Verder te zien op het Nederlands Film Festival

Schimmig en neerslachtig

Nachtrit van Dana Nechushtan, die eerder Total loss (2000) maakte, is even boeiend als het kijken naar een bloedeloos onderonsje, letterlijk en figuurlijk, tussen taxichauffeurs bij het Centraal Station in Amsterdam. En wie dat al een paar keer in het echt heeft meegemaakt, weet dat het geschreeuw over gestolen ritten en corrupte bobo’s dramatisch allerminst interessant is. Nachtrit heeft inderdaad de hoofdstedelijke taxioorlog als onderwerp, maar de film mist diepgang, nuance, visuele complexiteit en, nog het ergste, een hart. Zo pessimistisch als dit werk is, is bijna uniek. Frank Lammers speelt de rol van Dennis, een arme sloeber die verstrikt raakt in het geweld dat de schimmige Amsterdamse taxiwereld kenmerkt. Lammers is altijd leuk om naar te kijken, maar in deze film is hij misplaatst. Zijn Dennis roept op geen enkele manier een gevoel bij de kijker op, niet sympathie, niet weerzin, en zeker niet bewondering. Het enige sympathieke personage is het dochtertje van Dennis’ broer (Fedja van Huêt). Maar het meisje is verder nauwelijks deel van de vertelling. Nachtrit is zo’n film waarvan het volstrekt onduidelijk is waarom, en vooral ook hoe, hij kon worden gemaakt.
Schimmig en neerslachtig is ook de documentaire Dutch Touch van Ulrike Helmer, over de Nederlandse hiphopwereld. Maar anders dan in Nachtrit is het pessimisme hier niet een doel op zich, maar meer een voorwaarde om iets moois en inspirerends te maken, namelijk rap- en hiphopmuziek die een reflectie biedt van het Nederland van nu. Dit werk heeft een hart én een ziel. Dat blijkt niet alleen uit de passie van de maker voor het onderwerp, maar ook uit de hartstocht van de hiphopartiesten zelf. Neem Brainpower, de bejubelde en verguisde witte rapper die, zo blijkt uit Dutch Touch, nog altijd strijdt om het respect van zijn medeartiesten te verdienen. Dat lijkt onterecht, want Brainpower leeft voor hiphop. De camera volgt hem naar Manhattan, waar hij met onbekende, briljante New Yorkse artiesten als Jean Grae werkt. ’s Avonds zit hij alleen in zijn hotelkamer teksten te schrijven op velletjes papier.

Is Brainpower Nederland misschien ontgroeid, wie nog altijd niet helemaal is doorgebroken, is de briljante act DuvelDuvel uit Rotterdam. Qua ritme en rauwheid van vorm en inhoud is Duvel inmiddels ongeëvenaard in de Nederlandse scene. Maar zoals blijkt in Dutch Touch zijn de leden van de act nauwelijks geïnteresseerd in succes of het promoten van zichzelf. In een prachtige, uit de losse pols geschoten scène zien we hoe de twee hoofdleden van Duvel bij het Lowlands-festival arriveren voor een optreden. Als de interviewster vraagt waar het derde lid blijft, antwoordt Duvel zelf: hij komt niet, want hij kon geen oppas voor zijn hond vinden. Vervolgens stormt hij met zijn maatje het podium op, waarna massa’s bewonderaars uit hun dak gaan.

Net als Brainpower en DuvelDuvel zijn de meeste andere hiphopartiesten in Dutch Touch constant bezig met politieke en maatschappelijke problemen die het leven op de straten van Amsterdam-Zuidoost en langs de Rotterdamse Maas bepalen. Boeiend is om te zien dat zij, tegen de huidige politieke cultuur in, de multiculturele samenleving koesteren. Wie tegen de mix van culturen is, wie eenvormigheid nastreeft, dient te worden gewantrouwd, vinden ze. Eveneens interessant is dat bijna iedere rapper die aan het woord komt, ergens de tekst gebruikt: ‘Fok de haters!’

Lijnrecht tegenover het frenetieke Dutch Touch staat de stille, introspectieve documentaire Forever van Heddy Honigmann. Toch hebben de twee werken veel gemeen: beide gaan over de wijze waarop kunst het leven van mensen beïnvloedt. In Forever, de slotfilm van het festival, onderzoekt Honigmann wat de motieven zijn van bezoekers aan de Parijse begraafplaats Père-Lachaise, waar veel beroemde kunstenaars zijn begraven. De connectie tussen leven, dood en kunst blijkt deze mensen te fascineren. Een Japans meisje, bijvoorbeeld, speelt Chopin, om de herinnering aan haar overleden vader overeind te houden. Of een Iraanse taxichauffeur die graag bij het graf van Sadegh Hedayat komt zitten, Perzische liederen zingt en zo nadenkt over het land van zijn verleden. Of drie blinden die het graf van Simone Signoret en Yves Montand bezoeken en vervolgens naar een video van Henri-Georges Clouzots film Les diaboliques (1954) ‘kijken’. En de lijkenverzorger die bij het graf van Modigliani zit, en uit het werk van deze beroemde schilder inspiratie probeert te putten over hoe je het best het gezicht van lijken kunt opmaken. Grimmig en zwaarmoedig, dat is Forever zeker. Maar het werk is ook sensitief, dramatisch en inspirerend. En geheel onvergetelijk. Het is misschien wel een van de beste films dit jaar op het Nederlands Film Festival.