Schizofreen

STEVEN VAN DE VIJVER
AFRIKA IS BESMETTELIJK: ERVARINGEN VAN EEN ARTS ZONDER GRENZEN
Nijgh & Van Ditmar, 271 blz., €,50

Je kunt natuurlijk mopperen over de verloederende werking van het digitale tijdperk op de Nederlandse taal: dat jongeren denken dat je ‘even’ schrijft als ‘ff’ en dat niemand tegenwoordig nog een boek leest. Maar er zitten ook onverwachte voordelen aan het overal oprukkende gebruik van internet. Namelijk het ontstaan van een nieuw literair genre: de weblog. Hier en daar wordt nog hautain geklaagd dat dit genre zich eerder uitslooft in kwantiteit dan kwaliteit. Wellicht is dat waar, maar dan is er des te meer reden om die spaarzame goede weblogs te volgen. Voor wie niet graag leest vanaf een beeldscherm en ook niet weet waar te beginnen met al die ‘blogs’, is er goed nieuws: af en toe maken de digitale creaties de overstap naar het papier. Zo heeft ook dit debuut van Steven van de Vijver (1977) het licht gezien.
Hij werkte negen maanden voor Artsen zonder Grenzen in het oosten van Congo. Hoewel hij al veel gereisd heeft, begint hij onwennig aan zijn missie, maar snel groeit hij in zijn rol als tropenarts. Wat Van de Vijver in zijn boek probeert weer te geven, is een proces dat waarschijnlijk iedere westerling ervaart die in een ontwikkelingsland gaat wonen: aan de ene kant integreer je, maak je vrienden, raak je betrokken, ben je verwonderd en geniet je. Aan de andere kant sta je er buiten, kun jij terug naar het Westen, representeer je datzelfde Westen en frustreert dat soms. Een schizofrene positie. Als arts moet Van de Vijver zich verbijten wanneer hij de westerse wetenschap mag inzetten om de miskleun van een medicijnman recht te zetten, vaak tevergeefs. Als mens daarentegen schaamt hij zich voor de superioriteit die westerlingen zichzelf toedenken en wil hij de Afrikaanse cultuur serieus nemen.
Door de weblogstructuur – in hoofdstukjes van twee tot vijf pagina’s komt steeds één thema aan de orde – wordt de overdaad aan ellende in hapklare brokken opgediend. Verhalen over het plaatselijke voetbalteam, waarin Van de Vijver zijn jongensdroom kan uitleven om sterspeler te zijn, worden afgewisseld met doodgeboren baby’s, genitaal gemutileerde vrouwen en hiv-patiënten. Het klinkt zwaar, maar zo leest het niet. Halverwege het boek begint het format wat te vervelen: de bedoeling van een weblog is niet om hem in één adem uit te lezen. Toch is de gefragmenteerdheid van het boek ook zijn kracht. Het biedt een intrigerend beeld van Congo, maar vooral van onze grenzeloze arts in al zijn ups en downs.