Schoenen en schotsen

Dodorama (Rochussenstraat 169 Rotterdam): Guy Klucevsek (20 oktober), De drie koningen (22 oktober) en Arthur Sauer op donderharp (29 oktober).
Een oud, rommelig winkelpandje vormt het decor voor een interessante concertserie met afwisselend gecomponeerde en geimproviseerde muziek: het Rotterdamse muziekzaakje Dodorama, waar de bakken met cd’s, de exotische muziekinstrumenten en de standaards met alternatieve tijdschriften even aan de kant worden geschoven om een concertzaaltje in elkaar te flansen.

In deze informele sfeer (die doet denken aan de Newyorkse gewoonte om in galeries en dergelijke concerten te organiseren), gaf het kwartet The Voice Is the Matter afgelopen zondagmiddag een mooi concert. De groep wordt gevormd door een viertal bekende improvisatoren: Jodi Gilbert (zang), Ernst Glerum (bas), Michael Moore (rieten) en Alexej Levin (piano en accordeon) en het repertoire dat ze spelen omvat verschillende genres.
Het programma varieerde van een nummer van Fleetwood Mac, een Macedonisch lied met sterke invloeden uit de Slavische volksmuziek, een lied van Poulenc tot een handvol zelfgeschreven nummers. Zo begon het optreden met een stuk waarin de klarinet, accordeon en stem in een globaal unisono bewegen, terwijl de plukkende contrabas daar een springerig element inbrengt. Terwijl de akkoorden langzaam voortschrijden, begint de gemeenschappelijke melodie steeds meer te ontsporen om ten slotte om te slaan in ijle flageoletten van de accordeon en contrabas.
Een groter contrast dan met de jazzy stukken van Ernst Glerum is nauwelijks denkbaar: in een ietwat traditioneel maar buitengewoon swingend jazz-idioom zingt Jodi Gilbert geen melancholisch liefdeslied maar een verhandeling over een paar schoenen. Vergelijkbaar qua idee is Zo zacht als boter van Misha Mengelberg. Het begint met een volkomen losgeslagen instrumentaal gepruttel en gefriemel, terwijl Gilbert er in een fantasietaaltje op losbabbelt - eigenlijk pure klankpoezie. Een absurdistisch geheel, maar geen zooitje: het klankbeeld blijft heel transparant en kleurrijk. Dan slaat het stuk om in een typisch mengelbergiaans levenslied, waarin dada en hoempapa om een eerste plaats strijden.
Jodi Gilbert, die met haar soms zwoele stem de uitgesproken kwaliteiten van een jazz-zangeres heeft, ontpopte zich vooral tot een expert in de ‘kleine’ geluidjes. Van de associatieve klankpoezie in Waving Body Parts van Han Buhrs tot aan de fascinerende improvisatie die ze samen met bassist Ernst Glerum deed. Als twee kwetterende vogeltjes gingen ze tegen elkaar in: levendig en intiem. Toch is het een vorm van stemacrobatiek die gauw voorspelbaar wordt. Dat bleek in het nummer Sinister Singing waarin het spel met stemmetjes ging vervelen.
De kracht van het optreden zat ’m vooral in de eenvoud. Michael Moore toonde zich een sterke muzikale persoonlijkheid op de klarinet: in vaak uiterst simpele melodieen viel elke noot op zijn plaats. Even onopgesmukt was het pianospel van Alexej Levin die veel gevoel voor timing aan de dag legde. Zonder virtuoze guirlandes om zich achter te verschuilen, werd er recht door zee gemusiceerd.
Of de Dodorama-concerten nog lang in deze karakteristieke ambiance zullen plaatsvinden, is de vraag. Samen met een paar andere Rotterdamse podia voor nieuwe muziek ijvert Dodorama voor een in de voormalige bioscoop Thalia te vestigen Centrum voor Actuele Muziek. De verschillende organisaties menen dat er nu sprake is van een te grote versnippering van geld en energie. Tijdens het Gala Sounds of Surprise dat vorige week in Nighttown werd gegeven, was dit idee gevat in het beeld van botsende ijsschotsen (hoogopgestapelde punten wit piepschuim). Binnenkort beslist de gemeenteraad over het voorstel. Vooralsnog kan het alle kanten op. Glad ijs.