Schijn en zijn in cannes

Grootse fictie is niet altijd de meest meeslepende, en strenge documentaire is niet altijd de meest overtuigende. In Cannes waren het de hybride films die zich moeiteloos uit de stroom losmaakten en de toon zetten. Lars von Trier maakte de verwarring tussen gespeeld en werkelijk zelfs tot uitgangspunt van zijn spraakmakende The Idiots. De film laat een groep mensen zien die doen of ze gek zijn. Je denkt eerst aan een theatergezelschap dat in werkelijke situaties probeert het spelen van psychiatrische patiënten te verfijnen, maar al snel blijkt dat de ‘acteurs’ alleen met en voor elkaar hun rol als gek willen spelen, voor het spelen en inleven zelf.

Von Trier en nog een cameraman filmden zelf met een kleine digitale videocamera de handelingen alsof het een amateurbruidsreportage is. Deze vorm en de geïmproviseerd ogende manier van spelen veroorzaken een hoogst documentair effect. Misschien is het uiteindelijk vooral ook een documentaire. Een reportage over acteurs die voor een camera zowel een normale als een idiote rol spelen en dit rollenspel uitproberen op een nietsvermoedende omgeving. Of is het toch vooral fictie? Een drama over een groep mensen die zich probeert in te leven in de wereld van de gek en daarbij geconfronteerd wordt met de onbeheersbaarheid van de opgeroepen krachten. De spanning tussen echt en onecht blijft de hele film bestaan.
Nanni Moretti doet in Aprile ogenschijnlijk minder geheimzinnig, maar of zijn verknoping van schijn en zijn makkelijker te ontwarren is, valt nog te bezien. De film gaat, als bijna altijd bij Moretti, over hemzelf. De film speelt zich als een soort nagespeeld dagboek af tussen 28 maart 1994 en augustus 1997; van de electorale overwinning van Berlusconi tot de zomer na de overwinning van links. De grote politiek lijkt soms een toevallig decor en de huiselijke beslommeringen van Moretti de hoofdzaak. Hij wordt vader en dat moet de kijker weten. Via de omweg van het kleine en anekdotische komt Moretti toch weer uit op politieke vragen. Samen met zijn kindje zit hij bijvoorbeeld op een tapijt van kranteknipsels. Het lijkt of hij alleen oog heeft voor het kind, maar ondertussen toont hij op een droogkomische manier hoe de kranten in Italië met elkaar zijn verweven door een netwerk dat alleen in naam onzichtbaar is. Moretti is een meester in het zich dommer voordoen dan hij is. Vanuit zijn verdomhoekje komt hij steeds met ontregelende vragen.
Het kan nog dichter op de huid van de werkelijkheid. De achttienjarige Samira Makhmalbaf debuteerde met de film The Apple, waarin duidelijk de hand van haar vader Mohsen te bespeuren was. De film gaat over een Kaspar Hauser-achtig geval in Iran. Een werkelijke gebeurtenis. Een arm echtpaar, waarvan de vrouw blind is, liet hun kinderen nooit buiten komen. Op hun elfde kunnen ze nog niet lezen en schrijven. Op aandrang van de buurt grijpt maatschappelijk werk in. In de film speelt het betreffende gezin op onthutsende wijze hun eigen situatie na. Een gegeven dat het onmogelijk maakt om in dit geval een grens tussen werkelijkheid en fictie te trekken.
De benaderingen van Von Trier, Moretti en Makhmalbaf zijn, hoe verschillend ook van achtergrond, duidelijk verwant in het origineel en ironisch aan de orde stellen van maatschappelijke fenomenen. Deze cineasten geven alledrie een frisse, nauwelijks verfraaide blik op een hen bekend stukje van hun stad en zijn bewoners. De plekken zijn verschillend, maar de resultaten hebben hun ontnuchterende blik gemeen.

  • Frankrijk is een van de hoogstaandste filmlanden ter wereld, maar daar is in Nederland weinig van te merken. Verheugend dat er nu twee bijzondere Franse films op uitkomen staan. In On connaît la chanson vertelt Alain Resnais een ironisch liefdes- en overspelverhaal waarbij de acteurs delen van hun dialogen weergeven in de vorm van gezongen citaten uit bekende chansons. acques Doillon baarde veel opzien met Ponette, over dood en rouw met een vierjarig meisje in de hoofdrol. Meer dan innemend.