Schildpad Harriet 

Schildpad Harriet

* 1830

‘Het was een smoorhete dag en het geklauter was doodvermoeiend, maar ik werd ruimschoots beloond door de vreemde Cyclopische aanblik. Terwijl ik voortliep ontmoette ik twee grote schildpadden die elk minstens tweehonderd pond moeten hebben gewogen. Een ervan kauwde een stukje cactus, staarde me aan toen ik naderbij kwam en liep langzaam weg. De andere liet een diep gesis horen en trok zijn kop in. Deze enorme reptielen in hun omgeving van zwart lava, bladloze struiken en grote cacteeën kwamen mij voor als voorwereldlijke dieren. De spaarzame, kleurloze vogels schonken net zomin aandacht aan mij als aan de grote schildpadden.’

Zoals blijkt uit zijn Voyage of the Beagle (1839) bejegende de studieuze, maar ten diepste romantische Charles Darwin de Galapagos-schildpadden met het gepaste respect dat hij voor alle dieren had. Hij schilderde hen niet af als gevaarlijk, zoals de zeemansfolklore wilde, en evenmin als zielige slachtoffers van de mens zoals we tegenwoordig doen; de veertig exemplaren die hij meenam aan boord werden bijna allemaal met smaak opgegeten.

Tussen die uitersten voltrok zich het leven van Harriet, de langst levende Galapagos-schildpad in Australische gevangenschap waarvan de legende wil dat zij aan Darwin heeft toebehoord. In 1994 ontdekte een historicus dat Darwins medeopvarende John Wickham halverwege de negentiende eeuw drie schildpadden aan de Brisbane Botanical Gardens cadeau deed. Een daarvan was Harriet, die toen nog Harry heette omdat haar ware geslacht pas in 1987 is vastgesteld. Zij ervoer aan den lijve hoe onze mensenmanieren zijn veranderd.

Na de Tweede Wereldoorlog werd ze nog door teruggekeerde soldaten van kop tot staart beschilderd. In de jaren zestig moesten de volwassenen hun handen thuis houden, maar kinderen mochten onbeperkt op haar rug rijden. Ook daaraan kwam een eind toen ze in 1987 werd verkocht aan de Australia Zoo van de krokodillenworstelaar Steve Irwin (die dit jaar overigens zichzelf voor de Darwin Award kwalificeerde). Vanaf dat moment werd Harriet het middelpunt van photo ops, onzinlessen voor schoolkinderen over lieve schildpadden (de Geochelone Nigera Darwini kan lelijk agressief zijn) en Steves eigen hysterische troetelmomenten.

Vorig jaar luisterde de dierentuin haar 175ste verjaardag op met een kinderfeestje. Het personeel tooide zich met feesthoedjes, schaarde zich om haar heen en zong Happy Birthday. Daarna kreeg Harriet een roze hibiscusbloemenkoek. ‘Wat zou het mooi zijn als ze na 175 jaar eens terug kon praten’, sprak een oppasser aangedaan. Ziedaar, in een notendop, het moderne misverstand. Ze zou niet verder komen dan: ‘Hm, lekkere koek.’ B 2006