Media

Schipperen

Twaalf jaar geleden schreef ik een boekje over de naoorlogse bibliotheekcultuur. Het eindigde met een bezoek aan een gedroomde bibliotheek. Daarin stonden bijna geen boeken meer. ‘Er was geen balie. Het rook er naar koffie en warm appelgebak.

In een hoek klonk hard, hoog kindergelach.’ De bibliotheek van de toekomst was vooral een ontmoetingsplaats van internetgemeenschappen. Terwijl men elkaar dagelijks digitaal trof, gebeurde het daar af en toe fysiek. Daartoe had de bibliotheek de nodige middelen aangeschaft zoals een plastic skelet voor de paardenclub. Ook werden er regelmatig lezingen en manifestaties verzorgd. ‘Spullen en mensen in plaats van boeken?’ vroeg mijn denkbeeldige alter ego aan de vrouw die hem rondleidde. ‘Boeken kopen we nog steeds’, antwoordde zij. ‘Maar minder, veel minder. Waarom zouden we? Steeds meer teksten staan op het net. Dat is met spullen en mensen wat moeilijk.’

‘Einde of nieuw begin?’ had ik boven het hoofdstukje gezet. In de ogen van mijn destijds wat media betreft gematigd conservatieve alter ego was het eerste het geval. Een bibliotheek is een boekenplek en zo niet, dan staat het gelijk aan verval. Zijn gids dacht daar anders over. Zij zag vooral het mooie, nieuwe, leuke. En die boeken, ach, die waren slechts middelen – ‘dragers’ zoals dat tegenwoordig heet.

Diezelfde einde-of-nieuw-begin-problematiek speelt op dit moment in alle mediadiscussies. Daarbij zijn drie richtingen te onderscheiden. Een klein aantal kiest vrolijk, radicaal maar veelal onbezonnen voor verandering. Een ander klein aantal voorspelt koppig de verdommenis. De overgrote meerderheid schippert. Ze vernieuwt maar niet te veel. Ze behoudt maar niet alles. Ondertussen wordt alom geprobeerd de huidige tendensen te analyseren om op basis daarvan voorspellingen te doen. Het gonst ervan. Fascinerende luchtgevechten.

Zo werd in De Balie onlangs een – wat heet – expertmeeting over kwaliteitsjournalistiek gehouden. Die meeting ging uit van de bekende trits: 1) de journalistiek heeft het moeilijk; 2) om de kop boven water te houden zijn alternatieven geboden; 3) welke zijn de juiste? Daarbij passeerden vele mogelijkheden de revue. Een daarvan is The Guardian, lichtend voorbeeld van het internationaal journaille. De krant maakt veel werk van datajournalistiek(‘facts are sacred’) en fraaie presentaties (‘infographics’). De toekomst? Piet Bakker, schatbewaarder van journalistieke cijfers, herinnert er op een blog fijntjes aan dat The Guardian in tien jaar de oplage zal halveren en per week een miljoen euro verliest. ‘Waarom is dat een lichtend voorbeeld?’ vraagt hij zich terecht af.

Een recent ‘lichtend voorbeeld’ van eigen bodem is het initiatief van Rob Wijnberg, zij het dat daarin hetzelfde gebeurt als in een aantal andere, veelal buitenlandse experimenten. Er is zelfs een Nederlands equivalent:De Nieuwe Pers. Wijnberg geeft dit ook toe want schrijft: ‘Net als De Correspondent staan bij DNP de individuele auteurs centraal en kunnen lezers hun favoriete auteurs volgen. Sterker nog: zelfs de abonnementen gaan per journalist – een gewaagde vernieuwing.’ Wat is hieraan dan zo vernieuwend? Voorlopig slechts één ding: dat De Correspondent binnen een week 1,3 miljoen euro ophaalde. Dat is naar huidige maatstaven veel geld maar zegt verder natuurlijk nog niks. Bovendien wordt alom terecht de vraag gesteld wat dit businessmodel verandert aan de kwaliteit. Het is immers verre van denkbeeldig dat die kwaliteit op deze wijze juist achteruit gaat. Toegegeven, voorlopig ziet het daar niet naar uit en is de durf van Wijnberg plus enkele anderen zonder meer inspirerend. Geconfronteerd met de welhaast onbeschrijflijke chaos van het huidige mediaveld zoeken zij radicaal naar een nieuw begin. Volgens ‘technoviking’ Alexander Klöpping zijn er in Nederland maar een paar partijen die dat verder nog doen: The Post Online, Joop, Tweakers, Sargasso. De overgrote meerderheid wordt beheerst door gemakzucht. Dat komt, zegt hij, doordat Nederlandse mediamakers weigeren in te zien dat internet de zaak volledig op de kop heeft gezet. Zij doen voorkomen alsof het erbij is gekomen, behandelen internet in de meeste gevallen zelfs als een afvalputje: daar komt alles terecht wat niet echt de moeite waard is. Een vergissing. ‘Als je programmeurs en designers betrekt in je werk gebeurt er iets. Frisse lucht, die hard nodig is in een industrie die zó koppig en ouderwets is.’

Toch weet ik niet of dit laatste juist is. Ouderwets? Ja, maar koppig? Verplaats je in de positie van willekeurig welke mediamaker met verantwoordelijkheid voor mensen, spullen en gebruikers. Als hij het roer radicaal omgooit, is er inderdaad kans op succes. Maar voor hetzelfde geld wordt het experiment een totale mislukking. En dus doet hij wat Nederlanders altijd gedaan hebben: hij schippert. De geschiedenis wijst uit dat dit, hoe saai wellicht ook, meestal een verstandige keuze is. We zijn er rijk mee geworden.