Kunst

Schilderij = gevoel

Kunst: Jacob van Ruisdael

Engelse schilders zijn in wezen klimatologen. Het land heeft geen dramatische schilders van het kaliber Picasso, Velázquez en Van Gogh voortgebracht, maar wel Turner, Constable en hele bataljons zondagmiddagschilders – zelfs Winston Churchill schilderde niet onverdienstelijk – die zich toeleggen op eiken, afbrokkelende kerktorens en, bovenal, overtrekkende wolken uit zuidwestelijke richting. De schilderijen van J.M.W. Turner – zoals The Fighting Temeraire, afgelopen jaar verkozen tot het grootste schilderwerk van het land – roepen associaties op met de scheepsberichten op de radio, die in Engeland reeds zijn verheven tot poëzie: Forties Cromarty / Forth North / Veering East / 5 or 6 / Occasional Rain / Mainly Good.

Het gebrek aan intensiteit in de Engelse schilderkunst reflecteert het klimaat, dat mild is, zelden schokkend en onheilspellend. «Dramatisch ondramatisch» noemt Jeremy Paxman het in The English. De aantrekkingskracht zit ’m in de details, de kleine veranderingen en natuurlijk de human touch. Dit is een land waar, zo schreef de onbekende Engelse filosoof George Santayana, alles draait om «atmosfeer». En geborgenheid, onder een eik of in een hooischuur. Geen geruststellender kunstwerk dan The Hay Wain, dat niet alleen te zien is in de National Gallery maar ook op duizenden koektrommels en kalenders. Het staat op de tweede plaats van de eerder genoemde lijst.

Turner en Constable hebben gemeen dat ze sterk beïnvloed zijn door Jacob van Ruisdael, de zeventiende-eeuwse landschapsschilder, neef van de schilder Salomon en zoon van de lijstenmaker Isaac uit Haarlem. Turner was dol op Ruisdaels Coup de Soleil, terwijl Constable in de jaren dertig van de negentiende eeuw zo onder de indruk was van diens Winterlandschap (indertijd in het bezit van premier Sir Robert Peel) dat hij een eigen versie maakte, er een hondje aan toevoegend om verwarring te voorkomen. In een brief aan de deken Fisher van de kathedraal in Salisbury schreef Constable in 1826: «I have seen an affecting painting by Ruisdael (…) It haunts my mind and clings to my heart.»

Tegen deze achtergrond is het verwonderlijk dat er nu pas een grote tentoonstelling van de Nederlander te zien is in Engeland. «Onze collega’s van de National Gallery bezitten een mooie verzameling Ruisdaels, maar hebben er nooit iets speciaals mee gedaan», zegt Cecilia Treves, curator van The Royal Academy of Arts. Voor Jacob van Ruisdael: Master of Landscape heeft ze uit meer dan vijftig musea schilderijen, tekeningen en etsen van Ruisdael laten overkomen. Het meest atmosferisch is Joodse begraafplaats, dat Goethe ooit tot de overtuiging bracht dat Ruisdael niet zozeer een (realistische) schilder was als wel een romantische dichter. Op de Portugees-joodse begraafplaats in Oudekerk aan de Amstel heeft immers nooit een ruïne gestaan en er klaterde evenmin een beekje.

Bovenal is op Joodse begraafplaats de vergankelijkheid van het menselijk bestaan zichtbaar, geteisterd door de kracht van de natuur. Dit leidt tot een emotionele spanning die in veel van Ruisdaels werken terugkomt: gevoelens van onbehagen en hoop. Voor dat eerste zorgen de ruïne, de graftombes en de dode boom, voor het tweede de flauwe regenboog (die terugkomt in Constable’s Hampstead Heath with a Rainbow), het stromende water en natuurlijk de zonnestraal die zich door het wolkendek vecht om de graven te belichten. Deze combinatie van stemmingen wordt automatisch herkend in een land waar niet alleen _The Anatomy of Melanchol_y is geschreven, doch ook de constableaanse notie heerst dat een schilderij een ander woord is voor gevoel.

Jacob van Ruisdael: Master of Landscape

The Royal Academy of Arts, Londen, tot en met 4 juni

Op 15 mei geeft dr. Jo Saxton een lezing met de titel Amsterdam in the Age of Ruisdael