelfs wat ik er in de loop van de tijd zelf over schreef is een aardig stapeltje, over stadsprovincies, een randstadprovincie, geen provincies, kerndepartementen, programmaministers - noem maar op.
Dat waar-heb-ik-het-eerder-gehoord zorgt voor iets paradoxaals. Enerzijds lijkt het gevoel van urgentie erdoor af te nemen. Er is immers niks nieuws onder de zon. Het gevoel dat er nu toch echt dringend iets moet gebeuren, zou er echter gezien de economische crisis en de vergrijzing wel moeten zijn. Een sense of urgency zou de acceptatie van ingrijpende maatregelen vergemakkelijken: want dat wij burgers het linksom of rechtsom gaan voelen in onze portemonnee wordt ook tot in den treuren herhaald.
Anderzijds krijg je het gevoel: schiet op, we zijn al dat eindeloos palaveren beu, hak de knoop nu eindelijk eens door, schaf die hypotheekrenteaftrek in hemelsnaam af, laat iedereen tot zijn 67ste doorwerken, zijn studiekosten zelf betalen, evenals op zijn oude dag de huur voor zijn kamer in de verzorgingsflat, dan weten we tenminste waar we aan toe zijn.
Maar mogelijk is dat juist de achterliggende strategie. Misschien moeten we dat schiet-op-gevoel juist krijgen en is het dé manier om draagkracht onder de bevolking op te bouwen. Niet doordat we het allemaal inhoudelijk met al die maatregelen eens zijn, maar omdat we eindelijk eens voort willen.