muziektheater: Holland Festival

Schokkende ervaringen

Misschien het allerindrukwekkendst op dit indrukwekkende Holland Festival is de levende tentoonstelling Exhibit B van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Brett Bailey.

Geïnspireerd op rondreizende menselijke dierentuinen waar in de negentiende eeuw mensen uit andere werelddelen werden tentoongesteld, heeft Bailey een uitgebreide installatie gemaakt, waar die oude taferelen worden gereconstrueerd met mensen van nu, maar we ook naar doodgewone, gekleurde Nederlanders kijken (acteurs), alsof ze een uitheems fenomeen zijn, en naar mensen die worden vastgebonden om uit het land te worden gezet. De apotheose van de tentoonstelling zijn vier Nama-zangers uit Namibië die hemels schoon zingen, maar zo zijn opgesteld dat het lijkt alsof we naar vier afgehakte hoofden kijken.

Eveneens schokkend is Tragedy of a Friendship van schrijver Stefan Hertmans, componist Moritz Eggert en regisseur Jan Fabre. Maar van deze schokken weet ik niet goed wat ik ermee aan moet. Stefan Hertmans is gefascineerd door de vriendschap van componist Richard Wagner en de twintig jaar jongere filosoof Friedrich Nietzsche die zich van Wagner-bewonderaar tot Wagner-hater ontwikkelde. Blijkbaar herkenden Nietzsche en Wagner veel in elkaar, maar volgens Hertmans speelt ook de tegenstelling tussen gevoel en denken een rol, waarbij kunst daar ergens tussenin een verzoenende rol zou kunnen spelen. In de door Fabre vormgegeven voorstelling zie ik dat niet meer terug. Componist Moritz Eggert varieert op highlights uit dertien Wagner-opera’s, twee zangers en een ouderwetse grammofoon brengen aria’s ten gehore en elf acteurs laten op indrukwekkend knappe manier de invallen van Fabre zien, die meer om uiterlijkheden als zwaarden en zwanen draaien dan om een innerlijk conflict. Er wordt veel gemasturbeerd en drooggeneukt, een vrouw wordt op een ijselijke manier verkracht, brandende kaarsen worden gevaarlijk dicht bij vrouwelijke lichaamsdelen gebracht. Soms wordt er even erg mooi en heftig gedanst, de spelers zien er beeldschoon uit, er zijn vermakelijke taferelen, van bijvoorbeeld het dwergenvolk uit Rheingold. Ook als je beseft dat Jan Fabre steeds grenzen opzoekt om ze met graagte te overtreden en dat zijn mensen daar met evenveel graagte aan meedoen, blijf ik het heel moeilijk vinden.

Veel liever was mij een kleine, Chileense voorstelling Tratando de hacer una obra que cambie el mundo (‘Proberen een stuk te maken dat de wereld zal veranderen’). Vijf acteurs sluiten zich vier jaar lang op om dat wereldhervormende stuk te maken, een van hen overlijdt in die tijd. Dan horen ze dat de wereld radicaal is veranderd en hun stuk volkomen overbodig is geworden. En dat het negenjarig dochtertje van de overledene heel erg naar haar vader verlangt en nu alleen op de wereld is. Een geestige, maar scherp snijdende zwarte komedie over waar thea­ter allemaal niet toe in staat is.

Desdemona van de Amerikaanse schrijfster Toni Morrison, de Malinese muzikante en zangeres Rokia Traoré en regisseur Peter Sellars was beeldschoon om te zien en te horen. Vier zwarte en een witte vrouw: de fenomenale actrice Tina Benko als Desdemona. We leren haar kennen als een ondanks alles sterke vrouw, die de gewelddadige aard van haar Othello niet wil zien tot het te laat is. De recente onthullingen over seksueel geweld in het Amerikaanse leger maken deze tijdloze voorstelling tegelijk nog weer actueler.


Holland Festival: Exhibit B, t/m 26 juni; Arturo Ui, Berliner Ensemble, regie Heiner Müller 21 en 22 juni; Marktplaats 76 van Jan Lauwers Needcompany 21 en 22 juni; When the mountain changed its clothing van componist Heiner Goebbels 25 en 26 juni; hollandfestival.nl