Schizofrene clichés van een terrorist

Freedom Club. Het Unabomber manifest. De industriële samenleving en haar toekomst. Vertaald door Aad Janssen en Marc Hurkmans, uitg. Ravijn, 128 blz., 314,90
ENKELE MAANDEN geleden arresteerde de FBI in de staat Montana Theodore Kaczynski, oftewel de Unabomber, oftewel de Freedom Club. Deze kluizenaar en ex-academicus had zijn manifest, The Industrial Society and it’s Future toen al gepubliceerd, onder andere in The New York Times en The Washington Post.

Deze publikaties wist hij af te dwingen na bizarre onderhandelingen, waar ook de Penthouse bij betrokken was. De Unabomber beloofde na de publikatie te stoppen met zijn aanslagen. De FBI ging mee in de deal en schonk de beide kranten dertigduizend dollar om over te gaan op publiceren.
Nu brengt uitgeverij Ravijn de Nederlandse vertaling uit in haar Arsenaal Reeks en krijgt de Unabomber na zijn ontmaskering als cultheld een nieuwe rol in de gemarginaliseerde links-radicale beweging. Het manifest werd in verschillende media omschreven als een saaie tirade. Men wees op de hoogdravende taal. Die opmerkingen blijven wel overeind als ik de tekst na alle commotie nog eens rustig teruglees. Zijn dit soort wereldverbeterende geschriften niet per definitie saai? Het intrigerende schuilt in de intentie: Iemand komt kennelijk tot de conclusie dat het helemaal fout gaat met de wereld. Alle anderen zien het verkeerd, dus de maatschappij moet voor haar eigen welbevinden een boodschap door de strot geduwd krijgen. Die iemand meent vervolgens te weten wat de diepere oorzaken voor het grote falen zijn en hoe er iets aan gedaan kan worden. Zo sterk van jezelf overtuigd zijn. Zo weinig gevoel hebben voor nuancering. Dat boeit me, juist omdat het zo absurd is. Of het nu de geschriften zijn van Hitler, van Marx of van Rousseau. Of van de Unabomber.
ZESTIEN BOMMEN plaatste de wiskundige van Harvard in zeventien jaar. Er vielen doden en gewonden. Hij zocht zijn slachtoffers heel precies uit. Want hij had een blauwdruk. Een aantal losse ideeën die in zijn hoofd onverbrekelijk met elkaar samenhingen. Toen hij de ideeën tot een betoog samenvoegd had, moet hij toch ontdekt hebben dat de samenhang bij nader inzien zo onvermijdelijk niet was. Schrijven roept, anders dan bommen plaatsen, twijfel op. In het uiteindelijk gepubliceerde manifest is die twijfel uiteraard weggeplamuurd. Al gebeurde dat niet erg grondig, want de Unabomber zette zijn betoog met wilde pennestreken neer. Ja, het kon natuurlijk moeilijk anders. Hoe preciezer hij het zou opschrijven, hoe scherper de discrepanties naar buiten zouden komen. De hoofdschuldige in het manifest is ‘de industriële samenleving’, die door 'de technologie’ wordt ondersteund. Een andere schuldige is het politiek correcte denken, of wat de Unabomber leftism noemt, wat in de Nederlandse versie wordt vertaald met 'linksisme’. Wat die twee nu precies met elkaar te maken hebben, wordt nergens bevredigend uitgelegd. In paragraaf zes (er zijn 232 paragrafen, plus 36 noten) heet het: 'Vrijwel iedereen zal het ermee eens zijn dat we leven in een ernstig gestoorde samenleving. Een van de meest verbreide uitingen van de gekte in onze wereld is het linksisme. Een discussie over de psychologie van het linksisme kan daarom dienen als inleiding tot een discussie over de problemen van de moderne samenleving in het bijzonder.’ Daar moeten we het dan mee doen.
De Unabomber betoont zich in alle opzichten een ouderwetse anarchist van het gewelddadige soort. Al even ouderwets is de terug-naar-de-natuurfilosofie die hij uitdraagt. Maar juist in zijn gemakzuchtige neiging tot psychologiseren blijkt hij een opmerkelijk kritiekloos kind van zijn tijd te zijn. Het hele manifest is doordrenkt van psychologisch jargon. Uiteraard past de Unabomber dit psychologiseren alleen toe op zijn vijanden. Aan zelfanalyse wordt niet gedaan. Twee neigingen zijn volgens het manifest een drijfveer voor het moderne linksisme. Dit zijn de 'minderwaardigheidsgevoelens’ en de 'oversocialisering’. Dan ben je benieuwd waar hij dat van overgeschreven heeft. Maar de Unabomber geeft niet of nauwelijks zijn bronnen prijs. Hij doet alsof hij het allemaal zelf bij elkaar heeft gefilosofeerd en dat komt ons in de post-Diekstra-dagen ook wel weer heel vertrouwd voor. Vervolgens gaat het manifest paragrafen lang door over de plaag van het politiek-correcte denken. Het mag dan slechts een van de uitingen van de hedendaagse gekte zijn, de Unabomber stort zich erop alsof het de wortel van alle kwaad betreft. Je kunt het daar wel of niet mee eens zijn, maar door zich over te geven aan psychologie van de koude grond, gaat ook hier de zichzelf zoveel eigenheid toedichtende Unabomber mee met de (media)stromen van de tijd. En dat verzwakt zijn argumentatie op desastreuze wijze. Wat hij schrijft kan soms zo in een talkshow terecht: 'Feministen zijn er enorm op gebrand om te bewijzen dat vrouwen net zo sterk en capabel zijn als mannen. Ze zijn kennelijk doodsbenauwd dat vrouwen misschien wel niet zo sterk en capabel zijn als mannen.’ Er is vast wel een FBI-agent geweest die op grond van dergelijke tekstfragmenten vermoed heeft dat de Unabomber een geflipte therapeut was.
ALS HET ERGSTE gal over het linksisme gespuwd is, komt het manifest toe aan 'het machtsproces’, waar mensen een behoefte aan hebben. De Unabomber splitst het machtsproces, zeker voor een wiskundige, wel erg warrig op in vier delen: Doel, inspanning, bereiken van het doel, autonomie. Het is net zo wrakkig van indeling als de vijf historische wetmatigheden waarover hij verderop in het manifest rept. Wie zo'n incoherente indeling bij elkaar knutselt, lijdt misschien wel aan wat we in het alledaagse psychologiserende spraakgebruik schizofrenie noemen. Het geeft natuurlijk geen pas de Unabomber even makkelijk als schizofreen af te doen als hij 'ons’, de samenleving, een psychologische dan wel psychiatrische stoornis aanwrijft. Wel lijkt de tekst er wanneer je hem bekijkt als typische weerslag van een schizofreen een stuk interessanter op te worden, omdat er dan allerlei onverhoedse en fascinerende verbanden met teksten van andere schizofrenen mogelijk zijn.
De industriële revolutie, zo stelt de Unabomber, heeft een radicale breuk veroorzaakt met ongehoorde sociale en psychologische problemen. Dat zou kunnen, maar is daar ook een bewijs van? Valt er soms iets te meten? Natuurlijk niet. Het is een kwestie van retoriek. Je voelt je aangesproken of je voelt je niet aangesproken. De Unabomber somt wat niet verifieerbare, zo'n beetje aanvaarde clichés op en daar moeten we het dan maar mee doen: 'Onder de abnormale omstandigheden die zich in de moderne industriële samenleving voordoen, vallen onder andere: de extreem hoge bevolkingsdichtheid, de scheiding tussen mens en natuur, de enorme snelheid waarmee maatschappelijke veranderingen zich voltrekken en het ineenstorten van natuurlijke, kleinschalige gemeenschappen zoals het grootfamilieverband, het dorp of de stam.’ Wat aan het bovenstaande citaat ook opvalt, is het moraliserende en ook conservatieve gebruik van woorden als 'normaal’ en 'natuurlijk’. De Unabomber benadert daar het fascistische gedachtengoed. En hij gaat daar ver in. Zo noemt hij het een minpuntje van de verder toch zo natuurlijke en normale Aboriginals dat bij hen ook transseksualiteit lijkt voor te komen.
HET IS opvallend hoe behoudend Amerikaanse extremisten zijn, of het nu Ted Bundy is, de bommenplaatsers in Oklahoma of deze Unabomber. (Het is in dit geval wel ironisch dat het manifest is uitgegeven in de toch flink 'linksige’ Arsenaalreeks 'onder auspiciën van het Alias, Agentuur voor Lompen-Intellectuele Arbeidssimulatie’.) Men wil de samenleving terugdraaien naar de staat van onontwikkeldheid die ooit geheerst zou hebben. De methode daartoe is steevast ontwrichting door geweld. Alsof dit geweld niet net zo goed in het gedragspatroon van de industriële samenleving zou thuishoren! Dat is de denkfout die dit soort typen steeds maken. Ze zetten niet aan tot denken, want ze passen zelf in het patroon dat ze aanvechten. Sterker nog: Juist terroristische daden verstevigen het maatschappelijk verband alleen maar, omdat zo'n gezamenlijke, mysterieuze vijand saamhorigheid kweekt. Zou ik denken.
Beschouw je het manifest als een grillig staaltje van de menselijke geest, zeg maar als literatuur, dan zijn er aardige pareltjes van kromdenken te vinden. Zo genoot ik wel even van de surrealistische hoofdstuktitel 'In het maatschappelijk krachtveld is de technologie sterker dan het streven naar vrijheid’. Het trieste is echter dat zo'n zin niet alleen ter overtuiging is bedoeld, maar ook nog zo kan werken. Want er zijn in deze tijd van New Age vast wel lieden die er niks raars in zien dat zowel 'de technologie’ als 'het streven naar vrijheid’ als gelijkwaardige eenheden een gevecht kunnen voeren in iets dat men kan omschrijven als 'het maatschappelijk krachtveld’.