Schijnheil

Het krantje heet de Filmkrant en voert de pretentieuze ondertitel ‘Het grootste filmblad van Nederland’. Hoewel het gratis filmhuis-aan-filmhuis verspreid wordt, ga ik er niet van uit dat iedereen het leest. Daarom citeer ik hier een berichtje in extenso zoals dat werd gepubliceerd in de beruchte rubriek ‘Geruchtenmachine’ van het januarinummer:

‘Festivalnijd is een fenomeen dat soms ridicule proporties aanneemt. We hebben het over het verschijnsel dat het ene festival het andere het licht in de ogen niet gunt. Een fraai voorbeeld daarvan treffen we half december aan in het weekblad De Groene Amsterdammer, waar filmcriticus Gertjan Zuilhof, tevens stafmedewerker van het Filmfestival Rotterdam, op kinderachtige wijze het soms met Rotterdam concurrerende International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) de oren meent te moeten wassen. Zuilhof windt zich bijzonder op over het feit dat de IDFA-dagkrant had geschreven dat het IDFA “het allergrootste festival in de wereld” is, waar had moeten staan “het allergrootste documentairefestival in de wereld”. Zuilhof spreekt van “grootheidswaan” en houdt de festivalleiding voor “dat het bij de documentaire toch niet om glamour, imponeren of schittering gaat”. Pas als “het IDFA het meest eigenzinnige en oorspronkelijke documentairefestival ter wereld is, mag men zich op de borst slaan. Nu is bescheidenheid op zijn plaats.” Ach gut. Bovenmeester Zuilhof heeft gesproken. Kennelijk moest het IDFA vanuit Rotterdam even op haar plaats worden gezet. Fijn ook dat De Groene haar kolommen openstelt voor de privé-oorlogjes van haar medewerkers.’
Zoals gebruikelijk in deze heldhaftige roddelrubriek is het stukje niet ondertekend. Het gebruik van de pluralis of misschien zelfs pluralis majestatis wijst in de richting van de redactie van de Filmkrant of hoofdredacteur Mark Duursma zelf. Die zou ik er dus op kunnen aanspreken. Dat bevestigde hij toen ik hem in een café toeriep dat ik anonieme aanvallen op een met naam en toenaam genoemde persoon bijzonder laf vind.
Het stukje is zeer tendentieus, maar bevat geen feitelijk nieuws (waarmee ik niet wil zeggen dat ik geloof dat het IDFA het grootste documentairefestival ter wereld is, zoals ik ook niet geloof dat de Filmkrant een groot filmblad is). Het is dus geen gerucht maar een oordeel. Sterker nog; een veroordeling.
Duursma stelt dat ik geen mening over een festival mag publiceren omdat ik voor een ander festival werk. Dat ben ik niet met hem eens. Ik heb nooit gepretendeerd dat ik een neutrale en onpartijdige criticus ben. Ik ben uitgesproken partijdig. Ik verdedig films en filmactiviteiten die ik van belang vind en verzet me tegen de vele onzin en banaliteit die de filmwereld rijk is. Ik ben dus niet alleen militant partijdig voor Rotterdam, maar voor nog wel meer, en iedere welwillende lezer zou uit mijn bewuste stukje over het IDFA kunnen concluderen dat ik een serieus documentairefestival een warm hart toedraag. Overigens heb ik er in De Groene nooit een geheim van gemaakt dat ik als programmeur, en niet als stafmedewerker, voor Rotterdam werk. Ik heb het hier zelfs zo vaak voor de zuiverheid vermeld dat de eindredactie het als een overbodige toevoeging begon weg te halen.
Duursma pretendeert dus zelf een andere positie in te nemen, maar dat is slechts schijn. Duursma is namelijk al jaren freelance medewerker van een filmfestival, en wel het IDFA zelf. Hij leverde bijvoorbeeld filmbeschrijvingen voor festivalcatalogi en hield publieksinterviews met regisseurs. Duursma heeft dus boter op zijn hoofd. Maar waarom schrijft hij dan zo'n laf stukje?
Duursma is recensent voor Trouw, hoofdredacteur van de Filmkrant en klust er daarnaast bij. Bijvoorbeeld bij het IDFA. Daar is volgens mij op zich niets mis mee, maar als deze christelijke filmbespreker anoniem in zijn eigen filmblaadje gaat schrijven dat ik iets schrijf met onoprechte motieven, dan kan hij van mij niet verwachten dat ik zoiets lafs en schijnheiligs over mijn kant laat gaan. Duursma, je bent een hypocriete lafbek.