Essay De vrije school van Tolstoj

Schoenen van berkenbast

Ver voordat onderwijsvernieuwers in Nederland begin vorige eeuw vrije scholen oprichtten, opende Lev Nikolajevitsj Tolstoj 180 kilometer onder Moskou zijn school voor boeren- en volkskinderen. De schrijver vertrouwde op de naar spontane ontplooiing hunkerende krachten in het kind.

NADAT HIJ VIJF jaar als adellijke en rijke student had geleefd, eerst aan de universiteit van Kazan, daarna aan de universiteit van Petersburg, waar hij een korte tijd rechten studeerde, ging de negentienjarige Lev Nikolajevitsj Tolstoj (1828-1910) terug naar het familielandgoed Jasnaja Poljana. Dit landgoed, 180 kilometer ten zuiden van Moskou, was een van de vier landgoederen in het bezit van de familie Tolstoj en bij de verdeling onder de vier zonen - beide ouders waren jong gestorven - erfde Lev, als jongste, het landgoed waar zij waren grootgebracht. Lev wilde een moderne en goede heer zijn voor zijn lijfeigenen. De wens bij te dragen aan de ontwikkeling van zijn boeren bracht hem ertoe een schooltje te stichten voor hun kinderen. Maar al na enkele maanden moest hij dit weer sluiten, bij gebrek aan geld en waarschijnlijk ook aan overtuiging en levenservaring.
Twee jaar verbleef hij afwisselend op zijn landgoed, in de dichtbij gelegen gouvernementshoofdstad Tula en in Moskou. Het werk aan het landgoed - waar zijn geliefde ‘tante’ Tatjana, een ver familielid, het huishouden leidde - bevredigde de rusteloos zoekende en heftig levende jonge man niet. Toen in het voorjaar van 1851 zijn oudste broer Nikolaj, een officier in het Russische leger, van verlof terug moest naar de Kaukasus, vroeg Lev hem te mogen vergezellen.
Zo kwam Lev Tolstoj in het leger terecht, eerst als vrijwillige cadet, maar al na ruim een half jaar als betaalde cavalerieofficier in opleiding. In de noordelijke Kaukasus vochten de Russen sinds vele jaren tegen opstandige moslimvolken, waarbij de bereden Kozakken een belangrijke rol speelden. Alle opstandige islamitische volken in de Kaukasus werden door de Russen Tataren genoemd. Vooral met een van die Tataarse bergvolken, de Tsjetsjenen, hadden zij het erg moeilijk.
Aangemoedigd door tante Tatjana, die zijn vele verhalende brieven las en hogelijk waardeerde, begon de cadet Tolstoj te schrijven. Eerst Kinderjaren, een roman waarin hij eigen ervaringen en feiten uit zijn kindertijd vermengde met die van zijn vriendjes en hun families, daarna verhalen over wat hij in het Russische leger meemaakte. Met de verrassend snelle acceptatie en publicatie van Kinderjaren in het tijdschrift de Tijdgenoot (Sovremennik), onder pseudoniem en ongehonoreerd, begon Tolstojs carrière als schrijver. Met de publicatie van het verhaal De overval, een jaar later in hetzelfde tijdschrift, en nog steeds anoniem, begon hij een reeks oorlogsverhalen die zou culmineren in zijn dramatische ooggetuigenverslag van de belegering en val van de eerder in de Krimoorlog door de Russen op de Turken veroverde vesting Sebastopol.
Tolstojs verhalen getuigden van zijn moed als militair en zijn grote interesse in de psychologie van de gewone soldaat en zijn medeofficieren. Ook is hij wel 'de eerste oorlogscorrespondent’ genoemd. Zijn roem als talentvol jong schrijver was toen zo groot geworden dat zelfs de tsaar bezorgd raakte over de gevaren waaraan hij blootstond en er bij de legerleiding op aandrong de schrijvende graaf Tolstoj uit de vuurlinies weg te houden.
In 1856 sloot Rusland vrede met Engeland, Frankrijk en Turkije en eind dat jaar nam Tolstoj ontslag uit het leger. In 1857 maakte hij zijn eerste reis naar West-Europa, door Polen en Duitsland, bezocht Parijs en trok door de Zwitserse Alpen. Ergens op die reis schreef hij in zijn dagboek dat de gedachte bij hem opgekomen was 'een school te stichten in mijn dorp voor het hele district; en om in het algemeen op dit gebied actief te worden’. Maar terug in Rusland leidde hij, tussen het schrijven en publiceren door, het leven van een landjonker, verzot op de jacht en op zigeunermeisjes. De honoraria voor zijn verhalen begonnen hem te helpen bij het afbetalen van zijn speelschulden. Anderhalf jaar later, in de wintermaanden van '59-'60, stichtte hij dan toch opnieuw - tien jaar na zijn eerste poging - een school voor boeren- en volkskinderen. In de wintermaanden omdat zij van april tot half oktober moesten meehelpen op het land.
Hoe te verklaren dat deze gepassioneerde man, vurig en roekeloos levend, die als officier bij het kaartspel zelfs een groot deel van zijn landgoederen inzette en verloor, in 1858 als hartstochtelijk jager nog bijna gedood door een woedende berin, voor de tweede maal zoiets braafs deed als een schooltje stichten voor boerenkinderen? Andere rijke Russen waren hem in het stichten van scholen voorgegaan, maar dat waren geen schrijvers en ook gingen die zelf niet voor de klas staan. Graaf Lev Tolstoj, gevierd schrijver, deed dat wel.
Deze vreemde combinatie is er volgens mij mede oorzaak van dat zo weinig mensen weet hebben van Tolstojs pedagogische geschriften. De wereld van de literatuur staat nu eenmaal neerbuigend tegenover die van onderwijs en opvoeding. Een serieuze beschouwing van Tolstojs schoolpraktijk werd bovendien in de weg gestaan door zijn romantische en op Rousseau gestoelde geloof aan de nog onbedorven psyche van het kind. Al heel jong was hij sterk beïnvloed door het lezen van Rousseau’s Emile. De idealisering van het kind spreekt het sterkst uit de titel van een (nog nooit in het Nederlands vertaald) artikel van Tolstoj uit 1862: 'Wie moet van wie leren lezen? De boerenkinderen van ons of wij van de boerenkinderen?’
De bron van Tolstojs inzet voor het onderwijs aan volkskinderen (en later ook aan volwassenen) is enerzijds te zoeken in zijn warme belangstelling en liefde voor kinderen. Deze blijken uit tal van anekdotes, opgetekend door hemzelf en anderen. Anderzijds uit zijn overtuiging dat de ontwikkeling van Rusland in de richting van een moderne staat met vrije burgers alleen mogelijk was door volksontwikkeling.

LEV TOLSTOJ was de jongste van vier broers. Kort na hem werd nog een zusje, Marja, geboren en even daarna stierf hun moeder. Lev was toen anderhalf jaar oud. Zijn vader stierf toen hij negen was. Hoewel de kinderen dus al vroeg beide ouders verloren, is Lev altijd door liefde en bescherming omringd geweest. Met twee van zijn drie broers en zijn zuster kreeg hij een sterke band. Zijn tante Tatjana werd een lieve vervangmoeder voor hem, koesterend en aanmoedigend tegelijk. Alles wijst erop dat de jonge Lev, ondanks het verlies van zijn moeder op een voor hechtingsrelaties bijzonder kritieke leeftijd, gekenmerkt was door wat in de tegenwoordige ontwikkelingspsychologie een 'veilige hechting’ wordt genoemd. Dat is een levensinstelling die een toch al aangeboren neiging tot onderzoekende dadendrang en het nemen van risico’s kan versterken, net als het geven van affectie aan anderen.
De in 1859 pas 31-jarige Tolstoj was nog een onstuimig levend mens, springend van het ene project naar het andere, koortsachtig schrijvend aan zijn verhalen, paardrijdend, jagend, fanatiek turnend, en ondertussen heen en weer trekkend tussen Moskou, Sint-Petersburg en zijn landgoed, overal een graag geziene gast door zijn aanstekelijke vrolijkheid en mooie verhalen. Maar ook werd hij in deze periode - net als op latere leeftijd - geplaagd door twijfel, pessimisme en schuldgevoel, oververmoeid als hij dikwijls was door het harde werken en zijn vaak haperende gezondheid.
Naast een goed schrijver wilde Tolstoj vooral ook een goed mens zijn en zich inzetten voor de eenvoudige, eerlijke maar arme mensen uit zijn omgeving, al was het maar met elke dag één goede daad. Hij was sterk maatschappelijk geëngageerd en zette zich bijvoorbeeld ook in voor het op goede voorwaarden in pacht verkrijgen van landbouwgronden door de voormalige lijfeigen boeren - die vrijmaking was begin 1861 door tsaar Alexander II afgekondigd - en raakte daarmee in conflict met de landeigenaren uit zijn district. Zijn benoeming tot plaatselijk vrederechter werd mede daarom geen succes: een tactvol bestuurder kon hij niet zijn.
Natuurlijk stuitte de onervaren onderwijzer Tolstoj in dat eerste schooljaar op allerlei moeilijkheden in het les en leiding geven aan zijn, meest analfabete, leerlingen. En toen hij in de lente van 1860 met zijn zusje Marja naar Duitsland wilde gaan om daar hun ernstig zieke broer Nikolaj op te zoeken, verlengde Lev - na Nikolajs dood - zijn verblijf in West-Europa om de gangbare onderwijsmethoden in Duitsland en Frankrijk te bestuderen. In Pruisen en Frankrijk zag hij vooral hoe het niet moest. Met afschuw keek hij naar de strakke discipline in de klassen, naar het instampen van rijtjes, naar de in zijn ogen geestdrift dodende leermiddelen. Hij vond er nergens aansluiting bij zijn eigen libertaire aanpak. >
Tolstoj vond dat zijn leerlingen volkomen vrij moesten zijn, vrij om wel of niet naar school te komen en vrij om alleen dat te leren wat zij wilden leren. Huiswerk werd op zijn school niet gegeven, maar wel waren er naast het vrije werken ook regelmatig klassikale lessen voor de schoolborden. En er werden cijfers gegeven. Maar Tolstoj zag die gewoonte als 'een overblijfsel van ons oude schoolsysteem, dat vanzelf in onbruik zal raken’. Veel van de kinderen bleven uit eigen vrije wil tot ’s avonds laat op school. Tolstojs opstel Een algemeen beeld van de school in de maanden november en december en een reeks andere artikelen gewijd aan het onderwijs in de afzonderlijke vakken werden in 1862 en 1863 gepubliceerd in een speciaal voor dit doel door hemzelf uitgegeven en volgeschreven tijdschrift. Hierin gaf hij een goed beeld van de vrijheden die hij zijn leerlingen veroorloofde. Die vrijheden zag hij als ideaal voor zichzelf en de gehele mensheid.
De meeste leerlingen waren jongens tussen de zeven en dertien jaar die nog nooit in schoolbanken hadden gezeten, die gewend waren in de lente en zomer hard mee te werken op het land en in de stallen, die vaak autoritaire vaders hadden die hen sloegen als ze de dingen niet goed deden. Tolstoj wist dat, kende hun leefomstandigheden heel goed van nauwkeurige en inlevende waarneming, hem als schrijver zo eigen. Zijn school moest voor die jongens - en ook de meisjes, zij het minder in getal - in de wintermaanden een vrijplaats zijn. Tolstoj vertrouwde op de naar spontane ontplooiing hunkerende krachten in het kind (Rousseau). Niet in een door de samenleving opgelegd stramien, maar in zelf gekozen vormen.
In zijn artikelen voor het eigen tijdschrift deed hij eerlijk verslag van alle moeilijkheden waarop hij als onervaren onderwijzer stuitte. Ook van zijn wanhoop en ergernis over het gebrek aan wat hij goede leermiddelen vond. En over de te schoolse methoden van zijn medeonderwijzers, die hij in dienst moest nemen om het groeiend aantal leerlingen op te vangen.
Tolstojs grootste inspanningen gingen naar die vaardigheden waar hijzelf aan verknocht was: het schrijven van verhalen. Daarbij mocht hij graag de feiten uit historische gebeurtenissen gebruiken waar het Russische leger bij betrokken was geweest. Want Tolstoj was een nationalist en wakkerde bij zijn leerlingen nationalistische gevoelens aan. Een van de mooiste scènes uit zijn onderwijsverslagen is als hij zijn leerlingen op een avond vertelt over de opmars van de Napoleontische troepen naar Moskou en hun latere terugtocht en nederlaag. De emoties die hij toen bij hen zag ontstaan ontroerden hem. Hij schreef ook dat hij die avond nooit meer wilde vergeten - ik acht het waarschijnlijk dat hij daaraan teruggedacht heeft toen hij enkele jaren later aan zijn Oorlog en vrede schreef.
Tolstoj meende aanvankelijk dat er ook les gegeven moest worden in de grammatica van het Russisch. Hij beschreef hoe moeizaam dat ging. 'Voor lessen in grammatica en taalanalyse kunnen ze geen geduld opbrengen (…) Vaak vallen ze in slaap of blijven weg uit de lessen. (…) De kinderen vervelen zich dood en vragen zich stilletjes af “waarom doen we dit”? Die vraag heb ik mezelf ook gesteld en ik kan er geen antwoord op vinden.’
De verklaring die Tolstoj geeft voor de weerzin tegen de zinsontleding typeert hem als schrijver en als onderwijzer die zijn leerlingen net zo vrij wilde laten zijn als de woorden moesten zijn die zij voor hun verhalen gebruikten. Woorden mochten evenmin als kinderen in een harnas gedwongen worden. Het vrije woord in een vrije school, dát was waar hij zo intens naar streefde: 'Geen volwassene of kind wil een in hem of haar levend woord uitleveren aan het mechanisch ontleden en vervormen. Zo'n levend woord heeft een drang tot zelfbehoud. En als dit woord een gedaanteverandering moet ondergaan, dan zal het ernaar streven dat op eigen houtje te doen en overeenkomstig de dagelijkse omgangstaal. Maar zodra je dit woord wilt vangen, vastklemmen in een bankschroef, bijschaven en het de versierselen wilt opplakken die je noodzakelijk acht, dan ballen de wezenlijke gedachte en betekenis die met dit woord verbonden zijn zich samen en verbergen zich, zodat in je handen slechts het lege omhulsel overblijft. Daar mag je dan nog zo gewiekst mee omspringen, maar in je lessen van hoe dat woord te gebruiken bereik je er niets mee.’

HET ONORTHODOXE karakter van de school deed de boeren van Tolstojs landerijen en uit de wijdere omgeving eerst aarzelen. Moesten zij hun kinderen wel aan graaf Tolstoj toevertrouwen? Aanvankelijk deden onder hen geruchten de ronde dat de graaf, die immers officier was geweest, in het geniep hun jongens wilde inlijven bij het leger en hen op een kwade dag op karren naar Moskou zou laten brengen. Maar het enthousiasme van de kinderen en hun goede leerresultaten leidden ertoe dat het aantal leerlingen steeg, tot een stuk of zeventig, en er meer lokalen en onderwijzers moesten komen.
Die goede naam maakte dat ook sommige ouders uit welgestelde kringen hun kinderen begonnen te sturen. Dat ging niet altijd goed. Tolstoj hierover: 'Voor sommige ouders, een minderheid, vormt ook de geest van gelijkheid bij ons op school een bron van ongenoegen. In november kwamen er twee meisjes, dochters van een rijke herbergier, bij ons op school. Ze waren altijd keurig als vrouwtjes gekleed met jasjes aan en baretten op. In het begin hielden zij zich een beetje afzijdig van de rest, maar na een tijdje waren zij gewend en vergaten zij om thee te drinken, of hun tanden schoon te houden met tabak, en begonnen zij goed te leren. Toen hun vader, gekleed in een openhangende mantel van schapenbont uit de Krim, op een dag de school binnenstapte, zag hij zijn dochters staan te midden van een groep groezelige jongens met schoenen van gevlochten berkenbast aan hun voeten, die, over de beide meisjes heen gebogen, met hun handen steunden op hun baretten, terwijl zij luisterden naar wat de onderwijzer aan het zeggen was. De vader was beledigd en nam zijn dochters van school, zonder ons te willen vertellen waarover hij ontevreden was.’
Positieve indrukken waren er natuurlijk ook: 'De vader van weer een andere leerling, een soldaat, vond zijn zoon, die hij kwam afhalen, in het tekenlokaal aan ’t tekenen. Toen hij zag met wat voor een vaardigheid hij dat deed sprak hij hem met “U” aan en durfde hem niet onder de les de waterkastanjes te geven die hij had meegebracht.’
Sommige ouders uit de boerenhutten vonden het maar gek wat hun kinderen van de graaf leerden: 'Ik was eens met een nieuwe onderwijzer op bezoek bij een van mijn leerlingen en om een beetje op te scheppen tegenover de onderwijzer, vroeg ik mijn leerling of hij voor hem een algebrasom wilde oplossen. Z'n moeder was met de kachel bezig en wij vergaten helemaal haar aanwezigheid. Wij luisterden hoe haar zoon vlot en ernstig de vergelijking maakte, onder gemompel van “twee a b min c is d, gedeeld door drie”, enzovoort. De moeder hield al die tijd haar hand voor haar mond. Zich met moeite inhoudend barstte zij tenslotte in lachen uit, maar kon ons niet uitleggen waar ze zo om moest lachen.’
In de gymnastieklessen ging Tolstoj zijn leerlingen voor in het turnen en verbaasde hen daarbij met zijn grote spierkracht en behendigheid. Hun moeders en grootmoeders vonden dat turnen maar niets en wisten bij buikkrampen van hun kinderen wat en wie de oorzaak daarvan was. 'Zij geloven dat speciaal vlak na de vasten of in de herfst, als het fruit rijp is, de schade veroorzaakt door de gymlessen het grootst is. De grootmoedertjes van de jongens dekken hun opgezette buiken toe en geven de ongehoorzaamheid en de gymlessen de schuld.’

IN DE WIJDE omgeving van zijn landgoed wist Tolstoj, toen hij het ambt van vrederechter bekleedde, de oprichting van dertien scholen te bewerkstelligen waar volgens zijn voorbeeld gewerkt zou moeten gaan worden. Als onderwijzers liet hij studenten uit Moskou en Sint-Petersburg komen en inspireerde hen met zijn charisma en enthousiasme. In zijn latere leven is Tolstoj zich ook gaan inzetten voor het onderwijs aan analfabete en weinig ontwikkelde volwassenen. De eerste ervaringen daarmee kreeg hij in dit schooltje: 'Deze herfst hadden we een arbeider die voor ons de kachels stookte en tegelijkertijd wat lessen volgde. Binnen twee weken kon hij lezen en schrijven. Maar dit was geen leren, meer een ziekte, een verlengde slemppartij. Als hij door de klas liep met z'n armen vol houtblokken, bleef hij telkens staan, boog zich over het hoofd van een jongen en spelde “s-k-a: ska” en liep dan door. Als dit hem niet lukte, keek hij met jaloerse, bijna boze blik naar de kinderen. En als hij niet hoefde te werken viel er helemaal niets met hem te beginnen: hij zat dan geheel verdiept in zijn boek steeds maar voor zich uit te mompelen: “b-a: ba; r-i: ri” enzovoort, keer op keer, en in zo'n toestand kon hij niets anders meer in zich opnemen.’
Tolstoj was altijd bang om net als zijn broer Nikolaj en ontelbare anderen tbc te krijgen. Daarom wilde hij in de zomer van 1862 opnieuw gaan kuren in het zuiden van Rusland, niet ver van de stad Samara, bij de Basjkieren, een nomadenvolk. Die kuur bestond voornamelijk uit het buitenleven en het drinken van veel zure paardenmelk. Hij vroeg twee van zijn leerlingen hem op die reis te vergezellen. Een daarvan, Vasili Morozov, in Tolstojs artikelen Fedjka genoemd, heeft, veel later, zijn herinneringen aan die reis en aan zijn jaren op school bij Tolstoj gepubliceerd.
Tegen het einde van hun verblijf in hun tent op de steppen kreeg Tolstoj een brief uit Jasnaja Poljana waarin verslag gedaan werd van een inval van de politie en een huiszoeking waarbij letterlijk alles overhoop werd gehaald, op verdenking van, onder meer, het drukken en verspreiden van revolutionaire teksten. Tolstoj voelde zich hevig gegriefd en beledigd en vond het gebeurde ellendig voor tante Tatjana en zijn logerende zuster Marja die het allemaal hadden moeten aanzien. Dat de bevelvoerende kolonel zijn geheime dagboeken in het bijzijn van Marja hardop was gaan voorlezen, op zoek naar belastende aantekeningen, maakte hem razend. Zijn reputatie onder de ouders van zijn leerlingen werd door de politie-inval geschaad. Tolstoj heeft na thuiskomst bij de tsaar via zijn tante Aleksandra - die aan het hof de prinsessen les gaf - in een brief zijn beklag gedaan en heeft toen van de gouverneur van het district Tula een brief met een verhulde spijtbetuiging ontvangen.
Morozov beschreef hoe na deze zomer de school niet meer echt tot leven kwam. Het aantal leerlingen liep al gauw terug en ze zagen steeds minder van Tolstoj zelf. Het wegvallen van Tolstojs belangstelling voor zijn leerlingen van dit tweede schooltje werd voor een belangrijk deel veroorzaakt door zijn huwelijk met het begaafde Moskouse meisje Sofja (ook: Sonja) Behrs, tweede dochter van een arts van het Kremlin. Zij trouwden in Moskou na een heel korte verlovingstijd en gingen direct na het huwelijksceremonieel - volgens haar wens - naar Jasnaja Poljana. In een door vier paarden getrokken koets duurde zo'n tocht twee etmalen.

HOEWEL TOLSTOJS pedagogische artikelen uit 1862 in Rusland uitermate koel werden ontvangen en hij nauwelijks reacties kreeg, schreef hij ook na deze periode nog verschillende verhandelingen over onderwijs en volksopvoeding. Zelfs begon hij tien jaar later - na de voltooiing van Oorlog en vrede - voor de derde maal een schooltje aan huis, ditmaal bijgestaan door zijn vrouw, die een onderwijsdiploma had, en hun oudste kinderen. Inmiddels begonnen aan Anna Karenina schreef hij tussen 1872 en 1875 twee opeenvolgende versies van een in Rusland tot bestseller uitgegroeide leergang voor het leren lezen, met daarin behalve een geïllustreerd ABC, en het oud-Slavisch alfabet, ook veel door Tolstoj zelf geschreven verhaaltjes en sprookjes voor volkskinderen. Van het Novaja Azboeka uit 1875 zijn tussen de één en twee miljoen exemplaren over Rusland verspreid geweest.
Zóveel tijd en energie stak hij in zijn pedagogisch werk dat hij daarover met zijn vrouw in ernstig conflict raakte. Sofja Tolstaja vond haar mans pedagogische geschriften en acties eigenlijk maar zonde van zijn tijd en energie, ook gelet op zijn altijd kwakkelende gezondheid. Dat soort inspanningen - zo dacht zij later ook over zijn religieuze werken - hielden hem maar af van wat zij veel belangrijker vond: zijn literaire werken. Anna Karenina werd ook pas in 1877 voltooid (nadat Sofja het, zoals met al zijn geschriften, vele malen in het net had overgeschreven).
De geschiedenis heeft haar gelijk gegeven. Wereldwijd is het pedagogisch werk van Tolstoj - in tegenstelling tot zijn romans en verhalen - nooit echt bekend geworden en heeft hij daarmee geen school gemaakt. Ook in Nederland niet. Terwijl hier bekende onderwijsvernieuwers als Jan Ligthart en Kees Boeke wel dicht bij Tolstojs idealen kwamen, hoogstwaarschijnlijk zonder daarvan iets te weten. Tot de verschijning van een eerste vertaling in 1976 werd er ook door Nederlandse hoogleraren pedagogiek vrijwel geen aandacht aan Tolstoj besteed. In de voormalige Sovjet-Unie en in Duitsland is in de vorige eeuw wel meer over Tolstojs pedagogische opvattingen en praktijken geschreven. In Ierland en de Verenigde Staten verschenen daarover vooral in de laatste decennia enkele boeken.


Pedagogische geschriften
Tolstojs vele pedagogische geschriften, waaronder zijn beschrijvingen van wat hij als onderwijzer en schoolhoofd in zijn school deed en wilde bereiken, werden behalve in het Russische verzameld werk ook in zijn in het Duits, Frans en Engels vertaalde verzamelde werken opgenomen. Afgezien van een enkele samenvatting van Tolstojs onderwijsartikelen in de in het Nederlands vertaalde biografie van Tolstoj, geschreven door zijn vriend en uitgever Pavell Biroekoff (Amsterdam, 1906) werd zeventig jaar later voor het eerst een groter deel van die teksten uit 1862 in het Nederlands gepubliceerd, in een vertaling van Katja Vos (Jasnaja Poljana: Verslag van een onderwijsexperiment, Kosmos, 1976). Deze onaantrekkelijke pocketuitgave werd toen maar door weinigen gelezen. Ik heb nu - met hulp van anderen - de inhoud van dat boekje herwerkt en in tien deeltjes ondergebracht en van illustraties voorzien. Die zijn sinds kort als 'e-cahiers’ gratis te downloaden van www.kohnstamm.info/dolphkohnstamm/tolstoj-als-pedagoog.htm. Ook de herinneringen van Tolstojs leerling Fedjka zijn op die website als e-cahier te vinden, evenals een kritische beschouwing over Tolstojs onderwijsinspanningen door de Groningse pedagoog Jan Dirk Imelman.