MUZIEK

Schone handen

Ton de Leeuw

Denk ik aan Ton de Leeuw (1926-1996), dan denk ik aan de eerste foto die ik van hem zag, een oud kunstenaarsportret waarop een vroegoude, bebrilde pijproker verzadigd in het diepst van zijn gedachten tuurt. Wat ik later van hem hoorde bood zoiets als de bevestiging van eerste indrukken. Geen man van bloed, zweet en tranen, van het vlammende zwaard. Je hoort die peinzende blik aandachtig over de serene noten glijden. Dat hij een groot componist was hoor je ook. Aan objectieve bewondering voor Résonances voor orkest, het koorwerk Car nos vignes sont en fleur of Danses sacrées voor piano en orkest is geen ontkomen. Hopeloze liefde wordt het nooit. Ik mis het vuil, de stad en de dood, het houdt me allemaal te schone handen.
De Leeuw - leerling van Louis Toebosch, Henk Badings en een beetje van Messiaen - volgde aanvankelijk het voor Nederlandse componisten van zijn generatie niet ongebruikelijke ontwikkelingstraject waarin aan de ontdekking van de onvervreemdbaar eigen toon een seriële fase en een grotendeels traditionalistisch lever du rideau voorafgaan: zijn vroege werk grijpt in een neoclassicistisch aura hoorbaar terug op Bartók, Hindemith, Pijper en de Fransen. Wat hem van generatiegenoten onderscheidt is dat hij al in de vroege jaren vijftig zijn horizon verruimde door etnomusicologie te gaan studeren bij Jaap Kunst. Zijn vereenzelviging met oosterse muziekculturen verwekte de sobere modale taal waarin expressie van het ik pas op de plaats maakt voor een kalme innigheid, de geconcentreerd-meditatieve overgave aan de spirituele eigenrichting van de klinkende materie.
Van de egomane romantiek moest hij niet veel hebben. In Muziek van de twintigste eeuw stelt hij vast dat de ‘verslaving aan zichzelf heeft geleid tot mateloze zelfoverschatting, tot pathologische toestanden’. En: 'De fascinerende monologen van Wagner, maar ook de uit alle hoeken van de zaal donderende luidsprekers van Stockhausen komen voort uit een soms kwalijk verborgen streven naar schokwerking, dat wel erg ver verwijderd is van het evenwicht en de gaafheid der vroegere, klassieke meesters.’
Daar heb je de trefwoorden: evenwicht en gaafheid. Ze resoneren mee bij beluistering van de integrale opname die de Nederlandse pianist René Eckhardt maakte van De Leeuws pianomuziek. Naast het handvol grote stukken, zijn meesterlijke laatste pianowerk Les adieux (1988) in de eerste plaats, klinkt veel obscuur vroeg werk. Merendeels is het jeugdwerk. Het kwam tot stand voordat het seriële denken De Leeuw tijdelijk leek mee te voeren op de woeste baren van de mainstream-avant-garde - leek, omdat hij in dat doorgeconstrueerde idioom veel van zijn eigen preoccupaties met de autonomie van de muzikale materie moet hebben teruggevonden. Men Go Their Ways uit 1964 is toch volledig Ton de Leeuw.
Vier primeurs (de Eerste pianosonate (1945), een Partita, Drie inventies en een Kleine suite (1946)) vergezellen op Eckhardts fraai verzorgde en voortreffelijk klinkende dubbel-cd onder meer een Tweede pianosonate (1948), Vier ritmische etudes (1952) en, verrassend, de Drie Afrikaanse etudes (1954) waarin De Leeuws grensoverschrijdende muzikale panorama voor het eerst nadrukkelijk tot uitdrukking komt.
De Leeuws vroege pianowerk valt door de bank genomen in de categorie muzikale verkenningen. Verkennend, in de betekenis van behoedzaam spiedend, is het ook naar attitude. Het is ordelijk en door het spaarzame gebruik van ritmisch en melodisch materiaal steeds transparant, agiel, knap gemaakt, muzikantesk en soms uitbundig - nooit dionysisch ongeremd of hartverscheurend. Het proeft expliciet Bartók, de Franse toets en exploreert heidense ritmen met de distantie die de muziek bij al haar kwaliteiten soms iets stroefs geeft. Maar in de Lydische suite hoor je plots de kleine zachte warmte en de tederheid achter het denkersmasker van de pijp. Even opgetogen stemt de hernieuwde kennismaking met Les adieux, waarin een kale meditatie over bijna niks uitwaaiert tot een kosmisch monument. Het is wel groot hoor. Ik ga me weer eens goed in hem verdiepen.

Ton de Leeuw, Complete Piano Solo Works, door René Eckhardt. Label Quintone