Schikgodinnen

Van verkeersregelaars krijg ik altijd ontiegelijk de zenuwen. Ooit heb ik wel geleerd welke gebaren bij stoppen horen en welke bij rijden, maar dat zijn weetjes die je amper toepast en die je dus geheid verliest.

Wat ik inmiddels wel geleerd heb is dat de gebarencode volstrekt niet strookt met mijn intuïtie, en al helemaal niet met enig plausibel semantisch systeem, ik bedoel, zelfs in de verste verte is er geen verwantschap tussen het teken en de betekenis te bespeuren. Als vuistregeltje heb ik me dus maar aangeleerd dat de verkeersregelaar altijd het omgekeerde bedoelt van wat ik denk dat hij bedoelt.

Nu zult u zeggen: dan rij je toch gewoon achter de anderen aan, dat doe ik ook altijd, want ik snap er ook geen zak van. Maar dan kent u mijn schikgodinnen nog niet. Die hebben er namelijk de grootste lol in om mij altijd aan kop, vlak vóór zo’n verkeersregelaar voor te sorteren en zich dan achter een boom te verschuilen en grinnikend mijn reactie af te gluren. Deze week ook weer. Ik was op weg om een vuurwerkassortimentspakket aan te gaan schaffen – wat op zichzelf altijd weer een zenuwslopende onderneming is; misschien komen we daar dadelijk nog op – en daar naderde het kruispunt mij. Vijf, nee zes verkeersregelaars waren ervoor nodig om de stromingen te dirigeren en u weet wat verkeersregelaars zijn: de conciërges van de rijbanen. Ze hebben macht gekregen over een piepklein stukje asfalt en aangezien dit het enige is waar ze in hun levens macht over hebben voeren ze die macht uit met een despotisch fanatisme. Ik moet als enige linksaf want er zit een doorgerot tuinhek in mijn laadruimte en voor het vuilniswegbrengstation, waar ik bij eerdere gelegenheid al over schreef en dat overigens eveneens bestierd wordt door lieden met absolute macht over luttele vierkante meters, moet ik linksaf en zodoende kom ik oog in oog met een verkeersregelaar die in elke Haagse Harry-lookalike-contest goud zou winnen, maar die nu een gebaar maakt dat volgens mij stoppen betekent. Net op tijd herinner ik mij mijn vuistregeltje en weet ik dat ik contra-intuïtief moet handelen en dus gooi ik vrolijk mijn knipperlicht aan en geef ik wat gas.

Een fluitsignaal.

Ik trap de rem in. De motor slaat af.

Haagse Harry heeft zijn gele scheidsrechtersfluitje in zijn mond, kijkt mij woest aan en priemt zijn wijsvinger in mijn richting. Jij daar. Jij bent af. Ga je maar omkleden en afdouchen. Laat je auto maar staan. Dat hek breng ik wel weg. Wat zeg je, een vuurwerkassortimentspakket? Dan had je maar beter je best moeten doen bij je theorielessen. Voor jou geen vuurwerk dit jaar. Ik zou je nog niet eens een bos sterretjes toevertrouwen. Zo schimmig als zijn verkeersgebaren zijn, zo glashelder en eenduidig is zijn non-verbale communicatie nu, want dit alles weet hij me letterlijk te vertellen met één enkele blik.

Ik weet dat ik contra-intuïtief moet handelen en dus gooi ik vrolijk mijn knipperlicht aan en geef ik wat gas

Uit de staart van voertuigen achter me voel ik alle blikken op me gericht en ik weet gewoon zeker dat er op minstens drie stoelen smalend gemompeld wordt: ‘Zo, die heeft z’n rijbewijs zeker op Marktplaats gekocht.’ Harry loopt met z’n trage gorillaloopje terug naar het midden van het kruispunt en geeft dan een min of meer discreet teken aan de rechtdoorrijders, als een dirigent aan de tweede violen, en ook aan mijn linksaf-strook, waar de houtblazers staan voorgesorteerd, geeft hij een seintje, dus ik start en trek op, maar ik ben nog geen meter vooruit of die eikel fluit de wedstrijd opnieuw af. Nee, zo komen we ergens. Harry komt naast me staan en ik druk m’n raampje omlaag om hem te woord te staan op die manier waarop voetbalbobo’s de pers te woord staan.

‘Heb jij je rijbewijs soms op Marktplaats gekocht?’ luidt de vraag, waar ik een ontwijkend antwoord op geef, maar waarvan de bottom line blijft dat voor mij de relatie tussen betekenis en betekenaar zo arbitrair is als de pest, het weer en de vrouw samen. La donna è mobile, veranderlijk en wisselvallig, en zo zijn ook de hand- en armgebaren van Haagse Harry. En die schikgodinnen maar schik hebben, grinnikend achter het elektriciteitshuisje waaraan geklust wordt en dat de aanstichter van dit hele tafereel is.

En ziet, een wonder geschiedt. Ik ben nog niet uitgediscussieerd of alle vijf, nee zes verkeersregelaars verlaten traag en simultaan het kruispuntpodium, als acteurs na het slotapplaus, en op de hoek van de Segbroeklaan en de Houtrustweg daalt een kalme vrede neer: de stoplichten zijn weer aangesprongen.

‘Nou daar heb je mazzel mee’, besluit Harry en hij voegt zich bij zijn collega’s.

Nu hoef ik alleen nog maar een tuinhek weg te brengen en een vuurwerkassortimentspakket te kopen, een klus die me ineens bedrieglijk simpel voorkomt.