Schilderij van felix

Ik was nog maar met vakantie. Op een middag werd ik uit mijn slaap gewekt door het scherpe geluid van brekend water. Onmiddellijk gevolgd door ander buitenissig lawaai. Het smalle grasveld dat het helder oplichtende en meestal zo rustige zwembassin omringde, lag en zat vol jong volk. Veelal in badkledij. Moeilijk te zien waardoor ze werden bijeengehouden. Als familie waren ze te talrijk en voor een schoolklas lagen de leeftijden te ver uit elkaar. Ze spraken de taal van Monsieur Gérard. Veel hoger van toon en korter van klank. En sneller. ‘Tiens!’ hoorde ik af en toe. Of: ‘Ici Pierre!’ Ze boden een rijk spektakel. Het was alles vreedzaam wat ze deden en verschillend. Twee van de oudste jongens waren, recht voor mij en schijnbaar onopgemerkt door de anderen, bezig met het oefenen van een ingewikkelde worstelgreep. In de regelmatige herhaling ervan ging een geheimzinnige rust schuil.

Of werd die indruk versterkt door een paar daar vlak naast, het meisje in blauwwitte jurk en de jongen in zwarte zwembroek, dat al uitgestrekt op de grond, in een door tedere kussen onderbroken conversatie was gewikkeld? Ook die intimiteit ondervond geen enkele belemmering van de rest. Zag ik een meisje met een diabolo? Kleinere jongens die met hun zakmes lijnen in de grond kerfden? Echte volwassenen waren er niet bij, maar er was een onzichtbare discipline die alles volgens ordelijk plan deed verlopen. Tot en met de stevig gebouwde jongen die steeds maar weer vanaf de uit rotsblokken gestapelde duiktoren, met datzelfde geluid dat mij had wakker gemaakt, in het water plonsde. Het was een bijna allegorische voorstelling, die mij aan een schilderij van Felix Valloton deed denken. Dit was werkelijkheid. Waarom vergeet ik altijd een foto te maken, wanneer zich zoiets voordoet? Pas nu, na meer dan vier maanden denk ik voor de eerste keer aan die mogelijkheid. Ik had mijzelf het mooie tafereel ook nooit opnieuw voor ogen gebracht. Was het dan toch goed dat die ui ooit zijn mond had opengedaan?